`Wie de vooruitgang niet ziet is blind of boosaardig'

Sommigen in West-Duitsland menen dat de hereniging economisch is mislukt. Rüdiger Pohl, econoom en immigrant in de voormalige DDR, is het daar niet mee eens. ,,We hebben hier niet het paradijs op aarde. Een nieuw Wirtschaftswunder is uitgebleven.'' Maar, zegt Pohl, er ontwikkelt zich wel een prestatiegerichte concurrerende economie.

Als Rüdiger Pohl zijn vrienden vertelt dat hij in het Oost-Duitse Halle woont, reageren ze verschrikt: Ach du Schreck (lieve hemel). Lang stond Halle voor alles wat slecht was in de DDR: vervuiling, verwaarloosde huizen en harde politieke onderdrukking.

Halle en omgeving waren gehuld in okergele smog en het rook er bitter naar bruinkool. Lucht, water en grond waren zwaar verontreinigd door de chemie. Ook hoorde Halle tot de bouwvalligste steden van de DDR. Ruinen schaffen ohne Waffen, zeiden de bewoners sarcastisch over de Oost-Duitse bouwpolitiek.

Niemand twijfelt er aan dat de val van de Berlijnse muur Halle heeft gered. ,,Halle is inmiddels een schone, attractieve, opbloeiende stad geworden'', zegt Pohl. ,,Voor Halle geldt wat op heel Oost-Duitsland van toepassing is: er is de laatste tien jaar ongelofelijk veel opgebouwd.''

Pohl (55), econoom, is president van het Instituut voor Economisch Onderzoek in Halle, een van de zes gerenommeerde instellingen in de Bondsrepubliek die elk halfjaar hun oordeel vellen over het economische klimaat in Duitsland en de rest van de wereld. Pohl is een Berlijner, een Wessie. ,,Ik ben een pure kapitalist in het Oosten'', lacht hij. Zes jaar geleden is Pohl naar Halle gekomen de geboortestad van een belangrijke Duitser (de componist Georg Friedrich Händel) en een overtuigde Europeaan (oud-minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher).

Toen Pohl na de Wende werd gevraagd president te worden van een nieuw op te bouwen economisch instituut in Oost-Duitsland, hoefde hij niet lang na te denken. Pohl en zijn vrouw kochten meteen een huis in Halle. Ze wilden zich serieus in het Oosten vestigen om een steentje bij te dragen aan de opbouw van de failliete boedel die de DDR had achtergelaten.

Tien jaar na de hereniging, op 3 oktober 1990, is de transformatie van een plan- naar een markteconomie nog onvoltooid. ,,Het is hier zeker niet perfect, maar er is in Oost-Duitsland iets positiefs ontstaan'', zegt Pohl in zijn instituut dat is gehuisvest in een piekfijn opgeknapt geelkleurig pand in het historische hart van de stad. Het gebied rondom Halle en Bitterfeld – waar intussen een moderne, `schone' chemische industrie is ontstaan met Dow Chemical als koploper – was deze week ook het reisdoel van premier Wim Kok, die poolshoogte wilde nemen van de opbouw en sociale problemen in het Oosten.

,,Tien jaar na invoering van de D-mark zijn de contrasten schril'', stelt Pohl vast. Het is niet moeilijk een treurige balans op te maken. Extreem hoge werkloosheid in Demmin. Dramatische leegstand van woningen in Brandenburg. Een uittocht van de bevolking uit Hoyerswerda. Officieel is de werkloosheid in Oost-Duitsland met 18 procent twee keer zo hoog als in het Westen, in werkelijkheid bedraagt het aantal mensen zonder baan bijna 30 procent. Een miljoen van de 16 miljoen Oost-Duitsers is weggetrokken. Dreigt in het Oosten een Mezzogiorno te ontstaan zoals in Sicilië? Implodeert de economie voordat ze goed en wel op gang is gekomen?

