Taboes en ander ongemak

Het gezelschap posteerde zich op zondagmiddag 11 juni voor de tv, bier en pinda's stonden klaar, de EK-wedstrijd tussen Turkije en Italië kon beginnen. De meerderheid was voor de spaghetti-eters en tegen de naaimachines. Toen het gejoel over de laatsten `hia-ha-naaimachien' tot in de verre omtrek te horen was, verzocht de politiek-correcte gastheer daar subiet mee op te houden: ,,Er staan Turken in het veld, dat ze hier puike naaiateliers hebben, heeft met voetbal niets te maken.'' Ze verloren overigens met 2-1.

Politiek correct – volgens Elsevier-redacteur G. van der List ,,is het zo dat wat je wel of niet mag zeggen afhankelijk is van de subgroep waartoe je behoort. Buiten de grachtengordel mag je best over `die rare nichten' praten en voor de doodstraf zijn'', zegt hij in HP/De Tijd dat een artikel wijdt aan Hollandse taboes. Volgens het blad ,,is het de laatste tijd bon ton om te beweren dat `politiek-correctheid' niet meer bestaat'' en zouden er zelfs meer taboes ontstaan. Onzin, meent emeritus-hoogleraar staatsrecht S.W. Couwenberg: ,,Het conformisme viert juist hoogtij. Het is allemaal heel erg Amy Groskamp-ten Have: zo hóórt het.'' Volgens Van der List ,,domineert de links-progressieve elite nog altijd het publieke debat, en die heeft er belang bij om rechtse opinies te taboeïseren en zo in de verdachte hoek te drukken.''

Zo hoorde het volgens menigeen helemáál niet dat de Amerikaanse historicus Norman Finkelstein in zijn boek The Holocaust Industry het te gelde maken van de holocaust laakte. Volgens Ed van Thijn is Finkelstein een `zelfhater', de schrijver Leon de Winter noemt het boek ,,het obscure product van een door emoties gedomineerde extremist''.

In zijn recensie van Finkelsteins boek hekelt Graa Boomsma in Vrij Nederland de handelwijze van mensen als Van Thijn en De Winter: ,,Richt je op de persoon, omschrijf hem als een zelfhatende zielepiet of een psychiatrisch geval en je hoeft zijn tekst niet meer serieus te lezen.'' Boomsma wil overigens best toegeven dat Finkelstein ,,een opgewonden standje is'', maar noemt hem ook ,,een nuttige nestbevuiler die akelige vragen stelt en moedige vergelijkingen maakt. (...) Hij zet aan tot nadenken.''

Eén van de kenmerken van hen die willen doorgaan voor politiek-correct is nu juist dat zij niet willen, cq durven, na te denken (of dóór te denken) – ze zouden weleens op verkeerde gedachten kunnen komen. In de Nieuwe Revu geeft onderzoeker Jaap van Donselaar (hij schreef het rapport Monitor Racisme en Extreem-Rechts) een krankzinnig voorbeeld van een Hollands taboe. Volgens het blad is zijn racisme-rapport beperkt omdat het alleen de gedragingen van de blanke Nederlander beschrijft, geen woord over de Turkse Grijze Wolven (veel van hen hebben de Nederlandse nationaliteit, aldus Nieuwe Revu), over Molukkers en Surinamers die elkaar te lijf gaan, noch over het islamitisch fundamentalisme. Zegt Van Donselaar: ,,Dat hij op dat gebied geen ingangen heeft en de taal niet spreekt.'' En over het geweld binnen etnische groepen: ,,Dat zit nog in de taboesfeer.'' Doorbreek die taboes, zou je denken, ook daar is de wetenschap voor. Nog steeds lijkt in sommige kringen de gedachte te leven: klopt de werkelijkheid niet met de feiten, jammer voor de feiten.

Jammer voor het IMF, maar de geest is uit de fles, de kritiek op het beleid van dit fonds zwelt aan – een taboe is gesneuveld. In een zeer lezenswaardig essay in De Groene Amsterdammer haalt de voormalig chef-econoom van de Wereldbank, Joseph Stiglitz, fel uit naar het IMF-beleid in Oost-Azië en Rusland. Ten aanzien van Oost-Azië ,,waar de aanwijzingen van het mislukken van het beleid zich opstapelden, gaf het IMF nauwelijks een krimp''.

Met politieke correctheid heeft het niet te maken, met journalistieke correctheid des te meer en opnieuw heeft VN die niet betracht. Want wéér is het blad niet met bewijzen gekomen dat het declaratiegedrag van ex-PvdA-voorzitter Van Hees niet zou deugen, zoals VN enige weken geleden schreef. Wat zou daar toch achter zitten?