Koersval van euro maakt discussie over Europa urgent

De hulp van de centrale banken heeft voorlopig een einde gemaakt aan de daling van de euro. Maar wil de euro een succes worden, dan moeten de Europese regeringen voortmaken met de structurele hervormingen, meent Jeffrey Gedmin.

In de eenentwintig maanden van zijn korte bestaan is de euro van 1,17 dollar afgegleden naar 85 dollarcent, een daling van meer dan vijfentwintig procent ten opzichte van de dollar. De zwakke munt roept vragen op over het Europese leiderschap. Alleen een onverwachte interventie van de centrale banken, inclusief die van de kritische Verenigde Staten, kon de neerwaartse spiraal van de trots van de EU een halt toeroepen, althans voorlopig. En de Franse minister van Financiën kraait victorie. Jawel. ,,Dit betekent een versterking van de geloofwaardigheid van de euro-groep'', verklaarde Laurent Fabius vorig weekend. ,,Wat de Europeanen zeggen, moet serieus worden genomen.''

En wat de Europeanen zeiden, was: `Help, vlug'. De EU stelt de redding van de euro liever niet voor als pure liefdadigheid. De VS, Japan, Groot-Brittannië en Canada hadden inderdaad hun eigen redenen om de vrije val van de zwakke euro te stoppen. Maar de ontkenningen van de machtselites van de EU zijn wel tekenend. Nee, zegt Ernst Welteke, president van de Duitse Bundesbank, de bevolking van zijn land heeft nog steeds vertrouwen in de munt. De premier van Luxemburg hekelt alle opmerkingen over een crisis. De Frankfurter Allgemeine Zeitung spreekt bij voorbaat al honend over het Deense referendum (`De Denen doen alsof er iets voor hen te kiezen valt').

Maar er valt wel degelijk iets te kiezen voor de Denen. Net als voor de Zweden en de Britten – en misschien ook wel voor andere Europeanen, ook al liet het hun regeringen meestal koud of ze steun kregen voor een belangrijk initiatief dat het karakter van hun staat voorgoed zou veranderen. Zo bezien zijn de problemen van de euro uiterst symbolisch.

De euro zal natuurlijk vrijwel zeker blijven. Maar wil de euro een succes worden, dan zullen de West-Europese regeringen moeten voortmaken met structurele hervormingen. Die zullen er ook wel komen, in de vorm van lastenverlichtingen, deregulering en een rem op de overheidsuitgaven. De huidige hervormingen wijzen al in die richting. De economische groei neemt toe, de werkloosheid verdwijnt langzaam, ook al is die in West-Europa nog hoog vergeleken met in de VS. Maar bij de euro telt de politiek meer dan het geld. Het gaat om de toekomstige vorm van Europa, zoals de leiders zelf op gezette tijden discreet toegeven. `De Denen schrikken terug voor geregeerd worden door een verre superstaat', schreef de Financial Times onlangs. `Maar daar wordt ook niet aan gewerkt.' O nee?

Laten we eens kijken hoe de leiders van de EU-lidstaten het probleem van de euro omschrijven. ,,De kern van het probleem is dat de markten niet geloven dat (11) landen zich als één land kunnen gedragen'', aldus de Italiaanse minister van Financiën, Vincenzo Visco. En dat is nog waar ook. De euro-sceptici hebben altijd volgehouden dat er geen goede gemeenschappelijke munt kan bestaan zonder politieke eenheid. Dat is weer koren op de molen van de voorvechters van een Europese federatie.

Wie wil er nu echt zoiets als één Europees belastingstelsel? Er zou een duidelijk centralistische aanpak voor nodig zijn ,,met één stelsel op het gebied van onderwijs en sociale en culturele voorzieningen, (iets) dat mogelijk noch wenselijk is'', aldus Frits Bolkestein. Maar er zijn voorstanders, met name in Frankrijk en Duitsland. Wacht maar af. De huidige problemen met de euro zullen worden aangevoerd als reden voor meer in plaats van minder `harmonisering' van belastingen en een hele reeks andere kwesties.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken heeft zich al uitgelaten over een federaal Europa als einddoel. De Franse leiders hebben zich bekeerd tot een schijnbaar ongenuanceerd supranationalisme – vanzelfsprekend uit nationalistische motieven. En de arme Deense kiezer wordt verweten dat hij zich zorgen maakt over het ontstaan van een Europese superstaat?

Tot nu toe voelden de machtselites in de EU zich doorgaans gerechtigd buiten hun kiezers om over belangrijke kwesties te beslissen. In Frankrijk bleek er bij een referendum slechts een minimale meerderheid te zijn voor het verdrag van Maastricht. In Duitsland zouden de kiezers waarschijnlijk aan hun D-Mark hebben vastgehouden als ze de keus hadden gehad. Een voordeel voor de Eurocraten was altijd dat de euro-sceptische stemmen in het politieke veld zich beperkten tot machteloze Thatcher-aanhangers in Engeland en tot populistische en infame rechtse partijen op het vasteland – zoals die van Jörg Haider in Oostenrijk. EU-functionarissen gedragen zich dikwijls alsof de democratie iets is dat beschermd moet worden tegen de bevolking in plaats van voor de bevolking. Was dat niet een van de lessen van de mislukte strategie van sancties tegen Oostenrijk, wat men ook van de kleine FPÖ vindt?

Toch zou dat alles weleens kunnen veranderen. Edmund Stoiber, de president van de Duitse deelstaat Beieren en mogelijk kandidaat voor het bondskanselierschap in 2002, zal zich beroepen op de uitspraak der Denen. Stoiber wil een discussie entameren over de grenzen aan de integratie en heeft getracht te pleiten voor een Europese Unie met een lossere samenhang. Gerhard Schröders `uitbreidingstsaar' in Brussel, Eurocommissaris Günter Verheugen, zei onlangs dat belangrijke kwesties als de uitbreiding van de EU en de euro moeten worden gesteund en gelegitimeerd door de bevolking, willen ze kans van slagen hebben. Verheugen werd teruggefloten. Hij herriep zijn opmerkingen, maar hoe lang kan een dergelijke discussie worden tegenhouden? De uitspraak van de Denen zal anderen in Groot-Brittannië, Zweden en elders mogelijk een hart onder de riem steken.

Ook Amerika heeft er belang bij dat er een discussie komt over de toekomst van Europa. De Verenigde Staten willen een gezond, democratisch Europa met een `dynamische economie', zoals het in het laatste nummer van Business Week wordt geformuleerd. Amerika wil een Europa dat functioneert. Zal de ontwikkeling van steeds sterker gecentraliseerde supranationale instellingen betekenen dat de doorzichtigheid verdwijnt en er geen verantwoording meer wordt afgelegd aan de burgers van de Europese democratieën? En zullen die instellingen, nog los van het gebrek aan democratisch gehalte, werkelijk efficiënter en doeltreffender zijn? Wat is eigenlijk de bedoeling van het Europa dat het merendeel der huidige Duitse en Franse machthebbers wil creëren? Gaat het om zelfvoorziening, samenwerking en gezonde concurrentie met Amerika? Of is er sprake van Euro-Gaullistische tendenzen, gevolgd door een destructieve rivaliteit?

Roy Denman, voormalig afgezant van de Europese Commissie in Washington, riep onlangs in de International Herald Tribune de EU-leiders op `hun kiezersbedrog' te staken en eindelijk `de waarheid te spreken over de toetreding tot de euro' en de bijbehorende uitdrukkelijk politieke ambities. Laat de discussie maar losbranden.

Jeffrey Gedmin is medewerker van het American Enterprise Institute en directeur van het New Atlantic Initiative.