Vorige week nog noemde een collega van Pohl, de leider van het economische Ifo-instituut in München Hans-Werner Sinn, de hereniging ,,economisch mislukt''. De loonstijgingen van de Oost-Duitsers lagen van meet af aan ver boven de stijging van de investeringen. Het resultaat: massale werkloosheid die alleen met enorme financiële injecties door de staat jaarlijks 140 miljard mark – gecompenseerd wordt. Volgens Sinn hadden de lonen nooit vrijgelaten mogen worden en had het West-Duitse sociale stelsel met alle mankementen nooit direct naar het Oosten mogen worden overgeplant.

Pohl is milder gestemd. De geëngageerde `immigrant' verzet zich tegen zwartkijken. ,,Wie de vooruitgang in Oost-Duitsland niet ziet is óf blind óf boosaardig'', meent Pohl. ,,Je moet steeds bedenken hoe de uitgangssituatie in de DDR was direct na de val van de muur. De staat was ineen gestort. De mensen wilden de politiek niet meer. Ze wilden geen Oost-Duitse producten meer kopen en niemand wenste meer in een Trabi te rijden. Ondernemingen waren niet in staat te concurreren. De Oost-Duitse economie had geen schijn van kans te overleven. De invoering van de D-mark was een enorme concurrentieschok, maar er was geen andere mogelijkheid.''

In de tien jaar na invoering van de mark is het vernieuwingsproces ver gevorderd, vindt Pohl. ,,Er is nu een levensstandaard die in de socialistische DDR-economie met zijn voortdurende tekorten onvoorstelbaar was. De industrie, na de Wende zo goed als verdwenen, is voor tachtig procent gemoderniseerd. Er zijn een half miljoen zelfstandigen en 500.000 kleine en middelgrote bedrijven ontstaan.''

,,Vele verwaarloosde huizen zijn gerenoveerd. Snelwegen zijn aangelegd en de telecommunicatie is hypermodern. En het milieu is gezuiverd.'' Pohl wil niet beweren dat er geen problemen zijn. Toch zijn er de afgelopen jaren belangrijke verbeteringen tot stand gebracht. Wat betreft de soepele winkeltijden en flexibele toepassing van cao kan het Westen nog van het Oosten leren.

Wat het moeilijkste is gebleken bij de omschakeling van de plan- naar een markteconomie? De econoom zucht diep. Zegt dan peinzend: ,,Het moeilijkste is voor de Oost-Duitsers te vergeten wat ze veertig jaar lang hebben geleerd en gedaan. Het grote probleem voor de mensen was tien jaar geleden dat in één klap hun totale maatschappelijke systeem veranderde. Bekende structuren, bedrijven, hiërarchieën – alles bleek verouderd. Van de ene dag op de andere moesten ze zich volkomen nieuw oriënteren.''

,,Er werd een heel ander rechtssysteem ingevoerd met nieuwe wetten en nieuwe belastingregels. Dat moeten wij ons eens voorstellen!'', zegt Pohl. Hij heeft zo'n omwenteling in zijn bestaan nog niet meegemaakt, bekent hij. Toen Pohl in Halle begon in '94 was voor hem het Oosten als het Westen, tenminste wat de structuren betreft. ,,Alles was al vernieuwd. Maar voor de Oost-Duitsers was het hele proces van aanpassing erg zwaar.''

Intussen heeft Oost-Duitsland volgens Pohl een punt bereikt waarop er van winnaars en verliezers kan worden gesproken. Sommigen hebben geweldig succes. Stephan Schambach, topman van Intershop, is met hoofdkantoren in Jena en San Francisco een prominent, maar lang niet meer het enige voorbeeld. Anderen moeten dagelijks vechten om het hoofd boven water te houden. Weer anderen zijn geflopt en duurzaam werkloos geworden.

Een ander probleem dat het huidige Oost-Duitsland parten speelt is de ongezond grote rol van de staat. ,,De DDR was een staatseconomie die te gronde was gegaan, maar de markteconomie die ontwikkeld moest worden ontstond niet vanzelf. Het was opnieuw de staat die de markt in het Oosten heeft ingevoerd. Zit een bedrijf om subsidie verlegen, klopt het weer aan bij de overheid. Daardoor bestaat er een onevenredig vertrouwen in de staat als probleemoplosser en is in het Oosten nog minder belangstelling voor het ondernemerschap te bespeuren dan in het Westen. Ondernemers spelen in de publieke opinie helaas geen rol. Zodra er iets fout gaat, iemand werkloos wordt of z'n bedrijf failliet gaat, wordt meteen naar de staat gekeken.''

