De trol

Sinds hij met vervroegd pensioen is, heeft hij tijd voor interessante ontdekkingen. Wie 's ochtends bij wie op de koffie gaat, bijvoorbeeld. En kan hij de hond die bij hem op het stoepje poept op heterdaad betrappen. Ook telt hij de keren die zijn oude buurvrouw dagelijks met tuingereedschap heen en weer gaat over haar paadje. Veertig, minstens. Knerpend door de steentjes in een schoppende cadans. Speurend naar ongerechtigheden. Haar rug gekromd, haar tanden in haar onderkaak geklemd. Zij schoffelt, rommelt onvermoeibaar, plukt blaadjes uit de coniferenhaag, stoft alle spinnenwebben uit de struiken. Zelfs als het regent is zij hardnekkig bezig en knarst het grint, dat aan het einde van de middag weer moet worden aangeharkt. Zo ziet hij op een middag hoe zij met een bezemsteel de laatste blaadjes uit de bomen slaat. Nu begrijpt hij eindelijk hoe het kan, dat sneller dan in andere buurten de winter aanbreekt in zijn straat.