Straaltje hoop voor verkommerd Alexandrië

Alexandrië, met 3,5 miljoen inwoners de grootste stad aan de Middellandse Zee, wordt opgeknapt. Er zijn duizenden bomen geplant en de nieuwe bibliotheek moet rijke buitenlandse toeristen trekken.

,,Alexandrië de bruid van de Middellandse Zee? herhaalt pindaverkoper Ali op de boulevard hard lachend de koosnaam van zijn stad. ,,De hoer van de Middellandse Zee zul je bedoelen! Al die Kairenen die de hele zomer komen huishouden omdat het hier zo goedkoop is!''

Alexandrië, met 3,5 miljoen inwoners de tweede stad van Egypte en de grootste aan de Middellandse Zee, wordt opgeknapt. Maar de vruchten daarvan zijn nog niet voor iedereen duidelijk. Misschien komt het door het glorieuze verleden dat de 2.300 jaar oude stad met zich mee zeult dat de vergelijking negatief moet uitvallen. In de oudheid was Alexandrië lange tijd de culturele hoofdstad van de wereld met een ongeëvenaarde bibliotheek, terwijl het in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een van de kosmopolitische parels aan de Middellandse Zee was met omvangrijke Griekse, Italiaanse, Armeense, christelijke en joodse gemeenschappen. Wijken met namen als San Stephano, Stanley en Chatby herinneren nog aan deze bloeitijd. De voertaal was Frans.

Maar in de Tweede Wereldoorlog na de revolutie van 1952 vertrokken de minderheden uit Alexandrië en volgden verwaarlozing en verval. Nu is Alexandrië een verlopen en vervuilde stad, aan een zee waarin het jaarlijkse miljoenen liters onverwerkt rioolwater pompt. Behalve van een stinkende industrie moet de stad het nu hebben van het binnenlands toerisme. De Kaireense middenklasse die te arm is voor een echte vakantie maar toch genoeg geld heeft om niet de hele bloedhete zomer thuis te hoeven zitten, trekt massaal naar Alexandrië. Het leidt nauwelijks tot inkomsten want de middenklasse is aartszuinig.

Toch is er hoop voor de bruid van de Middellandse Zee. Zelfs pindaverkoper Ali moet toegeven dat zijn stad er enorm op is vooruitgegaan sinds de benoeming drie jaar terug van gouverneur Al-Maghoub. Zozeer zelfs dat de Alexandrijnen een lettertje in zijn naam hebben veranderd en hem nu Al-Mahboub noemen, `de geliefde'.

Maghoub lapte historische villa's en gebouwen op, plantte duizenden bomen en verwijderde honderden kleine illegale kioskjes aan de boulevard die het zicht op de zee ontnamen. De boulevard verbreedde hij op cruciale punten zodat het verkeer echt beweegt. Alexandrië is 35 kilometer lang en slechts drie- tot vierhonderd meter breed – een ramp voor de verkeerscirculatie. Een voor Egypte unieke maatregel van Maghoub was het afdwingen met forse boetes van het verbod op onnodig toeteren en onverantwoord rijden.

En nu heeft Maghoub weer een primeur. Voor een miljard gulden gaat het Franse bedrijf CGEA Onyx vijftien jaar lang een miljoen ton vuil verwerken. Hiermee is Alexandrië de eerste stad in Egypte die de vuilverwerking professioneel aanpakt, en niet overlaat aan sloebers op ezels. Zeker veertig procent van al het vuil in Egypte wordt niet opgehaald.

Maghoub heeft ook het voordeel dat zijn voorganger Ismail Gawsaqi totaal niet deugde. Deze liet toe dat tientallen villa's illegaal werden gesloopt, onder meer voor een nieuwe behuizing van de lokale afdeling van uitgerekend het Ministerie van Justitie. Klassiek is Gawsaqi's antwoord op de vraag waarom hij niets deed aan de enorme afval- en vuilnisproblemen in de stad: ,,Kan ik het helpen dat Alexandrijnen vieze mensen zijn?''

Wat betreft de toekomst kijkt Alexandrië hoopvol naar het verleden, dat wil zeggen de exploitatie daarvan. Franse archeologen hebben belangrijke vondsten gedaan in de haven, en er zijn vergevorderde plannen voor een onderwater-museum. Na twaalf jaar komt in januari de kolossale bibliotheek af waarvan men in Alexandrië hoopt dat het culturele activiteiten en daarmee rijke buitenlandse toeristen aantrekt. ,,Men hoopt op een opleving à la Bilbao'', zegt architect van de bibliotheek Christoph Capppeller. In Bilbao trok de economie aan dankzij het nieuwe Guggenheim-museum.

Of het Maghoub gaat lukken? Egypte gaat op het moment gebukt onder een recessie, dus fondsen lopen niet over. Externe investeerders komen alleen op gunstige voorwaarden, dat wil zeggen geen gezeur over milieu, stadsaangezicht, beschermde villa's of archeologische vondsten. ,,Voor de lange termijn zijn wij pessimistisch'', zegt dan ook hoogleraar psychologie Adel Abu Zahra, hoofd van de pressiegroep Vrienden van het Milieu. ,,Het ontbreekt de gouverneur aan middelen, en aan een masterplan. Hij doet wel goede dingen, maar hij doet ze zonder inspraak van anderen, en zonder een achterliggende visie.'' Volgens Abu Zahra zal het nog veel slechter worden in Egypte in het algemeen en in Alexandrië in het bijzonder. ,,De helft van het land is analfabeet, het universitair onderwijs een drama en de moslim-fundamentalisten sluiten steeds succesvoller onze ogen voor de buitenwereld. Alexandrië heeft tweemaal gebloeid, en tweemaal kwam dat door diversiteit, door een enorme variatie aan bevolkingsgroepen die elkaar inspireerden en scherp hielden. De huidige trend naar nationalisme en fundamentalisme is juist homogeniserend.''

Abu Zahra, zelf zo'n product van diversiteit met een Franse moeder en een vader van de extreem-conservatieve Azhar-universiteit, roeit bescheiden tegen de stroom in met een lokaal televisieprogramma over Westerse klassieke muziek. Op de vraag naar een treffende koosnaam voor zijn stad moet hij lang denken. Dan zegt hij: ,,Alexandrië, de weduwe van de Middellandse Zee.''