Een volk dat langzaam de wereld ontdekt

Zoals de meeste Sovjet-schrijvers van zijn generatie trekt Juri Rytchëu zich het lot aan van volksgroepen die met verdwijning worden bedreigd. In dit geval: de Tsjoektsjen.

Zoals je in Nederland Belgenmoppen hebt, zo heb je in Rusland moppen over Tsjoektsjen. De Tsjoektsjen zijn een met de Eskimo's verwant volk dat het meest onherbergzame gebied ter wereld bewoont, de uiterste noordoostpunt van Kamtsjatka. Het is een volk dat nog geen vijftienduizend zielen telt, en waarom juist zij het mikpunt zijn geworden van het Russische superioriteitsgevoel is onbekend. In ieder geval heeft dit volk één schrijver voortgebracht, Juri Rytchëu (geboren in 1930), die in het Russisch schrijft en van wie nu voor het eerst een roman is vertaald: Droom in de poolnevel, dat overigens reeds van 1968 dateert.

De titel van het boek en de aankondiging van de uitgever over een `mythologisch verhaal over het leven boven de poolcirkel' wekken de indruk dat het hier gaat om een poëtisch verhaal vol mythische lagen. Die indruk is onjuist. Droom in de poolnevel is een traditionele historische roman die met beide benen in het realisme wortelt en toevallig gaat over een volk dat in mythen gelooft.

Het gegeven is eveneens traditioneel: een westerling, de Canadees John MacLennan, raakt tijdens een poolexpeditie met een schip in 1911 zo zwaar gewond dat hij door de plaatselijke Tsjoektsjen naar een ziekenhuis moet worden gebracht, twee weken met de slee ver. Halverwege de reis verslechtert zijn toestand, zodat de Tsjoektsjen zich genoodzaakt zien hem door een van hun medicijnvrouwen te laten behandelen. Deze amputeert buitengewoon bekwaam de meeste van zijn vingers waarna hij wordt teruggebracht naar de kust om daar te ontdekken dat zijn schip is vertrokken. Hij wordt door de Tsjoektsjen enigszins argwanend opgenomen. Wat moet een blanke man zonder vingers temidden van vissers en jagers in een landschap van sneeuw en ijs? MacLellan blijkt echter een taaie, die zich met behulp van enkele door de Tsjoektsjen vervaardigde hulpstukken aardig weet te handhaven. Hij wordt helemaal een van hun wanneer hij door een jonge weduwe en haar kind in haar tent wordt opgenomen en bij haar enige kinderen verwekt.

Droom in de poolnevel is het verhaal van een westerling die, zij het onvrijwillig, `native gaat'. En die zich langzamerhand zo aanpast aan de nieuwe omstandigheden, dat de gedachten aan zijn vroeger leven steeds onwerkelijker worden en hij ten slotte niet meer te vermurwen is mee terug te gaan. Zelfs niet – in een prachtige scène – door zijn eigen moeder, die hem na jaren heeft weten op te sporen.

Rytchëu beschrijft zeer gedetailleerd – het lijkt in dit opzicht soms net Robinson Crusoe – hoe de Tsjoektsjen op jacht gaan, hoe ze hun voedsel voor de winter bewaren, hoe hun tenten eruit zien, hoe zij samenleven en hoe ze hun goden aanbidden. Hij laat de gebeurtenissen op twee manieren zien, door de ogen van MacLellan, die zich verbaast over de gewoontes van de Tsjoektsjen, en door de ogen van de Tsjoektsjen die zich verwonderen over de manieren van hun nieuwe dorpsgenoot. Deze vertelspagaat werkt uitstekend, de lezer krijgt begrip en sympathie voor beide partijen, zonder dat een van hen wordt geïdealiseerd.

Zoals de meeste Sovjet-schrijvers van zijn generatie trekt Rytchëu zich het lot aan van volksgroepen die met verdwijning worden bedreigd en met levensvormen die verloren dreigen te gaan. Op subtiele wijze laat hij zien hoe de moderne tijd in het leven van de Tsjoektsjen binnendringt – ze kopen (in 1912!) onder leiding van MacLellan zelfs een sloep met buitenboordmotor, maar raken ook verslaafd aan het `pretwater'.

Door het boek te situeren in de jaren vlak voor de revolutie heeft Rytchëu het handig vermeden de verworvenheden van het socialisme te moeten prijzen. Het zijn voornamelijk Amerikanen en Canadezen uit het nabije Alaska die de Tsjoektsjen bezoeken, Rusland speelt slechts op grote afstand een rol. Het boek eindigt in 1917, met de eerste berichten over het afzetten van de tsaar en over Lenin.

Hoewel Droom in de Poolnevel een werk is vol antropologische wetenswaardigheden is het toch in de eerste plaats een – heel geslaagd – literair werk. Het is een goed geschreven en vaak spannend verhaal, met als enige tekortkoming een wat schematische psychologie.

Het maakt benieuwd naar een eventueel vervolg, over de Tsjoektsjen in de sovjetperiode, dat dan ook weer door Arie van der Ent even soepel zou moeten worden vertaald.

Wel volop mythisch is een tweede werk van Rytchëu dat onlangs is verschenen. Als de walvissen vertrekken behelst de scheppingsmythe van de Tsjoektsjen. Het is het verhaal van de eerste vrouw Nau die de liefde opwekt van de walvis Reu. Reu verandert door de kracht van de Liefde in een mens. De eerste kinderen die Nau hem baart zijn nog walvissen, pas later komen er mensenkinderen uit haar schoot. Als de walvissen vertrekken is het relaas van een volk dat langzaam de wereld ontdekt en zichzelf steeds meer vragen gaat stellen. Elke volgende generatie is weer minder geneigd klakkeloos te aanvaarden wat voor vorige generaties vanzelfsprekend was. Men gaat erop uit om zelf de wereld te verkennen en onvermijdelijk komt het ogenblik dat de mensen niet langer geloof hechten aan het verhaal dat de walvissen de broeders van de mensen zijn.

Het moment dat de mens voor het eerst een walvis doodt, betekent de zondeval van het volk der Tsjoektsjen. Daarna is het nooit meer helemaal goed gekomen en leerden de mensen honger en ziektes kennen, dingen die vroeger, doordat zij in de meest letterlijke zin één met de natuur waren, aan hen voorbijgingen.

Rytchëu's novelle is een originele bijdrage aan het milieudebat in Rusland in de jaren tachtig. In die tijd drong het besef door dat het tot dan toe gevoerde milieubeleid rampzalig was. Veel schrijvers hebben in die tijd op de een of andere manier het thema mens-natuur een plaats in hun werk gegeven. Als de walvissen vertrekken doet dat in de vorm van een sprookje met als moraal: zodra de mens zichzelf niet meer als deeltje, maar als heer en meester van de natuur beschouwt, wordt dat zijn ondergang.

Juri Rytchëu: Droom in de poolnevel. Uit het Russisch vertaald door Arie van der Ent.

De Geus, 304 blz. ƒ49,90

Juri Rytchëu: Als de walvissen vertrekken. Uit het Russisch vertaald door Arie van der Ent. De Geus, 171 blz. ƒ20,–