Going Dutch

Het terras van café `Ons Plekje' is gezellig vol. Binnen zijn `recente' tijdschriften te lezen: de mei-edities van Vrij Nederland, de beeldroman Kiss en Rails. Op tv zien we beelden van bloemenvelden, de aankomst van Sinterklaas en een lachende koningin Beatrix.

Ons Plekje is geen gewone Nederlande kroeg, maar een onderdeel van de Nieuw-Zeelandse tentoonstelling Going Dutch en moet een goed beeld geven van het huidige Nederland.

Going Dutch laat zien hoe het Nederlanders verging die naar het relatief onbekende Nieuw Zeeland emigreerden. Het waren Nederlanders die woonden in Nederlands-Indië en na de Tweede Wereldoorlog hun draai niet konden vinden in het vaderland, maar ook mensen die het `overvolle' Nederland ontvluchtten en een nieuw leven wilden opbouwen. De bijpassende lifestyle kreeg men zeker niet cadeau: je was een tweederangs burger. In je paspoort kwam je duimafdruk en de opmerking `alien' (vreemde).

De meest interessante conclusie van de tentoonstelling is dat Nederlanders hun stempel op de Nieuw-Zeelandse cultuur hebben gedrukt. Hun invloed is zichtbaar in de introductie van nieuwe etenswaren, waaronder kaas. Ook maakten ze het braden van vlees – in plaats van koken – populair.

Wellicht de meest aansprekende verandering is de introductie van een uitgaansleven. Het is een Nederlander geweest die met succes de strijd is aangegaan met de sluitingswet, die bepaalde dat kroegen al om zes uur 's avonds moesten sluiten.

Going Dutch, museum Te Papa (Wellington), tot en met maart 2002.