`Helder' zou best eens wat rommeliger mogen

Beeldend kunstenaars Rosemin Hendriks (1968), Wouter van Riessen (1967) en Aafke Bennema (1965) studeerden samen aan de kunstacademie in Arnhem, en kregen sindsdien vaak van anderen te horen dat hun werk aan elkaar verwant is. Het drietal besloot daarom een gezamenlijke tentoonstelling te organiseren en noemde die Helder, naar de heldere lijnen die hun werk bevat. Ze kozen elk ook weer een andere kunstenaar uit met wie ze zich verwant voelen, om zo `de thematiek te verruimen'. Dat werden respectievelijk Juul Kraijer (1970), de Duitse Leif Trenkler (1960) en schilderes Klaasje Vroon (1959).

De schilderijen en tekeningen die nu in twee zalen van het Dordrechts Museum hangen, zijn allemaal `helder': van kleur, van vorm en van onderwerp. Door de maker zijn steeds duidelijke keuzen gemaakt. Dat is prettig, maar zo'n in het oog springende visuele verwantschap is nog geen garantie voor een boeiende expositie. In sommige hoeken van de zaal slaan twee van die kraakheldere voorstellingen elkaar plat, in plaats van elkaar te verlevendigen. Apart of in een rommeliger omgeving zouden de doeken waarschijnlijk beter tot hun recht komen. De catalogusteksten maken het geheel er niet spannender op: daarin mogen de kunstenaars de finesses van hun onderlinge band nog eens herkauwen in uitgebreide interviews, wat nietszeggende opmerkingen oplevert als `Wij drieën hebben een grote aandacht voor de formele vorm' (Wouter van Riessen).

De persoonlijke favorieten van de schilders lijken een beetje lukraak te zijn gekozen. Wouter van Riessen en Leif Trenkler zijn bevriend, maar grote artistieke overeenkomst viel er voor mij niet tussen hen te bespeuren. Rosemin Hendriks koos voor Juul Kraijer, wiens grote, naakte vrouwen juist weer de getekende zusjes lijken van de vrouwen op de olieverfdoeken van Klaasje Vroon.

Niettemin hangt er op Helder veel moois. Door de hele ruimte staren de prangende ogen van Rosemin Hendriks je aan. Hendriks varieert op haar tekeningen de kapsels (halflang haar, stekeltjes, een scheef pagekopje) en de pupillen (zwart, grijs met wit cirkeltje), maar verder is zij het steeds onmiskenbaar zelf, met haar fijne, langwerpige gezicht, kattenogen en volle lippen. Hendriks heeft een hit gescoord met deze zelfportretten in houtskool en conté (een krijtsoort): ze verkoopt ze als zoete broodjes aan particulieren en aan instellingen als de Artotheek in Den Haag en de Universiteit van Amsterdam. Aan dit grote succes kleeft wel het risico dat de kunstenares haar handelsmerk nu niet meer los zal durven laten, om verder te kunnen gaan. Op de zelfportretten tussen 1997 en 2000 is wel wat afwisseling zichtbaar, maar geen duidelijke ontwikkeling.

Bij Wouter van Riessen hoeft niemand zich daar zorgen over te maken. Van Riessen is ook gefascineerd door zijn eigen beeltenis, maar haalt daar telkens een andere, verrassende grap mee uit. Hij zet zichzelf op de foto met Kermit de kikker, naast een raam waar een Vermeer-achtig zonlicht doorheen valt (Zelfportret, 1998), of schildert voor zijn eigen gezicht twee gemene, harkerige poppen, waarvan er eentje zijn wenkbrauw eraf trekt (Zelfportret met twee poppen I en II, 2000). Van Riessen gebruikt een computer voor het voorwerk van deze acryl-schilderijen, die daardoor krasjes noch klodders bevatten en er net zo strak uitzien als een Dick Bruna-tekening. Zijn eigen, broze gestalte vormt de rode draad door heel zijn vrolijke oeuvre, maar dat belemmert hem op geen enkele manier.

Juul Kraijer tekent aldoor vriendelijke, naakte reuzinnen, en brengt in dat thema slechts subtiele veranderingen aan. Toch wordt het nergens saai. Een van de vrouwen staat rechtop en schrijft met rode inkt haar linkerpols vol in een onleesbaar krullenschrift. Haar rechterbeen heeft ze al helemaal gedaan (Zonder titel, 1998-99). Bij anderen is het kolossale lijf begroeid met een landschap van dennenboompjes, bergen en wolken. De tekening waarmee Helder wordt afgesloten is van een gehurkte vrouw wiens hele middenrif is weggevaagd: waar anderen buik en borsten hebben, heeft zij enkel een helwit gat (Zonder titel, 2000). In plaats van helder zijn Kraijers lijnen schetsmatig, maar juist die aarzeling maakt haar werk zo boeiend.

Tentoonstelling: Helder, t/m 19-11 in: Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Open di-zo, 11-17 u.

Tel: (078) 648 21 48.