Gorilla

Max en Vera hadden een bril waarmee ze door elkaars kleren heen konden kijken. Ze hadden hem op straat gevonden. Max kon met de bril Vera in haar blootje zien, en andersom Vera Max. Toen ze het allebei een paar keer hadden gedaan, wisten ze het wel. Toen kwamen ze op het idee eens met de bril op naar de burgemeester te gaan. Die woonde toch om de hoek en zijn vrouw had zeven poedels.

De burgemeester had een groot huis. Er stond een hoog hek om de tuin heen. Max en Vera moesten met z'n tweetjes duwen om de poort open te krijgen. Daarna liepen ze op hun tenen over het lange grintpad naar de voordeur. Max had de bril op. Met één hand hield hij hem vast. De bril was zwaar namelijk. Met zijn andere hand hield hij Vera vast. Het rare van de bril was dat je er wel mee door kleren kon kijken, maar dat je er verder niets door zag behalve mist.

Ze kwamen bij de deur. Het was een brede, houten deur. In het midden hing een koperen klopper. Vera kon er maar net bij. Ze rammelde eraan. Binnen begonnen poedels te blaffen. Max en Vera deden een stapje achteruit.

De deur ging open.

En daar stond hij.

De burgemeester.

Het was een dikke, grote man, de burgemeester. Hij had een rond hoofd met rode wangen. Hij kon enorm plechtig kijken. Dat deed hij nu.

Eerst naar Vera, en toen naar Max met de bril. ,,Kinderen,'' zei hij met zijn burgemeestersstem.

Vera haalde diep adem.

Max keek door de bril. De burgemeester stond perfect in beeld. Max kon hem van top tot teen bekijken. In zijn blootje zag de burgemeester er heel anders uit dan Max gedacht had. Hij had overal kwabben en plooien, om te beginnen, maar vooral ook heel veel haar.

Ontzettend veel haar.

Op zijn borst en zijn schouders en op zijn buik en daaronder en op zijn benen, en zelfs op zijn knieën - overal had de burgemeester donker krullend haar, zo dik als een vacht. Behalve op zijn hoofd, daar had de burgemeester niets, want hij was kaal. Daarom droeg hij een hoed, want het was in heel het dorp bekend dat hij als de dood voor verkoudheid was.

,,Jongelui, kinders,'' herhaalde de burgemeester met zijn barse stem, ,,waar kan ik jullie mee helpen?''

Vera keek naar Max. ,,We hebben een...euh...bril gevonden,'' begon ze, ,,en het is euh...''

,,Een bril?'' vroeg de burgemeester. ,,Daar moeten jullie mee naar gevonden voorwerpen, bij de politie.'' Hij wilde de deur dichtdoen.

,,Het is een rare bril,'' zei Max nu.

,,Een hele rare,'' viel Vera hem bij, ,,mag ik hem even op Max?''

Max deed de bril af en gaf hem aan Vera. De burgemeester keek verbaasd toe. Ergens achter hem in het huis blaften de poedels van zijn vrouw. Jammer dat die niet ook even naar de voordeur kwam, dacht Max. Zou die ook zoveel haar hebben overal? Hij kon het zich niet voorstellen. Vera zette de bril op.

En toen barstte ze in lachen uit.

De burgemeester werd knalrood. Hij voelde dat Vera om hem lachte.

Dat was verschrikkelijk. Burgemeesters kon je niet zomaar uitlachen. Hij zette een kwade stap naar buiten. Hij liep op zijn sokken. ,,Wat drommel kind," gromde hij, ,,wat is er aan de hand? Wat is dat voor bril?''

,,U lijkt wel een gorilla,'' gilde Vera opeens. Het was eruit voor ze het wist. Ze had er ook meteen spijt van. Misschien dat de burgemeester in een vorig leven aap was geweest, nu was hij toch echt burgemeester. Daar kon je niet tegen zeggen dat hij een gorilla was.

De burgmeester griste met een machtig gebaar de bril van Vera's neus. Max trok haar mee, het grintpad op. Hij schudde van het lachen. De burgemeester keek naar de bril in zijn handen. Achter hem in de deuropening verscheen zijn vrouw. Hij draaide zich om.

,,Wat een enige bril Joop,'' kraaide de burgemeestersvrouw meteen,

,,hoe kom je daar aan?''

De burgemeester bloosde van oor tot oor. Niet alleen wist hij nu waarom Max en Vera hem een gorrilla hadden genoemd, hij zag ook zijn vrouw eens met andere ogen.