Vroeger

,,Oude mensen kunnen opeens verrassend openhartig worden'', zei de oude man die ik af en toe opzoek. ,,Ik woon tegenover een bejaardentehuis met een winkeltje waar ik levensmiddelen kan krijgen. Je staat in de rij en maakt een praatje. Soms kom ik een vrouw tegen die er nogal afstandelijk uitziet, maar mij toch heel intieme dingen over haar leven vertelt. Ze is nu zevenentachtig en nog behoorlijk kwiek.

,,Haar man is een paar jaar geleden gestorven. Hij was dement geworden. Het echtpaar was kinderloos. Ze waren vijftig jaar getrouwd. Die vrouw vertelde me dat ze hem op het einde van zijn leven had gevraagd: Heb jij een kind? Hij zei: Ja. En heb je het kind wel eens gezien? vroeg ze. Ja, zei hij, en het was heel lief.

,,Het waren de woorden van een dementerende man, maar de vrouw besloot het toch eens bij haar schoonfamilie na te vragen. Wat bleek? Hij had inderdaad een kind, iedereen in de familie was ervan op de hoogte – behalve zij. Dat verdroot haar nog het meest. Dat men haar nooit iets had verteld. Het enige dat ze wist, was dat hij in de oorlog in Oostenrijk moest werken en daar een vriendinnetje had gehad. Bij haar had hij dat kind verwekt. Hij kwam uit Urk en daar was een gedwongen huwelijk met iemand van buiten onbespreekbaar.

,,Ik vroeg aan die vrouw: Hoe kwam u erbij om het uw man te vragen? Had u vermoedens? Nee, bezwoer ze me, ik weet het zelf niet, de vraag kwam zomaar bij me op en ik gooide het eruit voor ik er erg in had.

,,Goed'', zei de oude man, ,,ik vertel deze anekdote aan mijn zoon, net als zijn vader een nieuwsgierig man. Hij laat het op zich inwerken, kijkt me opeens met een lachje aan en zegt: En nou wil ik jou eens wat vragen. Ik zeg: Ga je gang. Hij zegt: Kun jij je die vakantie in Italië nog herinneren? Ik zeg: Welke, de eerste of de tweede? De eerste, zegt hij, ik was een jaar of twaalf. We zaten in een huisje in een bungalowpark. Naast ons logeerden andere Nederlanders. Op een dag gingen we met een bootje de zee op. Jij en ik. En er was ook nog die vrouw bij van het Nederlandse echtpaar naast ons. Herinner je je dat nog?

,,Ik knikte. Ik wist opeens verdomd goed welke kant hij op wilde. Jij vond die vrouw aardig, hè? vroeg mijn zoon. Ja, zei ik. Hij zei: Volgens mij vond ze jou ook heel aardig. Dat kan wel kloppen, zei ik. Ik zat tussen jullie in, zei mijn zoon, en ik zag jullie alsmaar tegen elkaar lachen en knipogen. Nou, dat viel wel mee, zei ik. Jullie vielen haast overboord van geilheid, riep mijn zoon. Ik lachte maar wat. Je overdrijft, zei ik.

,,Mijn zoon leunde naar me voorover. En...is het op die vakantie nog wat geworden tussen jullie? vroeg hij samenzweerderig. Ik hoefde gelukkig niet te liegen. Jongen, zei ik, het was 1958, in die tijd hield je je als getrouwd man nog in.''