Soms is er ineens een opgestoken vingertje

Choreograaf Ton Simons zet zijn publiek graag op het verkeerde been. Bij de titel In the room the women come and go Talking of Michelangelo, een citaat uit `The Love Song of J. Alfred Prufrock' van T.S.Eliot, denk je toch aan een dramatisch stuk. Simons' nieuwe werk is echter abstract, geheel gecreëerd in de geest van Merce Cunningham. Er wordt niet gepraat, er wordt gedanst. Bovendien moet aan die dans geen enkele inhoudelijke betekenis worden toegedicht.

Om zich van die abstractie te verzekeren, bewerkte Simons duetten uit zijn oeuvre – GOD/DOG, Ratio en The idea of Order – legde die op de snijtafel om ze met uiterste zorg te fileren. Hij zette ze vanuit een andere hoek tegen elkaar aan, draaide ze binnenstebuiten en zelfs van achter naar voren. Voor het geval deze montage toch iets aan symbolische betekenis mocht hebben bevatten, schakelde hij het toevalsprincipe in, via de methode van componist John Cage.

`Ton Simons maakt pure dans', luidt dus het artistieke credo van dit werk dat bestaat uit vijftien deeltjes. In danspakken die het lichaam nauw omsluiten – uitgevoerd in roomwit, glanzend zwart en vaal grijs – voeren de twaalf dansers dat materiaal uit. Behalve met elkaar delen ze het kale podium van de kleine zaal met muziek; Mozart, Bach, Goebaidoelina, Feldman. Hoewel die soms achteraf bij de dans is gevoegd, vormt die er een wezenlijk onderdeel van. In de allegro-delen wemelt het van korte, drukke bewegingen. Ledematen knakken bij de gewrichten, heupen zijn aan een kant gelift, torso's scheef gedraaid, hoekig geflexte voeten kruiselings geplaatst. Soms is er een grillig detail in de vorm van een opgestoken vingertje. Dat dit idioom helder blijft, komt doordat Simons een meester is in het ruimtelijk componeren.

De adagio-delen lenen zich meer voor lyrische duetten. Daarbij wordt de dans niet verbrokkeld over de ruimte, maar zuigt het duo de ruimte juist naar zich toe, via lange lijnen en extreme balansen waarbij de ledematen als ribben van een kubus werken. Dat alles is mooi en toch blijft de choreografie voor de pauze te droog. Met uitzondering van Larghetto wil de beweeglijke materie maar niet levendig worden.

Na de pauze verandert dat. Wat eerst een knappe constructie was, wordt nu een verstild duet. Vooral Caroline Harder weet via haar lyriek de dans te kleuren. Tederheid blijkt uit een subtiel over de bol streken hand of uit een hand die langs een lichaam strijkt. In `Allegro 2' evenaren Harder en Raymond Esterhuizen Mozart in een speels en virtuoos gedanst slotduet. Zo moet Simons' dans er dus uit zien.

Ongewild toont dit programma het dilemma waarmee de adviescommissie van de Raad voor Cultuur worstelde, waardoor de groep een structurele subsidie dreigt te verliezen: Simons' werk is goed, maar niet alle dansers zijn dat ook. De wil om die kwaliteit drastisch te verbeteren bestaat. Bij het applaus onderstreepte Simons zijn vechtlust met omineuze blik en gebalde vuist. De gemeente Rotterdam wil zijn dansgroep graag behouden, maar verwijst voor subsidie naar het rijk.

Gezelschap: De Rotterdamse Dansgroep. Voorstelling: In the room the women come and go Talking of Michelangelo.

Choreografie: Ton Simons. Gezien: 27 september. Rotterdamse Schouwburg. Tournee: t/m 16 december.

info: 010-4364511; www.drd.org