Het paradijs is ongenietbaar

In de plastic paradijzen die moderne landschapschilders in het Van Abbemuseum tonen, lopen opvallend weinig mensen rond.

bo

Bloemenkransen zweven door de lucht, kleuren spatten van het doek, sterrenregens zinderen aan de hemel. Op Twisted, de nieuwe tentoonstelling in het Van Abbemuseum hangen zeventig schilderijen, en allemaal verkeren ze in opperste extase. Love man, en peace ook! Gelukkig zijn die vreselijke `smiley's' nergens te bekennen, maar verder lijkt het alsof de hippietijd over Eindhoven is neergedaald.

Een ding is wat vreemd. Op al die zeventig doeken is nauwelijks een mens te bekennen.

Op de schilderijen van Hans Broek, bijvoorbeeld, zien we riante Frank Lloyd Wright-achtige villa's in de heuvels van Los Angeles. David Thorpe maakt knipsels van flatgebouwen die als vurige kolossen in de avondlucht priemen. Sarah Morris schildert glazen kantoorflats als flonkerende mozaieken. L.C. Armstrong toont meer bloemen dan je bij een gemiddelde bloemist bij elkaar zult zien. Het is allemaal kleurig en weelderig, idyllisch en paradijselijk, maar de mens bestaat voor deze kunstenaars blijkbaar niet. Het is alsof de neutronenbom in deze hemel is ontploft.

Het Van Abbe kondigt Twisted aan als een expositie met `hedendaagse landschapschilderkunst'. Dat prikkelt de verbeelding, zeker als je van buiten Eindhoven komt, want dan ligt tijdens de reis het dilemma al voor je, uitgestrekt langs rails of weg: wat is natuur nog in dit land? Het blauwglazen kantorenpark aan de stadsrand? De zorgvuldig ruilverkavelde weilanden met de doorgefokte koeien? De omgeving van het Van Abbemuseum, tijdelijk gevestigd in een oude Philips-kantine? Of is natuur dat ene imaginaire stukje Veluwe waar je tussen de knoestige bomen door de horizon kunt zien en het pad al honderden jaren oud lijkt?

Die laatste landschapsvorm is in ieder geval populair bij een aantal jonge Nederlandse kunstenaars. Robert Zandvliet is met boslandschappen de bekendste jonge schilder van Nederland geworden, Ronald Zuurmond probeert sinds jaren met zijn verf de aarde te imiteren en ook Marc Mulders, die jarenlang bloemen en beesten schilderde, toont op dit moment bij galerie Rob Jurka een serie vergezichten. Het landschap van deze schilders is kaal en ledig. Met hun stijl borduren ze voort op de traditie, de zeer Nederlandse traditie van Hercules Segers en Philips Koninck, zeventiende-eeuwse schilders die weidse, lege vergezichten schilderden waarin nauwelijks mensen te bekennen zijn – in tegenstelling tot de landschappen van collega's als Jan van Goyen of Esaias van de Velde waar altijd wel een ploegende boer of een babbelende boerin voorbij schuift. Maar juist door hun kaalheid wordt het werk van Segers en Koninck tegenwoordig vaak beschouwd als de laatste fase voor de abstractie. Bij Zandvliet, Mulders en Zuurmond is goed te zien waar dat toe leidt. Bij hen gaan aarde, water en wolken naadloos over in verf. Soms wordt die wild over het doek gezwiept, soms ligt die als aarde op het doek of spoelt als golven over het linnen. Een vage horizon is vaak de enige aanwijzing dat je met een landschap van doen hebt.

Op Twisted is dat allemaal anders. Abstractie, of zelfs maar de neiging daartoe, is hier niet te bekennen. Het is dan ook veelzeggend dat de enige twee Nederlanders die aan de tentoonstelling meedoen, Michael Raedecker en Hans Broek, respectievelijk in Londen en Los Angeles wonen. Op Twisted overheerst de stedelijke versie van het landschap, het landschapsideaal van mensen die zelden een boom in levende lijve tegenkomen. Voor hen is het landschap een kunstmatige wereld, die even ver van ze afligt als de artificiële droomwereld die film, computerspelletjes en internet dagelijks bij ze binnenbrengt. En dat is te zien in hun landschappen: stuk voor stuk zijn het plastic paradijzen in felle kleuren, met kunstmatige bloemen en onnatuurlijke symmetrie die beïnvloed lijken door de hippie-achtige kleurexplosies uit de jaren zeventig – niet voor niets is een groot deel van de twaalf deelnemers afkomstig uit- of woonachtig in Californië. Als je de deelnemers aan Twisted mag geloven moet daar het paradijs wel ergens liggen – en anders wordt het wel ter plekke opgeroepen met een flinke hand pillen.

