Mexico 1968

Als voorbereiding op de Spelen van 1968 in Mexico Stad gaf het Nederlands Olympisch Comité een boekje uit dat met terugwerkende kracht een wrange smaak geeft. Tien dagen voordat de Spelen begonnen, sloegen de autoriteiten op gruwelijke wijze een studentenopstand neer waarbij vermoedelijk honderden doden vielen.

IOC-voorzitter Avery Brundage vond dat geen probleem: ,,Als gasten van Mexico hebben wij het volste vertrouwen dat de Mexicaanse bevolking samen met de deelnemers en toeschouwers de Spelen zal meevieren. Deze zijn een ware oase in een wereld vol moeilijkheden.''

Toen het NOC zijn boekje uitgaf wist het natuurlijk nog niets over de slachting, alhoewel het niet blind was voor problemen: `Mexico ligt in een schotelvormig dal op een hoogte van 2.400 meter. Voor buitenlandse sportmensen zou het ademhalen veel moeilijker worden.' Maar geen zorgen: `Het is – mits goed getraind – slechts een kwestie van acclimatiseren.'

Zoals Bob Beamon, die in de ijle lucht een onwaarschijnlijke sprong maakte van 8,90 meter. Maar politieke problemen? Nee, daarover werd niets geschreven. `Mexico heeft een grootse taak op zich genomen', dat was alles. `De deelnemers en bezoekers moeten onderdak hebben, een olympisch dorp moest worden gebouwd.' Dat juist dat dorp onder zware bewaking stond, was cynisch, want dat was de enige manier om de onlusten buiten zicht te houden.

Het olympische leven ging zo normaal mogelijk door, wat onderstreept werd door de Mexicaanse president: ,,Wij hebben de situatie nu geheel onder controle. De Spelen zullen door niemand worden verstoord.'' Het zou een oase worden in de woestijn van de dictatuur.