Artistieke timmerman

De Schiedamse beeldend kunstenaar Paul Beckman, die, naar nu pas bekend is, maandag j.l. in Rotterdam overleed, zou je een ongrijpbare timmerman kunnen noemen, een kunstenaar, vermomd als meubelmaker. Hij laat meubels na, foto's, sculpturen en tekeningen. Jarenlang lag er bij het Centraal Station in Rotterdam een stalen beeld – lelies, afgeleid van de Japanse papiervouwkunst en getint in de kleuren van de tram – dat er verdwaald leek. Beckman liet zich niet vangen door een stijl of een discipline. Hij kreeg een idee, op reis of op straat, maakte een ontwerp, timmerde het eigenhandig in elkaar en verkocht het dan meteen voor een te lage prijs. Misschien zag hij in het Rijksmuseum in Amsterdam het kantwerk, dat in uitvergrote structuur in een houten kamerscherm terecht kwam, en straks een van zijn laatste opdrachten siert, een metalen wand op een plein in Schiedam. ,,Het praktische zit erin gebakken'', zei hij over zijn werk.

Beckman behoorde tot de `armoedzaaiersgeneratie', zoals hij het zelf ooit formuleerde. Zijn wrakkige huis in Schiedam, maakte duidelijk dat daaraan geen einde was gekomen. Op een van zijn beslagen ramen tekende hij eens een opstijgende Boeing. De foto – de schim van een gevaarte in de mist –, afgedrukt op de uitnodiging van zijn eerste tentoonstelling in 1979 in `t Venster in Rotterdam, werd zo goed ontvangen, dat er een vergroting in oplage verscheen.

Weggestuurd van de ambachtsschool, was Beckman aan de slag gegaan in een meubelfabriek. Hij leerde er wat inlegwerk en politoeren was, technieken die hem goed van pas kwamen bij zijn meubels die in 1997/'98 in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam tentoongesteld werden: kamerschermen, vergadertafels, stoelen, een hemelbed. Mooi ambachtelijk gemaakt, esthetisch, kitscherig soms, maar altijd ongewoon. Of het nu Ionische zuilen waren, classicistische timpanen of islamitische ornamenten, Beckman klutste die stijlen in zijn ontwerpen vrolijk door elkaar. Het Romeinse colosseum deed als miniatuur dienst als opbergmeubel.

,,Paul was een eenzame doener'', zegt Wim van Krimpen, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, ,,ten onrechte miskend in de museumwereld.'' De Schiedamse kunstenaar Daan van Golden, die Beckman `mijn broer' noemt, prijst zijn ,,geweldige tekeningen, altijd in Bic-ballpoint op een kladblok. Zijn favoriete foto's gaf hij vaak weg. Onlangs leverde Paul nog grote meubelstukken af, maar hij kon fysiek niet meer arbeiden.'' Als er iets is wat hij probeert uit drukken, heeft Van Golden wel eens gezegd, dan is het `een hunkering naar liefde'. Aan die hunkering kon Beckman door zelfverwaarlozing geen vorm meer geven. Op de aanrecht in diens huis vond Van Golden vorige week nog een pannetje terug uit het bezit van Gerard Reve. Een herinnering aan Schiedamse hoogtijdagen. Met de afbraak van Beckmans kot en diens verhuizing naar Rotterdam kwam aan het leven van deze kunstzinnige timmerman onontkoombaar een einde.