Pohl wil niet beweren dat er geen leerprocessen zijn, maar het gaat langzaam. ,,Wij West-Duitsers waren naïef toen we naar het Oosten trokken. We dachten dat we van de ene naar de andere stad in Duitsland verhuisden. Wat we niet vermoed hadden was dat de historische achtergrond een geheel andere was geworden. Veertig jaar DDR hebben een andere mentaliteit geschapen dan veertig jaar Bondsrepubliek. Ik zeg niet wat beter of slechter is, maar het was voor ons een verrassing. Daaruit bleek hoe weinig we van elkaar wisten.''

In tal van zaken bleek de aanpak van de Ossies net even anders te zijn als die van Wessies – of het nu ging om zakendoen aan een ronde tafel waarbij iedereen mocht meepraten (,,niet erg efficiënt'') of over de betekenis van lonen. Het thema loonmatiging levert al gauw misverstanden op, zegt Pohl. ,,En matiging is essentieel. De productiviteit in bedrijven bedraagt slechts 60 procent van in West-Duitsland. Zodra evenwel matiging wordt voorgesteld, is het eerste wat je hoort: `maar de manager verdient drie keer zoveel'. Vervolgens moet je uitleggen wat verantwoordelijkheid betekent en dat zo'n manager er meteen uitvliegt als het niet goed gaat.''

Intussen zijn de lonen in het Oosten van Duitsland gestegen tot zo'n 75 procent van het West-Duitse niveau. Nog begin jaren negentig hoorde Pohl tot de scherpe critici van de loonpolitiek omdat de salarisstijgingen geen gelijke tred hielden met de economische prestaties. Met de hoogte van de lonen heeft Pohl nu minder een probleem. ,,In sommige branches wordt slechts 60 procent betaald omdat de tent anders gesloten wordt. Belangrijker is de loonstructuur. Je hebt in een bedrijf altijd een paar specialisten die naar München of Düsseldorf kunnen vertrekken; die moet je flink betalen anders zijn ze weg. Zodra dit echter wordt aangezwengeld, ontstaan meteen grote spanningen.''

Hoewel de economische groei voor het eerst in jaren weer gelijke tred houdt met die in het Westen en de industrie de bouw heeft ingehaald als motor van de conjunctuur, zal Oost-Duitsland nog lang van staatssteun afhankelijk zijn. ,,De belastingopbrengst is gewoon te laag; slechts 34 procent van het West-Duitse niveau, terwijl steden en deelstaten wel dezelfde kosten hebben zoals onderhoud van scholen, publieke voorzieningen, politie.''

Ruim 1.400 miljard mark is de afgelopen tien jaar naar het Oosten gevloeid, waarvan alleen al meer dan de helft aan sociale voorzieningen is besteed, zoals werklozenuitkeringen en pensioenen. ,,De grote hoeveelheid werklozen, 2 miljoen van de beroepsbevolking van 6 miljoen, is een erfenis van de DDR die betaald moet worden. Daar is niets aan te doen.''

Toch is Pohl hoopvol gestemd. De industrie is de laatste jaren in staat gebleken op de wereldmarkt te concurreren. De export steeg in de eerste helft van dit jaar maar liefst met 30 procent. ,,Er komt dynamiek tot stand door innovatie. Dat is hoopvol. Zo'n dynamiek zie je niet in Sicilië. Die vergelijking is absurd. We hebben hier niet het paradijs op aarde. Een nieuw Wirtschaftswunder is uitgebleven. Maar een Mezzogiorno is het ook niet.''

,,In Oost-Duitsland ontwikkelt zich een prestatiegerichte concurrerende economie. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat die economie de komende tien jaar niet sterk genoeg zal zijn om alle wensen voor inkomens en werk te bevredigen. Het is niet moeilijk om met hulp van subsidie genoeg banen te scheppen, zoals gebeurde in de DDR. Wij willen banen waarmee geld wordt verdiend.''