Samen leren om alleen te zijn

Terwijl het zenboeddhisme in bakermat Japan is uitgeblust, groeit de aanhang in Nederland. Zen beantwoordt aan de behoefte van velen om het leven een context te geven.

HHET ZENBOEDDHISME is een van de boeddhistische stromingen die vanaf de jaren zestig aanhangers verwierven in Europa en ook in Nederland. Al zo'n veertig jaar zijn er in ons land groepen die zenmeditatie beoefenen. Urenlang wordt er bewegingloos in stilte gezeten. Ook de filosofisch/religieuze inzichten van zen zijn populair en de aan zen verwante kunstvormen zoals het bloemschikken, de theeceremonie, boogschieten of zwaardvechten.

Deze populariteit van zen staat in schril contrast met het enthousiasme voor het zenboeddhisme in Japan, het land van herkomst van de meeste zengroeperingen in Nederland. Daar wordt het zenboeddhisme gezien als een religie voor de ouderen en de doden. Vanaf de veertiende eeuw hebben zenmonniken zich toegelegd op begrafenisrituelen en herdenkingsdiensten. De bijzondere krachten van monniken stonden ervoor garant dat de geest van de overledene alsnog tot verlichting zou komen. Het zenboeddhisme was een pad voor monniken. Zij trokken zich terug uit de maatschappij en hadden zo tijd genoeg om de lange weg naar verlichting te kunnen gaan. Om ook iets voor de gewone mensen te kunnen betekenen, en zo sociale acceptatie te krijgen, zijn de begrafenisrituelen ontwikkeld. Deze ceremonies voor de doden vormden eeuwenlang, tot op de dag van vandaag, het belangrijkste contact tussen monniken en leken.

De interesse voor de traditionele vormen van religie is in Japan in de vorige eeuw sterk afgenomen. Oorzaken zijn de nationalistische en conservatieve houding van het boeddhisme in Japan voor de Tweede Wereldoorlog, en de verstedelijking en veranderingen in het Japanse familiesysteem in de periode daarna. Ondanks pogingen vanuit de top van de zensekten om de belangstelling voor het boeddhisme opnieuw te wekken, zijn er maar weinig leken die zich interesseren voor de filosofische en religieuze inzichten van zen. Slechts een enkeling mediteert.

Tegen deze achtergrond is de interesse voor zen in Europa des te opmerkelijker. Veel leken leggen zich uiterst serieus toe op zenmeditatie. Naast de meditatie zijn de leefregels belangrijk en ook het verkrijgen van kennis van de traditie. Oude en nieuwere teksten worden bestudeerd en er wordt met elkaar nagedacht hoe de traditie uit het verre Oosten binnen een Europese context het beste vorm kan worden gegeven.

De Westerse interesse voor zen, die niet verklaard kan worden vanuit een doorgegeven Japans enthousiasme, is begrijpelijker wanneer een blik wordt geworpen op de religieuze landkaart van Europa. Het monopolie dat de christelijke kerken lange tijd innamen, heeft plaatsgemaakt voor een veelheid van religieuze stromingen. Mensen gaan niet meer naar de kerk, maar dat betekent niet dat ze niet meer religieus zijn. Mensen willen zin geven aan, of de zin vinden van, hun leven. Dit doen zij door alle ervaringen en gebeurtenissen die ze meemaken in een groter geheel te plaatsen. Binnen dit grotere geheel wordt het leven als goed en de moeite waard ervaren. Dit grotere geheel kan religieus van aard zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn ook tal van niet-religieuze antwoorden op de vraag naar de zin van het leven.

Onderzoek toont aan dat een succesvol religieus pad vier belangrijke kenmerken heeft. In de eerste plaats geeft het toegang tot religieuze ervaringen. Daarnaast is de reflectie op de ultieme vragen van het bestaan van belang: Waar komen we vandaan? Waar gaan we naar toe? Wat is rechtvaardig en goed en hoe zit het met het tragische en het lot? Een derde belangrijk kenmerk zijn de rituelen en de concrete aanwijzingen voor het eigen handelen. Ten slotte is er het aspect van gemeenschap van belang.

Het zenboeddhisme zoals zich dat op verschillende plekken in het Westen ontwikkelt, komt tegemoet aan al deze aspecten. Het lange en regelmatige mediteren is een religieuze ervaring op zichzelf. Niet de leer of het geloof, maar de eigen ervaring is het uitgangspunt. De begeleiding van een leraar of lerares die vanuit de eigen ervaring zicht heeft op wat de leerling meemaakt, is de gids.

Ook de reflectie op de uiteindelijke vragen van het bestaan is belangrijk in zen. Vaak zijn deze vragen het onderwerp van de toespraken die tijdens meditatiedagen worden gehouden. Ook wordt de leerling aangemoedigd om te mediteren op dergelijke vragen. Antwoorden worden niet gegeven, elk mens kan slechts zelf zijn eigen antwoord geven volgens zen.

Aan de behoefte aan rituelen wordt eveneens voldaan. In het zenboeddhisme zijn rituelen belangrijk. Daarnaast worden er aanwijzingen gegeven hoe te leven. Respect voor alle levende wezens is zo'n aanwijzing. En ook dat je alles wat je doet, met zoveel mogelijk aandacht doet. Nog weer een andere leefregel is het niet vergiftigen van het eigen lichaam door gebruik van alcohol of drugs.

Alhoewel de nadruk ligt op het `zelf gaan van de weg', is ook de gemeenschap belangrijk. Deze vormt het bredere kader om de eigen weg te kunnen gaan. Er wordt samen gemediteerd en met elkaar vorm gegeven aan een religieuze oefening die op den duur de hele levenswijze omvat.

Dr. Christa W. Anbeek is docente godsdienst-

wetenschappen aan de Katholieke Theologische

Universiteit Utrecht