Nederland worstelt met Europees geheim

Nederland heeft in Brussel verbazing gewekt met zijn protest tegen het geheim houden van Europese militaire documenten.

Dat Nederland het militair geheim afgeschaft wil hebben, wil er bij diplomaten in Brussel niet in. Een hoge functionaris van de Europese Unie windt zich zelfs op: door het bekend worden van militaire geheimen kunnen mensenlevens in gevaar komen. Maar waarom is Nederland dan bij het Europees Hof van Justitie in beroep gegaan tegen een besluit van de meerderheid van EU-lidstaten om militaire documenten geheim te houden?

Dat besluit werd afgelopen augustus door middel van een zogenaamde schriftelijke procedure door de EU-lidstaten genomen. Nederland is de enige EU-lidstaat die zich tot het Europees Hof heeft gewend. Finland en Zweden, principiële medestanders van Nederland bij het aandringen op openbaarheid van EU-documenten, doen niet mee. Volgens een Finse diplomaat heeft dat met de praktische instelling van deze twee landen te maken. Het winnen of verliezen van zo'n procedure verandert niets aan het feit dat documenten over de eiligheid van de staat geheim zijn en blijven.

In Nederland kunnen ondanks de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) burgers geen geheime NAVO-documenten ter inzage krijgen. De veiligheid van de staat is ook een Nederlands argument om stukken niet aan de openbaarheid af te staan. Een Nederlandse journalist die onlangs in Den Haag stukken van het Europees Sociaal Fonds opvroeg, kreeg deze ook niet. Hij werd naar Brussel verwezen omdat de EU en niet Den Haag hierin bevoegd zou zijn.

Toch is de Nederlandse regering naar het Europees Hof gestapt omdat de EU geen openbaarheid wil van stukken die met defensie en veiligheid en militair en niet-militair crisismanagement te maken hebben. EU-diplomaten wijzen daarbij op de merkwaardige bijkomstigheid dat voordat het Hof op Nederlands verzoek een uitspraak zal hebben gedaan, de betreffende regeling waarschijnlijk al niet meer van kracht zal zijn. In Brussel bestaat de indruk dat de actie van de Nederlandse regering vooral met Nederlandse binnenlandse politiek en met de geschiedenis te maken heeft.

Om met de geschiedenis te beginnen, die dateert van 1993 toen het Verdrag van Maastricht van kracht werd. Nederland was niet tevreden met sinds toen geldige regeling voor openbaarheid van EU-documenten en stapte naar het Europees Hof. Nederland werd in 1996 in het ongelijk gesteld. Een jaar later, in 1997, werd in het Verdrag van Amsterdam vastgelegd dat er een nieuwe Europese regeling voor de toegang tot officiële stukken moest komen. Begin van dit jaar diende de Europese Commissie hiervoor een voorstel in. Daarin was een hele lijst met zaken opgenomen die van openbaarheid uitgezonderd moesten worden. Nederland en de Scandinavische landen trokken daartegen het felst van leer. De EU-raad van ministers (die de EU-lidstaten vertegenwoordigen) onderhandelt momenteel met het Europees Parlement over een nieuwe Europese WOB. Die onderhandelingen moeten uiterlijk in mei 2001 zijn afgerond.

Daar tussendoor kwam afgelopen juli de hoge functionaris voor het buitenlands beleid van de EU, Solana, met een voorstel om voorlopig, zolang die nieuwe WOB er niet is, alle documenten over militaire en veiligheidszaken geheim te verklaren. De meerderheid van de EU-lidstaten ging hiermee akkoord. Het Nederlandse kabinet, die zich op het thuisfront sterk gemaakt had voor Europese openbaarheid, wilde zich hierbij niet neerleggen en stapte naar het Europees Hof. In Brussel wordt aangenomen dat het Nederlands kabinet dit deed omdat het zich na binnenlandse toezeggingen had verplicht het uiterste te doen voor openbaarheid. EU-juristen geven Nederland weinig kans.

EU-functionarissen wijzen erop, dat de EU pas kort met het probleem van het militair geheim te maken heeft. In december vorig jaar besloten de Europese regeringsleiders tot de oprichting van een Europese militaire interventiemacht. De hiermee belaste Solana moet onderhandelen over samenwerking met de NAVO, die documenten slechts onder voorwaarde van geheimhouding verstrekt. Deze voorwaarde is niet anders dan die waaronder de NAVO stukken aan lidstaten als Nederland verstrekt. In de praktijk zou het bij de EU vrijwel niet om EU-documenten gaan, maar naast NAVO-stukken in hoofdzaak om militaire documenten van de EU-lidstaten. Dat zijn stukken van derden die de EU niet kan vrijgeven, is de redenering. Met hetzelfde argument maakt Den Haag geen documenten openbaar van het Europees Sociaal Fonds.

Nederland heeft met de procedure bij het Europees Hof alleen medestanders in het Europees Parlement, die ook bij het Europees Hof in beroep tegen de geheimhouding van militaire documenten willen gaan. Maar andere Europarlementariërs waarschuwen dat een nederlaag bij het Hof een nadelige uitwerking kan hebben op de lopende onderhandelingen over een nieuwe Europese WOB.