Een sympathieke en dappere moordenaar

Twee acteurs kwamen op hetzelfde idee: een toneelstuk maken naar Marcel- lus Emants' roman `Een nagelaten bekentenis'. Ze vonden het alletwee een prachtig boek, maar om heel verschillende redenen

Yvonne van den Hurk (41) en Ger Thijs (51) botsten in de Hema. Ze waren op hetzelfde idee gekomen: Een nagelaten bekentenis, de roman van Marcellus Emants uit 1894, op het toneel te brengen. Yvonne van den Hurk had Ger Thijs op de radio horen vertellen van zijn plan. Ze was onprettig verrast. Thijs wist nog van niets, tot Van den Hurk hem in de Hema aansprak. ,,Ik reageerde op mijn beurt geprikkeld. Moet je in Nederland dan altijd je plannen stil houden, dacht ik,' zegt Ger Thijs maanden later. ,,Anders gaat er blijkbaar meteen iemand mee aan de haal.' Inmiddels weet hij dat Van den Hurk al heel lang van plan was iets met het boek te doen. Op amper een paar honderd meter afstand van elkaar, rond de Amsterdamse Rozengracht, repeteren Van den Hurk en Thijs nu hun Nagelaten bekentenissen. Beiden maakten een script van het boek en acteren nu zelf in hun stuk. Thijs' regisseur is Frans Strijards, Van den Hurk vroeg regisseuse Anny van Hoof en actrice Nelleke Zitman voor haar bewerking.

Voor Yvonne van den Hurk is het boek van Emants een levenslange liefde, voor Ger Thijs een toevalstreffer, een vondst. Yvonne van den Hurk, bij de meeste mensen vooral bekend als `Pam' uit de tv-serie Pleidooi en als chauffeuse uit Taxi, noemt zichzelf `groot Emants-fan'. Marcellus Emants publiceerde aan het eind van de negentiende eeuw naturalistische romans en een enkel toneelstuk naar het voorbeeld van Emile Zola. Hij wilde echte mensen scheppen, in plaats van `helden wier aderen met deugd in plaats van bloed zijn gevuld', mensen met goede en slechte kanten. Hij trachtte hun karakter, bepaald door erfelijke factoren, te analyseren en aan te tonen en te verklaren hoe `ontzenuwende' omstandigheden hen naar de ondergang dreven.

Yvonne van den Hurk ontdekte Emants vijftien jaar geleden. Ze kocht het relaas van Willem Termeer, moordenaar, degéneré, toevallig voor vijf gulden in de ramsj. Ze was meteen diep onder de indruk, van Emants' beeldende taal, en van zijn hoofdfiguur die ze `moedig' noemt. Van den Hurk: ,,Ik ben toen zoveel mogelijk van en over Emants gaan lezen en verzamelen. Laatst nog hoopte ik op een veiling een paar handgeschreven regeltjes van hem te bemachtigen, maar zijn hele pak brieven ging weg voor f15.000 naar het Letterkundig Museum in Den Haag.'

In Een nagelaten bekentenis doet Willem Termeer verslag van zijn miserabele leven, zijn liefdeloze jeugd, zijn onmacht om contact met andere mensen te maken en zijn voortdurende pogingen gelukkig en `normaal' te worden. Dat resulteert uiteindelijk in de moord op zijn vrouw. Zijn slappe karakter en zijn omstandigheden maken Termeers streven naar geluk hopeloos. Het knappe en benauwende van het boek is, behalve de beeldende stijl, dat je je, ondanks je ergernis, volledig met de man gaat identificeren, en hem groot gelijk geeft.

,,Willem Termeer blijft hopen, proberen, zoekt een uitweg. Dat maakt hem toch sympathiek, en dapper', zegt Van den Hurk. ,,Hij denkt bijvoorbeeld: ik zal maar trouwen, want dat doet iedereen. Misschien word ik dan tevreden. Dat gevoel - wat iedereen doet, zal wel goed zijn - kennen we allemaal. Ikzelf ben bijvoorbeeld bewust kinderloos, toch denk ik soms even: zou ik iets fundamenteels mislopen?'