In Nederland maakten we al kennis met deze versie van het paradijs via het werk van `computerschilder' Micha Klein. Ook Klein is een liefhebber van harde en felle kleuren, en hij koketteert ook graag met de hippiefilosofie. Het verschil tussen Klein en de kunstenaars op Twisted is dat de laatsten zichzelf buiten hun werk houden, terwijl Klein zich nadrukkelijk beperkt tot zijn eigen belevingswereld. Juist het ontbreken van dat dommige hedonisme geeft de werken op Twisted hun spanning, al is er dan niemand die van dit paradijs kan genieten.

Het schrijnendst wordt die leegte verbeeld op de doeken van de Engelsman Dexter Dalwood. Dalwood schildert `beroemde ruimtes' in vrolijke kleuren, alleen zijn de personen waaraan die kamers hun betekenis ontlenen nooit te zien. De studeerkamer van Alexander Solzenistyn is verlaten, op Camp David staat een eenzame helikopter op zijn passagiers te wachten, op kamer 100 van het Chelsea Hotel zijn de poten onder het bed uitgezakt en Che Guevara is net vertrokken uit zijn eenzame berghut. Dalwood schildert de ruimtes die normaal over het hoofd gezien worden omdat de personen die ze betekenis geven vertrokken zijn. In de context van deze tentoonstelling vraag je je af wat God eigenlijk met het paradijs deed nadat hij Adam en Eva eruit had gegooid.

Harige steeltjes

Voor de meeste deelnemers aan Twisted is die vraag echter net een stap te ver – voor hen ligt de hemel nog binnen handbereik. Op de doeken van L.C. Armstrong bijvoorbeeld, zijn op de achtergrond rustieke landschappen te zien, inclusief watervallen, meertjes en bergen bij avondlicht. Daar overheen, schijnbaar in het wilde weg, strooit Armstrong met bloemen – orchideeën, tulpen, zonnebloemen en klaprozen, die allemaal aan lange, bruine, harige steeltjes bungelen. Het ziet er allemaal heel warm en vrolijk uit – gelukkig onderscheiden Armstrongs doeken zich van het aloude hippie-idioom doordat zijn (haar?) bloemen en landschap nauwelijks iets met elkaar lijken te hebben.

Wat dat betreft is Sharon Ellis minder scrupuleus. Ellis heeft de aloude spyrograaf maar weer eens uit de kast gehaald en maakt daarmee schilderijen die sterk doen denken aan de posters die begin jaar zeventig in veel tienerkamers hingen. Bloemenkransen, sterrenregens tegen donkere luchten, bomen die zich in volstrekte symmetrie als vragende armen naar de hemel richten. Waar het werk van Armstrong prikkelt door de ongebruikelijke combinaties slaat bij Ellis de meligheid toe – je verwacht op haar doeken ieder moment een groep hippies die The Age of Aquarius begint te zingen. Maar juist doordat die uitblijven, blijft er iets knagen. Wat willen deze schilders met deze doeken, wat willen ze met deze verlaten paradijzen, met hun eenzame hedonisme? Hoe vrolijk en trippy de werken op Twisted ook zijn, zonder mensen blijft het iets leegs houden – je gaat bijna verlangen naar de party-people van Klein.

Maar de oplossing dient zich aan in de vorm van Eigthy Sixted (1999) van L.C. Armstrong. het sleutelschilderij van deze tentoonstelling. Zoals alle doeken van Armstrong is ook dit doek bezaaid met orchideeën in alle kleuren – veel roze, crêmewit en zachtgeel – die als ballonnen drijven boven een donkere lucht. En ook hier bungelen er weer donkere draden aan de bloemen, zo donker en grillig dat ze niet geschilderd kunnen zijn. De catalogus biedt de verklaring: de draden zijn geen stelen maar ontstekingslonten – bomb fuses – eerst op het doek geplakt en vervolgens door de kunstenaar hoogstpersoonlijk in de fik gestoken. En dat verandert de zaak. Plotseling zweven deze bloemen niet vredig door de ruimte maar schieten ze alle kanten op, als ontplofte bommen.

