Hamlet en de euro

TE ZIJN OF niet te zijn, dat is de vraag. Twijfel houdt Denemarken in zijn greep, niet alleen in Hamlets Helsingør, maar ook als het gaat om toetreding of geen toetreding tot euroland. In 1992 hielden 46.000 stemmen Denemarken af van deelname aan de Economische en Monetaire Unie en belandde het toenmalige Europese monetaire stelsel in een langdurige, chaotische wisselkoerscrisis, die eigenlijk pas in 1993 was bezworen. Gisteren was het stemverschil waarmee de Deense bevolking de euro afwees groter en bleven de Europese valutamarkten onverschillig. Wel heeft de centrale bank van Denemarken de rente vanmorgen een half procentpunt verhoogd om speculatie tegen de Deense kroon te voorkomen. Denemarken betaalt een prijs voor zijn afwijzing van deelname aan de euro.

Het schouwtoneel in Denemarken is tamelijk treurig. Het politieke, economische en financiële establishment, de overgrote meerderheid van het parlement, de organisaties van werkgevers, werknemers, de gevestigde media, allemaal waren ze voorstanders van deelname aan de euro. De reden hiervoor was eenvoudig. Denemarken houdt de koers van zijn munt gekoppeld aan die van de Europese munt. Wegens de onzekerheid dat de kroon de koppeling met de euro zou loslaten, is de Deense rente niettemin hoger dan die in euroland. Denemarken heeft wel een zetel, maar geen stem in het stelsel van Europese centrale banken. Het Deense bedrijfsleven hecht aan stabiliteit van de munt en mikt op integratie met de grote Europese markt. Dan kan een land beter besluiten mee te doen dan invloedloos langs de zijlijn blijven staan.

DE DEENSE tegenstanders van de euro betwisten de monetaire voordelen nauwelijks, maar hebben een zwerm van andere argumenten in stelling gebracht. Over de toekomst van de Deense verzorgingsstaat, de pensioenen, de emancipatie, de eigenheid. En hoezeer voorstanders van de euro ook geprobeerd hebben om die te ontzenuwen, de grondzee van anti-sentimenten bleef overheersen. De voortdurende koersdaling van de euro ten opzichte van de dollar heeft aan de negatieve beeldvorming over de euro in Denemarken minder bijgedragen dan het geval is in Groot-Brittannië. Door de koppeling aan de euro is de Deense kroon even hard gezakt ten opzichte van de dollar, anders dan het Britse pond.

Ook al is het economische gewicht van Denemarken op het geheel van de Europese Unie beperkt, voor euroland is de bewust gekozen ballingschap van de Deense kroon een veeg teken. Ten eerste blijkt bij een mondig en goed geïnformeerd publiek de euro ruim anderhalf jaar na zijn invoering over onvoldoende aantrekkingskracht te beschikken. Ten tweede zou een Deens `ja' de weg naar Zweedse en uiteindelijk Britse deelname aan de muntunie openen. Dat is nu twijfelachtig. Ten derde kan de Europese Centrale Bank de stem van een land met een traditie van monetaire degelijkheid maar al te goed gebruiken.