Nederlandse folklore aan Duitsers verklaard

,,Dit is een verschrikkelijke, reactionaire stad'', briest de eigenaar van het antiquariaat, nadat hij zich enthousiast over mijn landgenoten heeft uitgelaten. Enkele jaren geleden zouden dergelijke woorden nog gefundenes Fressen zijn geweest voor iedere Nederlander die op grond van een paar vooroordelen meende dat Duitsers dominante, oorlogszuchtige machtswellustelingen waren. Maar sinds vorige week uit een onderzoek van de Groningse sociaal-psycholoog Jan Pieter van Oudenhoven bleek dat we tegenwoordig zelfs meer van `de' Duitsers houden dan van `de' Fransen, Spanjaarden, Italianen en Russen tezamen, kun je de woorden van de boekhandelaar misschien beter afdoen als Duitse Selbsthass.

Münster verkeert in deze oudewijvenzomer in een blakende gezondheid. De gotische en renaissance puntgevelhuizen aan de Prinzipalmarkt lijken te stralen van geluk. Niets doet vermoeden dat ze in de oorlog geheel aan puin zijn geschoten. Bruingebakken, hooggeblondeerde vrouwen van middelbare leeftijd leggen hun boodschappen in hun Porsche en storten zich vervolgens in een grand café op de lunch. En overal ruik je een Buddenbrooks-surrogaat.

Achter de `13de-eeuwse' St. Paulusdom staat het Krameramtshaus, waarin het Haus der Niederlande is gevestigd. Het is een van de weinige gebouwen die direct na 1945 nog overeind stonden. Tussen 1646 en 1648 woonden hier de afgezanten van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden, die met de Spanjaarden over de beëindiging van de 80-jarige oorlog onderhandelden. Maar sinds vijf jaar biedt het onderdak aan het Zentrum für Niederlande-Studien, dat deel uitmaakt van de Westfaalse Wilhelms Universiteit; 250 studenten volgen er een interdisciplinair onderwijsprogramma over politiek, geschiedenis en samenleving van Nederland en België. Ook ziet het Centrum het als zijn taak om, samen met het eveneens in het Krameramtshaus vertoevende Institut für Niederländische Filologie en de bibliotheek van de Niederländische Kulturkreis, de Duitsers te informeren over die beide landen. ,,Maar we zijn niet de verlengde arm van de ambassade'', zegt de historicus prof.dr. Friso Wielenga, die sinds oktober vorig jaar directeur is van het Centrum.

De bibliotheek biedt de studenten alles wat ze over Nederland en Vlaanderen moeten weten: op vakgebieden als politiek, (kunst)geschiedenis, taal- en letterkunde zijn er de meest recent verschenen boeken te vinden. En wie wil weten hoe het met de landbouw in Oost-Drenthe is gesteld, kan zijn toevlucht nemen tot het omvangrijke knipselarchief. Kortom, de Nederlandse cultuur en politiek zijn in Münster ruimschoots vertegenwoordigd, dankzij de financiering door de Deutsche Forschungsgemeinschaft, zeg maar het Duitse NWO, want het Haus der Niederlande wordt geheel door de Westfaalse overheid gefinancierd.

Münster onderhoudt al jarenlang hechte contacten met Nederland. Tijdens de ramp met de vuurwerkfabriek in Enschede bleek dat eens te meer. ,,Mensen spraken mij er voortdurend op aan. Ze toonden hun leedwezen en zamelden geld in'', zegt Wielenga. ,,De blik van de bevolking van Noordrijn-Westfalen is duidelijk westwaarts gericht. De Nederlandse grens ligt mentaal gezien dan ook niet meer zo ver.''

Volgens de jeugdige directeur is er in Noordrijn-Westfalen iets van een Euregionale verbondenheid gegroeid sinds het Duitse regeringscentrum naar het oosten is getrokken en de deelstaat zich wil profileren op politiek en economisch terrein. En gezien de problemen op de Nederlandse arbeidsmarkt ligt het ook nog eens voor de hand dat steeds meer Duitsers in Nederland gaan werken, wat alleen maar nog meer kan bijdragen tot het voortschrijden van het normalisatieproces. Aan de Duitsers zal het niet liggen.

Als je in Nederland een Duitser ontmoet wiens ouders de oorlog nog hebben meegemaakt, heb je het al gauw over verantwoordelijkheid en schuldgevoel. Maar voor de huidige Duitse studenten, die vaak kinderen zijn van ouders die in 1968 nog op de barricaden hebben gestaan, ligt dat anders. ,,Vorig semester gaf ik college over het omgaan met het oorlogsverleden in Nederland en Duitsland'', zegt Wielenga. ,,Wat mij toen opviel was dat er nog maar een paar studenten waren die as op het hoofd houden, terwijl de meerderheid van de jeugd geen zin meer heeft in al dat moralisme. Toch is de belangstelling van de jongeren voor de oorlog nog steeds groot, ook al is die oorlog nu in de eerste plaats deel van de geschiedenis van de Bondsrepubliek geworden. En die gaat goed om met haar verleden.'' Dat laatste kon je tot voor kort amper zeggen van Nederland, waar alles een halve eeuw lang mooier werd voorgesteld dan het was. Wielenga: ,,In Nederland is de bezetting altijd gecultiveerd. Het was het Nationale Lijden. We hebben ons zo met die lijdende rol en het verzet geïdentificeerd, dat alles dat met het boze te maken had over de grens geschoven kon worden.''

Dat nationale heilige-boontjesgedrag behoort inmiddels tot het verleden, nu de ene studie na de andere aantoont dat de meeste Nederlanders – net als de meeste Duitsers – in de oorlog gewone mensen waren die bang waren voor hun eigen hachje. Maar zou het nu echt alleen maar door dat besef komen dat we de Duitsers tegenwoordig als normale mensen zien?

Je zou je ook kunnen afvragen wat de eigenlijke waarde is van al dat onderzoek naar de wijze waarop Nederlanders en Duitsers over elkaar denken. Tenslotte beaamt zelfs een Duitslandkenner als Wielenga dat de spanningen tussen Nederland en Duitsland nooit volledig zullen verdwijnen, omdat een klein land zich nu eenmaal altijd schijnt te willen afzetten tegen een grote buur. ,,De goede enquêteresultaten vliegen op dit moment de pan uit'', zegt hij. ,,Maar over twee jaar kan het allemaal weer anders zijn.'' En dat laatste is misschien wel de beste legitimatie voor het voortbestaan van het Zentrum für Niederlande-Studien. Want als het Nederlands elftal over een aantal jaar weer eens tegenover Duitsland komt te staan in de een of andere voetbalfinale en het `trauma' van 1974 opnieuw moet worden verwerkt, is het altijd handig als er in Duitsland iemand is die onze merkwaardige folklore kan uitleggen.