Beter mens

Ger Thijs, tot voor kort artistiek leider van het Nationaal Toneel in Den Haag en nu weer acteur en regisseur, ziet het een beetje anders: ,,Termeer trouwt met als belangrijkste intentie `alles voor haar'. Hij hoopt door zelfopoffering een beter mens te worden. Dat kun je helemaal niet, denk je als lezer al meteen. En na de eerste tegenslag, zijn toekomstig schoonvader oppert bedenkingen, is het inderdaad al meteen: zie je wel, ze houden niet van me.' Termeer mokt voort. Toch, vindt ook Thijs, schuilt er kracht in de man. ,,Hij durft zichzelf `onbeduidend' te noemen. Hij is slap en toch energiek: steeds weer neemt hij zich voor dat er iets moet veranderen. Een echt Hollandse held, met die combinatie van zelfover- en onderschatting.'

Ger Thijs spreekt laconieker dan Van den Hurk over Emants, maar wel met respect. Hij verwijst voortdurend naar andere auteurs, Houellebeq, Dostojevski, Ibsen, waardoor Emants iets weg krijgt van een toevallige passant, een gelukkige ontmoeting. Zijn ontdekking van Emants, zegt hij, ,,maakt deel uit van mijn zoektocht naar de Nederlandse letteren'. Eerder bewerkte hij Couperus voor toneel en hij is nu ook bezig met Max Havelaar van Multatuli. Als Limburger moest Thijs van de Nederlandse literatuur vroeger niets hebben: ,,Dat was iets van boven de rivieren, voorbehouden aan die mensen daar, met mij had het niets te maken.'

Aanvankelijk was Thijs van plan een stuk te baseren op de Verjaardagsverzen van Ted Hughes voor zijn vrouw Sylvia Plath, die zelfmoord pleegde. ,,Bij nadere bestudering vond ik die poëzie, hoe mooi ook, teveel een vergoeilijking. Ik kon er niets mee. Maar ik wou per se iets met het thema: vrouwen die door mannen sterven. Of ze nou vermoord worden of de hand aan zichzelf slaan. Ik ging op zoek naar overige dode vrouwen.' Na de eerste, `nog wat moeizame' zestig pagina's van Een nagelaten bekentenis las Thijs ademloos door.

,,Het thema zit me hoog, zoals het alle mannen hoog zou moeten zitten. Mannen en vrouwen leven in een volstrekt andere wereld. Het verschil is onoverbrugbaar, ik merk het elke dag weer. Je leeft met elkaar, maar in wezen begrijp je niets van de ander.' Daarnaast vindt Thijs de sfeer van het boek bij de huidige tijd passen. ,,Ik ben opgegroeid met begrippen als naastenliefde en mededogen. Maar solidariteit is uit de mode. Gewetenloosheid viert hoogtij.'

Thijs brengt de roman, die in de ik-vorm geschreven is, als een monoloog. Hij speelt Willem Termeer zelf. Thijs' ingrijpen bleef beperkt: hij schrapte de uitweiding over Termeers' jeugd en verving de naam van zijn vrouw, Anna, door Emma. Thijs: ,,Anna, zo heet mijn dochtertje. Die naam gebruiken kon ik niet. Het leek me vragen om moeilijkheden.'

`Aan de tekst prutsen' kwam niet in zijn hoofd op. Thijs' vertrekpunt is respect voor Emants' taal, `die is zo mooi hard'. In Thijs' visie moeten talent en kunnen van acteurs altijd zoveel mogelijk in dienst staan van de tekst. ,,Alleen met sommige woorden heb ik moeite, bijvoorbeeld als Termeer, voor de spiegel staand, het woord `vermoorden' gebruikt. Dat vind ik zo'n stripverhalenwoord.' Thijs, die in zijn monoloog oude formuleringen als `ten naastenbij' en `ziende dat' handhaaft, roemt ook de `onontkoombare' opbouw van het boek. ,,Het is als een streep geschreven. Daarom is het onmogelijk op het toneel met de moord te beginnen.'

