Grenzeloos pessimisme in Grieks-Cyprus

In New York is weer een onderhandelingsronde over de kwestie-Cyprus afgesloten. Aan Griekse-Cyprische zijde is het pessimisme niet eerder zo groot geweest.

Nooit eerder heerste er in Grieks-Cyprus zoveel pessimisme en ook cynisme over de kansen op een oplossing voor de problemen van het eiland. Nieuw is daarbij de beschuldigende toon die jegens de regering van het moederland Griekenland en vooral de ,,verraderlijke'' minister van Buitenlandse Zaken, Jorgos Papandreou, die de ,,vriendschapspolitiek'' met zijn Turkse collega, Ismail Cem, gewoon voortzet terwijl de vooruitzichten voor Cyprus steeds zorgelijker lijken te worden.

De bezorgdheid komt niet zozeer voort uit de `negatieve' opstelling van de Turks-Cyprische leider, Rauf Denktas – dit lijkt een constante factor te zijn — alswel uit tekenen dat diens these van `twee staten op Cyprus' steeds meer lijkt te worden overgenomen door buitenlanders die zich met de kwestie-Cyprus bezighouden. De speciale VN-adviseur voor Cyprus, Alvaro de Soto, heeft dat beladen woord `staten' al eens laten vallen. En tijdens de zojuist afgesloten onderhandelingsronde in New York tussen de Grieks-Cyprische president, Kliridis, en Denktas heeft ook zijn chef, Kofi Annan, gesproken over de `gelijke politieke status' van beide partijen.

Dit werd in de Griekse wereld algemeen opgevat als een erkenning van twee gelijkberechtigde staten. In Grieks-Cyprus leidde de terminologie tot grenzeloze woede en het ontbrak niet aan uitroepen dat Kliridis nu maar eens moest weglopen uit de onderhandelingen. Zelfs de Griekse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, Elizabeth Papazoï, uitte zich in deze trant. Maar Papandreou en ook premier Simitis wezen erop dat zo'n negatieve daad het domste zou zijn dat Grieks-Cyprus zou kunnen doen. Al was het alleen maar omdat het op de EU, waartoe Nicosia hoopt toe te treden, een zeer slechte indruk zou maken.

Intussen heeft Anan de Grieken mondeling gerustgesteld dat zijn uitlating over `gelijkheid' geen erkenning van de Turks-Cyprische staat inhoudt. Maar de protesten in Grieks-Cyprus zijn geenszins verstomd. Veel opschudding verwekte een hoofdartikel in het dagblad Simerini, waarin Jorgos Papandreou werd voorgesteld als een valse aannemer van een titanisch werk: de overgave van heel Cyprus aan Turkije. De Griekse minister reageerde voor zijn doen ongewoon heftig en herinnerde eraan dat het ware verraad van de Cyprische zaak was gepleegd door ultra-nationalisten die in 1974 de staatsgreep tegen president Makarios hadden uitgevoerd. De schrijver van het geruchtmakende anonieme hoofdartikel was niemand anders dan Spyros Papajorgiou, de man die woordvoerder is geweest van het kortstondige dictatoriale regime-Samson dat op Makarios volgde.

De woordvoerder van het Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken sprak van een ,,crescendo van onverantwoordelijkheid''. Daarbij doelde hij ook op een preek van de aartsbisschop Chrysóstomos waarin deze evenzeer had opgeroepen tot een boycot van de onderhandelingen. Hij had betoogd dat deze dreigden uit te lopen op de door Denktas gewenste confederatie, het meest losse verband tussen de twee `staten', in plaats van de door Grieken nagestreefde federatie, waarvan hij trouwens vanouds ook een tegenstander was. Deze aartsbisschop heeft op Cyprus onnoemelijk minder invloed dan zijn voorganger Makarios, maar deze keer sloten de meeste kranten en zelfs die van de grote communistische partij Akel zich bij hen aan.

Zelfs binnen Kliridis' eigen partij, de Democratische Concentratie, de grootste op het eiland, klinken geluiden ,,dat het zo niet langer gaat''. Eigenlijk is alleen Jorgos Vasiliou, Kliridis' voorganger als president, nu onderhandelaar met de EU en leider van het partijtje Nieuwe Democraten, optimistisch over het verloop van de onderhandelingen, die 1 november in Genève hun vijfde fase ingaan.