Oranje knuffelbeer snel weer thuis

Voor de teddybeer van de Nederlandse ploeg, worstelaar George `Gia' Torchinava (26), was het olympisch toernooi al snel weer voorbij.

Een dag voor zijn olympisch debuut dook George Torchinava nog even de sauna in. Niet om verlost te zijn van de hectiek, integendeel. Want de geboren Georgiër geniet met volle teugen van de Spelen. Om zijn liefde voor zijn nieuwe vaderland te betuigen, zat hij al een paar keer op de tribune om `landgenoten' aan te moedigen. En ook in het olympisch dorp, temidden van al die andere Nederlandse sporters, voelde Gia zich als een vis in het water.

Maar in de strijd tegen overtollige kilo's gaf Torchinava gisteren de voorkeur aan het bezoeken van een sauna. Het resultaat stemde de geblokte worstelaar met de bloemkooloren tevreden. Tijdens de weging sloeg de weegschaal uit tot 96,85 kilo net laag genoeg om het imposante lijf in de karakteristieke worsteluitrusting, een fors uitgevallen babypak van 150 gram, te mogen persen. Wat Torchinava betreft kon het olympisch toernooi in het Sydney Exhibition Centre niet snel genoeg beginnen.

Vandaag was het zover. Maar het toernooi was voorbij voor Torchinava er erg in had. In kwalificatiegroep vier van de klasse tot 97 kilogram, de op één (130 kilogram) na zwaarste gewichtsklasse in het worstelen (vrije stijl), bleek de teddybeer van de Nederlandse ploeg niet opgewassen tegen de Griekse kolos Aftandil Xanthopoulos. Torchinava, volgens zijn Marokkaanse trainer-begeleider Tofik Elfallah een technisch begaafd worstelaar, had in Sydney zijn zinnen gezet op een medaille. Zijn afsluitende partij, tegen de Nigeriaan Victor Kodei, was daarmee op slag verworden tot een formaliteit.

Morgen mag Torchinava alweer naar huis. Ruim twee weken geleden, bij aankomst in Sydney, dreigde hetzelfde, toen bleek dat zijn accreditatie niet deugde. Op zijn identiteitskaart stond zijn naam verkeerd gespeld: Torshinava in plaats van Torchinava. Een administratieve fout van NOC*NSF, die hem op uitsluiting had kunnen komen te staan maar tot opluchting van Torchinava op tijd kon worden hersteld.

Mooie zinnen rolden gisteren nog over de lippen van Torchinava, na de weging in de immense evenementenhal nabij Darling Harbour. Gevraagd naar zijn kansen in de olympische arena, zei hij in gebroken Nederlands, met een zwaar Oost-Europees accent: ,,Honderd procent worstelen, dat is belangrijk. Ik geef alles.''

Vijf jaar geleden kwam Torchinava naar Nederland, na een zwerftocht die begon toen Georgië begin jaren negentig afgleed naar een bloedige burgeroorlog. Die kostte zijn vader het leven. Samen met zijn moeder vluchtte Torchinava naar de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië. Toen ook daar de strijd ontbrandde, nam hij de wijk naar Nederland, op aanraden van vriend en landgenoot Godcha Papashvili.

Die was, na een tussenstop in de Duitse competitie, al eerder neergestreken in Utrecht, bij krachtsportvereniging De Halter. Op zoek naar een beter sportieve toekomst deed Torchinava hetzelfde. Gia kwam als geroepen. Nederland telt immers niet mee in de krachtenverslindende discipline, die wordt gedomineerd door Amerika en landen uit het voormalige Oostblok.

In Nederland groeide de voormalig wereldkampioen bij de junioren ('90) al snel uit tot de vaandeldrager van de worstelbond, die na zo'n lange tijd Bert Kops was in München ('72) de laatste wel weer eens een afgevaardigde naar de Spelen wilde sturen. Al was het maar om de sport in Nederland, met ongeveer 1.700 beoefenaars een van de kleinste, nieuw leven in te blazen. Met een versnelde naturalisatieprocedure verkreeg Torchinava een Nederlands paspoort.

Na zijn overstap naar een zwaardere klasse, van 85 naar 97 kilo, lag volgens Torchinava olympische glorie in het verschiet. Bij de laatste Europese kampioenschappen, ruim vijf maanden geleden in Boedapest, eindigde hij als vijfde en voldeed de worstelaar aan de kwalificatienorm.

Aan de voorbereiding zal het in elk geval niet hebben gelegen. Op kosten van NOC*NSF belegde Torchinava trainingskampen in Amerika, Mexico, Japan, Oezbekistan en Zuid-Korea. Opmerkelijk genoeg trainde hij de laatste weken en maanden opvallend vaak in zijn vaderland, waar hij na het vertrek van de bondsvoorzitter met open armen werd ontvangen. ,,Ze kennen me nog'', vertelde Torchinava. ,,Van rancune is geen sprake.'' Na morgen zou ook Nederland hem kennen. Hoopte George Torchinava.