Meiden

Het stuk van Yvonne van den Hurk, dat Moord, een bekentenis gaat heten, opent na een kort inleidend gesprekje wel met de moord. Van den Hurk geeft de meiden een stem, de beroemde meiden uit Emants' beginzinnen: ,,Mijn vrouw is dood en al begraven. Ik ben alleen in huis, alleen met de twee meiden.' In het boek worden ze daarna nog maar sporadisch genoemd. ,,Doel- en willoos' dwaalt Termeer door zijn huis, ,,waarin alleen het onverschillig schuwe gefluister van twee meiden rondwaart als het verre gepraat van bewakers om de cel van een afgezonderde krankzinnige.'

Van den Hurk maakt de meiden medeplichtig. Ze weten wat er is gebeurd, sloegen de vergiftiging door het sleutelgat gade, maar halen dokter noch politie. Van den Hurk: ,,Ze grijpen in door iets niet te doen. Waarom? Als na het leven van mevrouw dat van meneer eindigt, is ook hun leven voorbij. Het zijn ook een soort schikgodinnen, ze sturen de gebeurtenissen.' In Van den Hurks bewerking diende de ene meid mevrouw en vindt meneer een onmens, de ander diende meneer en houdt van hem.

Yvonne van den Hurk, die enthousiast en vlinderig praat, deed tien jaar geleden al een poging Een nagelaten bekentenis op het toneel te brengen. Met Hein van der Heijden, die de Termeer speelde, en met haarzelf als Termeer's vrouw. ,,Dat werkte niet. Ik heb zoveel meer met die man, ik wou me in hem verplaatsen, niet in haar. En het boek was me toen nog te heilig. Inmiddels durf ik het wel te bewerken.'

Van den Hurk speelt de meid van meneer, die het voor hem opneemt, zijn geschiedenis vertelt en geregeld in zijn huid kruipt. ,,Vanuit de meiden kun je alles laten zien, ook de bijfiguren zoals Termeers liefje, Carolientje, die hij voor haar attenties betaalt. Ik vind het bovendien winst dat het verhaal nu door vrouwen kan worden gedaan. Mannenrollen zijn er genoeg. Hierna heb ik zelf schrijfplannen, en dat zal weer over vrouwen van mijn leeftijd gaan. Even niet de jongeren, even niet de mannen.'

Net als Ger Thijs vindt Van den Hurk de taal van Emants ,,van een ontontkoombare kracht, zwartgallig en toch humoristisch,' maar haar bewerking is directer, de zinnen zijn korter, iets van het bespiegelende karakter is verdwenen. Wel heeft ook zij het bijvoorbeeld nog over `een bolbleek gelaat' en `een golf van kracht' die aderen `doorstuwt'.

Ger Thijs verkeert in een priller repetitie-stadium dan Van den Hurk. Hij is nog doende de figuur van Willem Termeer te doorgronden.,,Morgen gaan we meubels kijken', zegt hij, ,,voor het decor.' Op de moord is Termeer trots, stelt Thijs, maar hij kan het niemand vertellen. ,,Pas als hij een fotootje van zijn vrouw vindt, van vroeger, krijgt hij spijt. Dan is hij ineens in staat haar los van zichzelf te zien, als een persoon met meer dan de functie hem zijn vrijheid te ontnemen.' Een ding vindt Thijs voorlopig nog geheel onbegrijpelijk: Termeer houdt niet van zijn kind. Als het op anderhalfjarige leeftijd sterft, is hij blij. ,,Dat', zegt Thijs, ,,is verbijsterend.' En na een korte stilte: ,,Emants had geen kinderen. Wellicht kon hij er zich daarom wèl iets bij voorstellen.'

