Wieltjes aan de billen

In de auto zit je gevangen, of zit je vast in de file, maar daarbuiten ben je vrij. Dat is zo ongeveer de boodschap van tentoonstelling Dynamic City van de Brusselse Fondation pour l'architecture.

Rollerskates, al of niet gemotoriseerde autopeds, prachtige vouwfietsjes of de stille en comfortabele tram: de vele keuzemogelijkheden in de stedelijke mobiliteit bieden een vrijheid in verscheidenheid die volgens de expositie Dynamic City de mens tolerant en onafhankelijk maken. Het geheel levert een prettig gevarieerd straatbeeld op.

De stad, het vervoer, de mens van de toekomst. Er is al vaak over nagedacht, maar altijd weer als de toekomst heden is geworden, blijkt veel – zo niet alles – gelukkig toch anders te zijn. Het verlangen een beeld van de toekomst te schetsen is echter onuitroeibaar, en enkele lijnen kunnen er altijd wel worden uitgezet. De Fondation pour l'architecture in Brussel, die in februari dit jaar de poorten opende van een compleet vernieuwd tentoonstellingsgebouw, toont met Dynamic City de visie van uitvinders, kunstenaars, designers, architecten en stedebouwkundigen op de stedelijke mobiliteit.

Het vrolijkste gedeelte van de tentoonstelling is dat van de ontwerpers en de uitvinders. Omgeven door het lawaai van trams, brommers, startende en rijdende auto's, fietsbellen en kwetterende wandelaars loopt de bezoeker over een cirkelvormig plankier dat aan een bouwsteiger doet denken. Hier staan de kleine vervoermiddelen, van rolschaatsen tot mini-auto's. Natuurlijk valt de trendy en inmiddels ingeburgerde aluminium step te bewonderen. Mooier is een iets oudere, elektrische autoped die doet denken aan Vespa-scooters uit de jaren vijftig.

Echt hebberig word je vooral van de prachtige nieuwste modellen vouwfietsen van de merken Brompton (door Andrew Ritchie) en Moulton (van Alex Moulton). Maar ook is er Le Cyclobulle uit '99 van de ontwerpers Bouchez en Michaelis: een gewone fiets met een doorzichtig regen- en windscherm dat de fietser als een overkoepelend zonnescherm omhult. Of de meerpersoons Conference Bike uit '98 van Eric Staller. En Panamarenko's letterlijke `benenwagen' Knikkebeen uit '94, die parmantig en ontroerend in de stapstand staat. Wil je toch per se gemotoriseerd, dan zijn er de `overdekte' nieuwe motor C1 van BMW, Fiats Ecobasis of de Métrocubo van Pininfarina.

State of the art voor elke stadsnomade zijn uiteraard de met elektronica volgehangen smartsuits. Maar de streetwear van modeontwerper Walter Van Beirendonck, zoals zijn Dissection-jas, eventueel aangevuld met een Towing Kit-zakje van de hippe Française Matali Crasset, is eigenlijk veel `cooler'. Echt space wordt het met de Buggy Rollin van Jean-Yves Blondeau uit 1998, met skates onder de voeten en voorts wieltjes aan handen, knieën, rug, billen en borst, in een pak waarmee je in remakes van films als Blade runner of Robocop geen slecht figuur zou slaan.

Ontwerpen voor het stedelijke decor uit Blade Runner (Ridley Scott, 1982) zijn trouwens met die uit Fritz Langs Metropolis (1927) en Luc Bessons The Fifth element (1998) nadrukkelijk aanwezig. Hun sombere grotestadsvisioenen lijken meer invloed op ons idee van de toekomst te hebben gehad dan menige politieke of stedenbouwkundige toekomstgruwel. Hoewel Marinetti en Le Corbusier natuurlijk niet vergeten worden.

Citaten vullen de muren als rode graffiti, waaronder mooie als `Snij een rode kool doormidden en je hebt de plattegrond van de stad Brugge' van Marguerite Yourcenar of het volledig achterhaalde `Des Autos, Des Autos, Vite, Vite!' van Le Corbusier uit 1924. De mooiste is van Cornelis Bastiaan Vaandrager, die de idee van deze tentoonstelling in twijfel trekt met zijn `het is verdagt dinamies in de stad'.

Het tweede deel van de tentoonstelling is voor het openbaar vervoer. De (metro)tram lijkt het stedelijke vervoermiddel bij uitstek te worden, zeker als de bovenleidingen straks weg kunnen omdat de motor zijn stroom uit de rails krijgt. Meer en meer wordt de tram een kruising tussen een doorzichtige rups en een hogesnelheidstrein. Strakke stations en mensvriendelijke (maar evengoed vandalisme-vrije) abri's verfraaien het stadsbeeld.

En de stad zelf? Het groen en de stoep winnen terrein, vooral in het centrum waar de vervoerssnelheid daalt. De periferie daarentegen versnelt met tram, metro en hogesnelheidstrein en, utopischer, met computergestuurde, kleine auto's. De Domobiel van ontwerper Edward Grinberg vervolmaakt de symbiose van auto en stad. De collectief of individueel te gebruiken voertuigjes hebben naar keuze een tafel, bureau of bed, en geparkeerd in Domobiel-kantoren over de hele breedte van een façade maken ze deel uit van een gebouw. Stapelbaar zijn ze ook, in torentjes – die, enigszins realistischer, in de elegante garagetorentjes van de Smart al werkelijkheid zijn geworden.

Expositie Dynamic City. Fondation pour l'architecture, Kluisstraat 55 Rue de l'Ermitage, Elsene, Brussel. T/m 15 okt, di t/m zo 10u30-18u30. Catalogus 1.000 Bef. Inl 00-32022171196.