`Geen risico's, wat de milieubeweging wil, kan niet'

Het kabinet stuurt vandaag zijn visie over biotechnologie naar de Kamer, zonder principieel ethische standpunten. Minister Brinkhorst is tevreden.

. ,,Voorzichtig voorwaarts: dat is de lijn.'' Het kabinet zegt `ja' tegen biotechnologie en minister Brinkhorst (Landbouw) maakt geen geheim van zijn tevredenheid over deze instemming. De nota die het kabinet vandaag naar de Tweede Kamer stuurt, is een gezamenlijk werkstuk van vijf bewindslieden, van wie de eerst verantwoordelijke, minister Pronk (VROM), zich de afgelopen maanden nog uitsprak voor een `nee tenzij'-benadering: in principe geen biotechnologische toepassingen, van genetische aanpassing van planten tot het klonen van mensen, tenzij aan strikte voorwaarden was voldaan.

Nu ligt er een nota die de discussie over de aanvaardbaarheid van biotechnologie niet formuleert in principiële ethische termen, maar in het licht plaatst van de afweging van risico's en maatschappelijk nut. ,,Dat is winst'', concludeert Brinkhorst. ,,Biotechnologie biedt geweldige kansen, maar heeft ook risico's. Hoe groter het maatschappelijk nut is, hoe groter de risico's die je kunt nemen. Als je een medicijn tegen kanker hebt, is het maatschappelijk nut zo groot dat je meer risico's kunt accepteren. De meerwaarde van genetisch gemodificeerd soja is misschien niet duidelijk, maar ook op dat gebied kunnen de effecten op de gezondheid groot zijn.''

Brinkhorst is nooit voor een categorische afwijzing van genetische modificatie geweest. ,,Nee zeggen is altijd makkelijker, en is ook over biotechnologie lang gezegd. Maar dat heeft ook gevolgen gehad, zoals aarzelingen bij investeringen in biotechnologie.'' Ook in het kabinet zijn de afgelopen maanden principiële ethische standpunten niet het uitgangspunt geweest van de discussie over biotechnologie. ,,We hebben gesproken over concrete uitwerkingen, ieder op zijn eigen terrein.'' Zo gaf Pronk toestemming voor het inrichten van proefveldjes met biotech-toepassingen – op voorwaarde van voldoende afstand tot andere gewassen – en pleitte Brinkhorst voor het investeren in onderzoek naar genetische modificatie van dieren.

Nederland scoort volgens Brinkhorst ,,redelijk'' in vergelijking met andere Europese landen – ,,beter dan landbouwconcurrenten als Frankrijk en Duitsland''. Maar hij is er ,,als minister van voedsel en groen'' niet blij mee ,,dat Nederland een minnetje heeft'' op het gebied van dierlijke biotechnologie. ,,Dat is niet in ons belang. Je kunt niet met de rug gaan staan naar een ontwikkeling die zoveel kansen biedt. We moeten voorop lopen.''

Kennisontwikkeling moet volgens Brinkhorst dan ook het uitgangspunt vormen van de discussie in de samenleving over de aanvaardbaarheid van biotechnologie. Dit najaar komt er een commissie – onder verantwoordelijkheid van Brinkhorst – die een debat moet organiseren vergelijkbaar met het kernenergiedebat in de jaren tachtig. Maar hij voelt niets voor een emotioneel geladen debat. ,,Ik wil af van de discussie over `ja mits', `nee tenzij'. Dat werkt polariserend. Ik wil dat het over concrete onderwerpen gaat, bijvoorbeeld over human cloning, of over biotechnologie bij dieren.''

Het huidige debat heeft volgens Brinkhorst teveel een `sjablonenkarakter': ,,Consumentenbond, milieubeweging en andere partijen nemen voorspelbare posities in. Zij spelen hun rol, terwijl driekwart van de Nederlandse bevolking volgens mij de discussie niet zo beleeft.'' Als methode om dat te doorbreken ziet Brinkhorst Europese richtlijnen voor biotechnologie, want ,,die hebben de toets van nationale debatten doorstaan en kunnen dienen als richtlijnen om het debat te objectiveren.'' De Europese richtlijnen schrijven onder meer voor dat dat de risico's van biotechnologie bekend moeten zijn. Dat criterium is overgenomen in het voorwaardelijke ja van het kabinet.

Dit zogenoemde voorzorgsbeginsel moet volgens Brinkhorst uitgangspunt zijn van het ethische debat. ,,Geen risico's, zoals de milieubeweging wil, is onmogelijk. Je moet wel zoveel mogelijk gegevens verzamelen en zorgen dat je tevoren weet waar je aan begint. Daarbij moet je de voorzichtige marge aanhouden: niet acceptabel is wat onomkeerbaar is of onvoldoende zekerheid oplevert. Als veldproeven met biotechnologische toepassingen door vermenging en wilde kruising leiden tot overwoekering van gewassen, moet je ervan afzien.'' Burgers moeten kunnen kiezen of ze producten met genetische gemodificeerde bestanddelen willen of niet. Uitgebreidere etiketten op voedselproducten bijvoorbeeld moeten dat duidelijk maken. Maar ook hier kunnen de garanties niet absoluut zijn, waarschuwt Brinkhorst: ,,Tijdens de productie gaat informatie verloren over de inbreng van genetische gemodificeerd materiaal.'' Hij wil het overleg uitbreiden van de boerenorganisatie LTO naar bijvoorbeeld de Consumentenbond. ,,Wij hebben ons product afgescheiden, laten zij nu maar zeggen wat ze ervan vinden. Wij luisteren.''

DOSSIER GENETISCHE MANIPULATIEwww.nrc.nl