Emotie

Zoals de meiden van Yvonne van den Hurk in de andere figuren stappen, wil Thijs zijn voorstelling `transparant' maken door te experimenteren met de vertelvorm. ,,De 'ik' hoeft niet steeds Termeer zelf te zijn. Het kan ook iemand van een andere generatie zijn, een ver familielid, die de bekentenis heeft gevonden. Zo ontstaat naast Termeer een aparte verteller. Ook kan Termeer af en toe met 'hij' worden aangeduid.' Thijs wil zwenken van de bespiegeling over de emotie naar de emotie zelf. Emants is dat in zijn roman soms ook gelukt, ondanks het ik-perspectief. De beste scène vindt Thijs het afluisteren door Termeer van zijn vrouw en de buurman, een slijmerige ex-dominee, die haar voor zich tracht te winnen. Thijs: ,,Zonder buiten Termeer te treden, slaagt Emants er in de vrouw menselijk te maken. Onbespied is ze ineens een echt mens, dat haar best doet voor haar huwelijk.' Met de moordscène, beginnend met een blaker die klaarstaat in de gang, schreef Emants volgens Thijs `je reinste suspense'.

Voor Yvonne van den Hurk is de kernzin van het boek: ,,Alles is illusie, maar illusie is alles.' Zij heeft haar stuk zo willen vormgeven dat het publiek voortdurend moet raden wat er gaande is en wie van de meiden gelijk heeft. Het decor `suggereert een souterrain'. Van boven klinkt gestommel – zonder dat duidelijk is wat die geluiden betekenen. Loopt Termeer daar rond? Heeft hij een vrijage met `zijn' meid? En waarom slijpen de meiden tijdens de voorstelling zo uitvoerig een mes?

Yvonne van den Hurk noemt Emants zonder aarzeling `de Nederlandse Tsjechov'. ,,Net als Tsjechov geeft hij iedereen, tot in het kleinste karakter, een eigen gezicht, een stem.' Ger Thijs vindt dat Emants en Tsjechov niets gemeen hebben: ,,Emants is deterministisch, een naturalist. Tsjechov is ook wel een zeurpiet, maar zijn personages hebben een vrije keuze. Bij Emants weet je, net als bijvoorbeeld bij Herman Heijermans, waar je aan toe bent. Als er een losbol wordt aangekondigd, komt er een slordig type binnen, die meteen een kruikje jenever uit de kast trekt. Maar bij Tsjechov draagt zo'n losbol dan ineens een pak en een brilletje en een kop thee en zegt iets keurigs. Tsjechov werkt met raadsels, Emants is eenduidig.'

Ger Thijs en Yvonne van den Hurk verzoenden zich onlangs op de reünie van hun toneelschool in Maastricht. Sindsdien zijn ze benieuwd naar elkaars versie van Een nagelaten bekentenis. ,,In feite is het één stuk', zegt Thijs. ,,Ik zei al tegen Yvonne: laten we bij elkaar langs gaan. Dan kom ik even oplopen bij jou, als Willem Termeer dan. Misschien, zei Yvonne. Maar dan niet op de première.'

`Moord, een bekentenis' door Yvonne van den Hurk bij `t Bos Theaterprodukties. Première op 30/9 in de Toneelschuur, Haarlem. Tournee. Inl. 020-4211441 of www.tbos.nl. `Een nagelaten bekentenis' door Ger Thijs bij het Nationaal Toneel. Vanaf 4/11 in Den Haag, première in Theater aan het Spui. Tournee. Inl. 070-3181444. Op 8/10 worden tijdens het Inkt!-festival in Theater Bellevue, Amsterdam, fragmenten vertoond van de voorstellingen, alsmede van een eerdere bewerking door Ton Vorstenbosch.Inl.020-5305301.