Verstandshuwelijk

Het beeld dat uit het artikel `Waar zouden we zijn zonder Albert Heijn' (NRC Handelsblad, 15 september) als vanzelfsprekend oprijst is, dat in Nederland een drie-eenheid bestaat die de gehele voorzieningsorganisatie van de bevolking in handen heeft. Een eenheid die er als volgt uitziet: de internationale mega-ondernemingen Vendex en Ahold, de projectontwikkelaars en de Nederlandse gemeenten.

Er wordt in het artikel zelfs vastgesteld dat er een verstandshuwelijk bestaat tussen de projectontwikkelaars en de gemeenten. Wat helaas geheel buiten beschouwing wordt gelaten is het feit dat een aantal aspecten van dat `huwelijk' op gespannen voet zou kunnen staan met onze grondwet. Een gemeentebestuur heeft tot primaire taak de belangen van zijn burgers te dienen, terwijl de beide andere partijen tot primaire taak hebben om een optimaal rendement uit het geïnvesteerde vermogen te halen ten faveure van de aandeelhouders.

Met alle respect voor de motoren van onze economie als de Vendexen en Aholds en zelfs de projectontwikkelaars, dient een eind te worden gemaakt aan een samenwerkend verband tussen volstrekt ongelijkwaardige partijen.

De huidige situatie is, met uitzondering van wellicht de allergrootste gemeenten in ons land, dat de projectontwikkelaars bepalen hoe een stadscentrum wordt ingericht. Een zaak die per definitie behoort tot de taak van de gemeenteraad en hoe meer dat vertegenwoordigend lichaam van de burgers buitenspel wordt gezet, hoe meer het wantrouwen toeneemt en de opkomst naar de stembus afneemt.