Reden om nog eens naar het doek te kijken. En wat loopt daar, net naast het snijpunt van drie ontvlamde lonten? Twee mensen, niet meer dan een paar centimeter groot. We zien niet meer dan hun silhouet, maar hun houding is bekend. Dit zijn Adam en Eva zoals die werden geschilderd door Massacio in zijn De uitdrijving uit het paradijs. Nu worden ze verjaagd uit een gebouwtje waar met grote rode letters BAR voor staat. Adam en Eva, verdreven uit het uitgaansleven, symbolischer kan het bijna niet.

En daarmee valt alles op zijn plaats. Eigthy Sixted is geen schilderij over de hemel, over bloemen en dansen en pillen, maar over de verbanning uit het hedonistisch paradijs. Over de leegte achter de bloemenmuur.

En Armstrong is niet de enige.

Wie met het besef van leegte en vernietiging in zijn hoofd opnieuw langs de kunstwerken van Twisted loopt, ziet dat het leed al eerder naar binnen is geslopen. Een papierwerk van David Thorpe, waarop drie enorme, helverlichte flats staan tegen een openbrekende lucht heet Ready to Burn. Op zijn collage Life is splendid (2000) staan drie minuscule silhouetten op een bruggetje. Ze juichen niet – ze staan op het punt om te springen. De vogels op Dead-Eyed Bird Blast (1997) van Fred Tomaselli zijn geen vrolijk fladderende vrienden, maar worden als door een kanon de lucht ingeschoten. Op de plek van hun ogen zitten pillen, als in een ultieme bad trip. En de verwrongen koppen op de doeken van Chris Finley, die je aanvankelijk voor onbekende stripfiguren hield, doen denken aan de computerverwrongen hoofden in de bekende videoclip Black Hole Sun van Soundgarden, een nummer over de apocalyps.

En plotseling besef je wat Twisted zo ongemakkelijk maakt. Dat is niet de afwezigheid van mensen, maar het feit dat de onzekerheid en gekte, die achter de kleurige façade heerst, ze uit het paradijs verdreven heeft. Precies zoals achter de vredige façade van de Amerikaanse hippiewereld ineens een Charles Manson bleek te schuilen, die in 1969 op gruwelijke wijze de actrice Sharon Tate en haar gasten vermoordde.

Niet iedere deelnemer weet deze dubbelzinnigheid te vangen. Zelfs tegen deze angstige achtergrond blijft het werk van Sharon Ellis artificieel gefröbel en zijn de koppen van Chris Finley, hoe apocalyptisch ook, niet meer dan vlakke stripplaatjes. Aan de andere kant: wie zijn roze zonnebril heeft afgezet ziet ineens dat de werken van Michael Raedecker verre van zonnig zijn, eerder aards en somber – en daar worden ze veel prachtiger van.

Dat is ook meteen de waarde van deze tentoonstelling. Twisted is een devil in disguise. De werken van kunstenaars als Armstrong, Broek, Morris, Raedecker verleiden de toeschouwer met beelden die even sprookjesachtig en feeëriek zijn als de droomwerelden uit reclame, internet en computerspelletjes. Maar deze kunstenaars kijken verder. Deze kunstenaars aanvaarden niet, roeien niet mee met de stroom, maar durven vragen te stellen over de waarde van de Brave New World, over de maakbaarheid van het paradijs – en tonen zelfs een glimp van de valse keerzijde. Door die glimp ziet de toeschouwer hoe moeilijk de mens en het paradijs zich laten verenigen. Als toeschouwer mag je er naar kijken, van een afstandje, in een oude kantine, aan de rand van een vervallen arbeiderswijk in Eindhoven. En huiveren.

Twisted; Urban and Visionary landscapes in contemporary painting. Van Abbemuseum entracte. Vonderweg 1, Eindhoven. Di t/m zo 11-17u. T/m 26 november. Catalogus: Uitg. Nai, 80 blz. Prijs ƒ55,-.