De onttovering van een wonderkind

Met zijn in 1992 verschenen debuut Schlafes Bruder (in het Nederlands verschenen onder de titel Wie liefheeft slaapt niet) oogstte de jonge Oostenrijkse auteur Robert Schneider een succes om duizelig van te worden. Het boek verscheen inmiddels in meer dan twintig vertalingen en er zijn zo'n anderhalf miljoen exemplaren van verkocht. De roman vertelt het even overzichtelijke als emotierijke verhaal van een fysiek gehandicapte jongen, een muzikaal genie dat aan het begin van de negentiende eeuw opgroeit in een achterlijke dorpsgemeenschap waarin zijn talent uiteraard onbegrepen blijft. Hij gaat ook nog eens ten onder aan liefdesverdriet. De sfeer in dit boek is mystiek en spiritueel, op de rand van het sentimentele. Het is geschreven in een origineel-archaïsche stijl, die balanceert op de grens van een hallucinerende virtuositeit en een ronkende aanstellerigheid. Behendig geconstrueerde kitsch of grote literatuur? Terwijl de critici zich over deze vraag het hoofd braken, spoedde het publiek zich naar de kassa.

De luchtwandelaarster is als vervolg op Schlafes Bruder het tweede deel van een trilogie waarvan het slot inmiddels in het Duits is verschenen. De luchtwandelaarster speelt zich evenals het debuut van Schneider af in een dorp dat behoort tot het `Rijnland', een streek met veel Oostenrijkse eigenschappen. En ook ditmaal is de hoofdpersoon een wonderkind, niet in de muziek maar in het leven. De romantisch-historische achtergrond is verdwenen, want deze Maudi Latuhr leeft aan het einde van de twintigste eeuw. Zij gaat niet gemakkelijk door het leven want ze is `tovenares in een onttoverde wereld'. Met haar onuitputtelijke vermogen tot liefde trotseert zij het moderne cynisme. Haar `zeegroene ogen' zijn in staat anderen `te verwarmen met een glans van definitief weten'. Maudi heeft het lichaam van een vrouw, maar de chromosomen van een man. Voor wie het nog niet had begrepen: een uniek mens dat de stem van haar hart volgt, vol vertrouwen is in haar medeschepselen en dat zich daarom als een luchtwandelaarster door de moderne tijd beweegt.

Passanten die door haar worden `aangeraakt' groeien uit tot andere en vooral betere wezens. In dit boek lopen er echter zoveel van deze gelukkigen rond dat Maudi Latuhr voor niet meer dan een prominente bijrol in aanmerking komt. De luchtwandelaarster bestaat voor een groot deel uit de belevenissen van deze nevenfiguren, die nog minder interessant zijn dan zijzelf. Schneider heeft een uitbundige voorkeur voor zijpaden. De vele natuurbeschrijvingen lijken vooral bedoeld te zijn om weer een krullende volzin te kunnen produceren.

Ook in Schlafes Bruder wordt de lezer vaak getrakteerd op proza dat de gedachte oproept: mooi gezegd, maar wat staat er eigenlijk? Die stilistische tierelantijnen zijn daar nog wel te verdragen, omdat ze afgewisseld worden door ironische knipogen. Maar in De luchtwandelaarster werpt Schneider zich op als een waanwijs cultuurcriticus. Van milieuvervuiling en vreemdelingenhaat tot de droeve kwaliteit van televisieprogramma's - het is in deze roman allemaal doelwit van een kritiek die uit niet meer dan modieuze praatjes bestaat. Schlafes Bruder biedt de lezer goed opgebouwd en fraai gestileerd amusement, maar ook dat vakmanschap ontbreekt in dit vervelende boek.

Robert Schneider: De luchtwandelaarster. Uit het Duits vertaald door Tinke Davids.

De Arbeiderspers, 339 blz. ƒ45,-