Zand en zoete thee

In de woestijn van Mauretanië ligt een zeshonderd kilometer lange spoorlijn, die de ijzerertsmijn bij Zouerate verbindt met de kust. Het mijnbedrijf probeert van de treinreis een toeristische attractie te maken. Deel 6 in een serie over bijzondere treinreizen.

Zoals zo vaak in Afrika is het niet bekend wanneer de trein vertrekt. ,,Misschien vanavond of vannacht, en anders morgen'', zegt de stationschef in de Mauretaanse kustplaats Nouadhibou. Een paar mannen zijn al uren bezig met het vastbinden van zeven auto's op platte wagons. Ze gebruiken geen moderne spanbanden, maar ijzerdraad. Nadat het om de assen van de auto's is gewikkeld, spijkeren ze het vast aan het treinstel.

De bestemming van de trein is het stadje Zouerate, midden in de Sahara, zeshonderd kilometer verderop. Over het spoor rijden alleen goederentreinen. Reizigers hebben twee keuzes: op de lading klimmen, of iemand zoeken die zijn auto op de trein zet. ,,Als je op de lading reist, krijg je bergen woestijnstof over je heen'', zegt de stationschef. ,,In een auto zit je iets beter.'' In zijn kantoor drinkt de stationschef een glaasje zoete thee. Voortdurend rinkelt de telefoon; mensen willen met hun auto met de trein mee, maar alles is vol.

De `woestijntrein', zoals de Mauretaniërs hem noemen, rijdt sinds de jaren zestig. Het spoor werd aangelegd om ijzererts uit de mijn bij Zouerate naar de kust te vervoeren. De trein, die drie keer per dag rijdt, heeft een lengte van twee kilometer. Vier zware diesellocomotieven trekken de bijna tweehonderd wagons.

Het nationale mijnbedrijf SNIM (Société Nationale Industrielle et Minière) probeert sinds kort van de trein een toeristische attractie te maken. Toeristen kunnen op individuele basis meereizen of een georganiseerde reis boeken. Ook verzorgt de SNIM excursies naar de mijn en naar bezienswaardigheden langs de route. Voordeel van een georganiseerde reis is dat de SNIM een passagierswagon laat aankoppelen.

Maar een passagiersrijtuig is geen garantie voor comfort. Door gebrek aan onderhoud zijn de rails op veel plaatsen verzakt en schudden de wagons als een bezetene. Voordeel is dat er toiletten zijn. Minder fortuinlijke reizigers moeten wachten tot de trein even stopt, of halsbrekende capriolen uithalen en hopen dat er niet ineens een stuk slechte rails komt.

Een zieke kameel, op het station in Nouadhibou, zorgt voor oponthoud. Het beest wil niet uit de wagon waarin hij ligt. Een kraan die even verderop aan het werk is biedt uitkomst. Nadat de kameel met touwen is vastgesjord, wordt hij luid brullend in een pick-up getakeld.

Nadat in de haven de lege ijzerertswagons zijn aangekoppeld, zet de trein zich eindelijk in beweging. Het is vroeg in de avond en de lichtjes van Nouadhibou verdwijnen langzaam uit het zicht. In de duisternis zijn af en toe de vuurtjes te zien van nomaden, die overdag met geiten en kamelen door de woestijn trekken.

Rond het middaguur, na een door het schudden slapeloze nacht, arriveert de trein in Zouerate. Een stad vol rijen eenvoudige, stenen arbeiderswoningen in straten die haaks op elkaar staan. Bomen zijn er niet. De harde woestijnwind raspt over de huid.

De ijzerertsmijn ten oosten van de stad, in een landschap van roodgekleurde rotsen, is de grootste van Afrika. De ijzerertshoudende rotsen worden met dynamiet opgeblazen. Enorme Caterpillar vrachtwagens, waarvan de banden een diameter hebben van drie meter, transporteren de rotsblokken naar de treinterminal.

De Mauretaanse geoloog die ons rondleidt, Deddahi Ould Nocha, rijdt met zijn terreinauto over een onverhard weggetje dat stijl naar beneden de mijngroeve in gaat. Het erts ligt hier aan de oppervlakte, vertelt hij. Tot een diepte van vijfhonderd meter wordt het afgegraven. Ould Nocha zet zijn auto behoedzaam aan de kant wanneer een Caterpillar nadert. ,,We zouden niet de eersten zijn die per ongeluk werden platgewalst.''

De ijzerertsprijs is al jaren aan het dalen. Na de onafhankelijkheid in 1960 dachten de MauretaNiërs dat de mijn hun land rijk zou maken. Maar het kost de grootste moeite om het bedrijf rendabel te houden. ,,Misschien kan het toerisme extra inkomsten opleveren'', zegt Ould Nocha. Maar met enkele honderden toeristen per jaar loopt het niet echt storm.

Langs het traject staan om de paar kilometer rieten hutjes, waarin de spoorbewakers wonen. Een bevoorradingstrein brengt hen wekelijks water en voedsel. Met een walkie talkie waarschuwen de bewakers wanneer de enorme zandduinen dreigen het spoor te blokkeren. Een van de spoorbewakers is de 53-jarige Mohammed Ould Mustafa, een magere man met zwarte tanden en een vlassig baartje. Hij bewoont een hutje tussen Choum en Zouerate.

Buiten klinkt een langzaam aanzwellend geraas. Temidden van een grote stofwolk doemt een geel-groene locomotief op. Het lawaai wordt oorverdovend. Ould Mustafa gaat naar buiten en zwaait naar de machinist, om aan te geven dat alles in orde is.

Weer binnen steekt hij een gasbrander aan om thee te zetten. Op de vloer ligt een vieze matras. Een jerrycan met natte lappen erom houdt het water koud. Hij heeft het prima naar zijn zin, zegt hij. ,,Ik heb te eten en hoef bijna niets te doen. Wat wil een mens nog meer?'' Hij lacht en zegt ,,Thee met veel suiker noemen we `Mauretaanse whisky' en daarmee kan een Mauretaniër alles doorstaan.''

Georganiseerde reizen met de woestijntrein zijn te boeken bij de Franse touroperator Point Afrique

(00-33-1-47736264 of E-mail: point@point-afrique.net). Toeristen die individueel willen reizen kunnen contact opnemen met de Nederlander Justus Buma. Hij heeft in het Mauretaanse stadje Atar een klein hotel. Fax 00-222-764605. In de winter, wanneer de dagtemperatuur tussen de twintig en dertig graden is, is het de beste tijd voor treinreis door de woestijn. 'sZomers kan de temperatuur oplopen tot boven de 50 graden celsius.