Hockeyers naar finale door winst op Australiërs

Wakker geschud door de benauwde ontsnapping, dinsdag door toedoen van Groot-Brittannië, hebben de Nederlandse hockeyers hun ware gezicht laten zien. In de halve finales van het olympisch hockeytoernooi dompelde de ploeg van bondscoach Maurits Hendriks gastland Australië in rouw. Nederland nam de noodzakelijk geworden strafballen beter dan Australië. Na de reguliere speeltijd en de verlenging was de stand nog 0-0. Tegen Zuid-Korea, dat eerder met 1-0, van Pakistan won, krijgt Nederland overmorgen de kans om in navolging van India (Melbourne 1956) de olympische titel te prolongeren.

Met enig angst en beven was uitgekeken naar de confrontatie met Australië. Die ploeg kon op eigen bodem tot dusverre nog niet imponeren, maar bleef wel ongeslagen in een groep met verraderlijke tegenstanders als Zuid-Korea en India. Nederland stelde daar zeer wisselvallige prestaties tegenover, met als dieptepunten de nederlaag tegen Pakistan (2-0), het gelijkspel tegen Maleisië (0-0) en de tweede helft tegen Duitsland (2-2).

Vraag was bovendien in hoeverre de selectie de mentale inzinking van dinsdag (het verlies tegen Pakistan) had verwerkt. Doelman Ronald Jansen en middenvelder Jacques Brinkman, lieten in hun nabeschouwing weliswaar niet het achterste van hun tong zien. Maar tussen de regels door werd duidelijk dat een aantal spelers weinig of geen vertrouwen meer hebben in de aanpak van bondscoach Maurits Hendriks.

Aangevuurd door 15.000 toeschouwers wist geen van beide ploegen het duel in het State Hockey Centre open te breken. Stijf van de zenuwen stonden de spelers, die bovendien de pech hadden dat scheidsrechters Deo en Ruiz te vaak het spel stillegden. Vergeefs zocht Nederland, de beter combinerende ploeg van de twee, naar openingen in de Australische defensie. De thuisploeg stelde daar weinig tegenover. Te weinig in elk geval om Jansen te verontrusten.

Het duurde tot de 24ste minuut voordat de eerste kans zich voordeed. Maar Remco van Wijk liet de bal op knullige wijze van zijn stick springen. Dergelijke slordigheden ontsierden het spel van de titelhouder wel meer, en verklaarde het gebrek aan stootkracht in de voorste linie. Zo had Jaap Derk Buma dertien minuten na de onderbreking de openingstreffer voor het intikken, maar de spits sloeg in het zijnet.

Pas diep in de tweede helft, toen Nederland het initiatief in handen had, kwam de eerste strafcorner van de wedstrijd, na een overtreding van Brinkman. De variant van de Australiërs mislukte. Daarna moest de Australiër Livermore tijdelijk naar de kant, als gevolg van een tweede gele kaart. Nederland speelde korte tijd met een man meer.

Hendriks greep tegen Australië terug op aloude zekerheden die hij in feite al veel eerder had moeten inbouwen: Teun de Nooijer, tot vandaag om onbegrijpelijke redenen opnieuw misbruikt als diepste spits, op de positie van linksmidden. Zoals de bondscoach dinsdag in de tweede helft met eigen ogen heeft kunnen zien, komt de 24-jarige balvirtuoos op die plaats verreweg het beste tot zijn recht. Vanuit die positie kan De Nooijer zijn snelheid immers kwijt, en is hij in staat om het elftal van creatieve impulsen te voorzien.

Als centrumspits liep de Bloemendaal-speler het gehele toernooi in een fuik van verdedigers. Van ellende liet hij zich in zijn honger naar de bal steeds vaker terugzakken naar het middenveld, met als gevolg dat hij zijn medespelers meestal hinderlijk voor de voeten liep. Marten Eikelboom, tegen Pakistan nog verantwoordelijk voor het missen van twee opgelegde kansen, kreeg vandaag een herkansing in de punt van de aanval. Tegen Australië ging het niet beter.

Spelverdeler Jeroen Delmee moest een linie zakken, om Erik Jazet te assisteren in het centrum van de defensie. Dat ging ten koste van Diederik van Weel, een van de weinige spelers die tot dusverre zijn gebruikelijke niveau hebben weten te halen. Om de puzzel compleet te maken: linksmidden en `stofzuiger' Brinkman schoof op naar de positie van centrale middenvelder.

Met de wijzigingen viel Hendriks terug op het succesvolle spelsysteem dat twee jaar geleden bij het WK in Utrecht, na het afhaken van Leo Klein Gebbink, aan de basis stond van de eindoverwinning. Al had de bondscoach het zichzelf een stuk makkelijker kunnen maken door Brinkman naar de bank te verwijzen.

Vraag was of dat verstandig was. Brinkman is een waardevolle speler. Maar in Sydney ontbreekt het de 34-jarige ijzervreter aan wedstrijdritme, na een blessure (gebroken knieschijf) die hem drie maanden aan de kant hield.

Vier jaar geleden in Atlanta sleepte de strafcorner de ploeg een aantal keren over het beruchte dode punt. In Sydney daarentegen haperde het wapen waarmee Nederland in het verleden zo vaak succesvol was, dankzij erbarmelijk slecht aangeven van zowel Brinkman als zijn vervanger, Van Weel.