G'day mate

Australië is van de leg. Het land van de hartstochtelijke innemers bestaat niet meer. Althans, daar lijkt het op. Dertien dagen zijn de Olympische Spelen nu onderweg en de bierproducenten zitten met de handen in het haar. Groot alarm sloegen ze afgelopen weekeinde toen hun voorraden maar niet slonken. Schuldigen waren snel gevonden: de ruim zeventienduizend aanwezige vertegenwoordigers van de internationale media, een volkje dat volgens de brouwers doorgaans wel raad weet met het gerstennat. Niets blijkt minder waar. Vorige week berichtte het dagblad The Australian dat zich op één dag maar drie dorstige verslaggevers hadden gemeld bij een van de vele pers-stands op Olympic Park. Drie! Dat moet een wereldrecord zijn. Ook de bezoekers laten het afweten. Sport en drank gaan in Australië doorgaans hand in hand. Wie of wat de Aussies zien, doet er niet toe. Als het maar beweegt en als het bier langs de zijlijn maar vloeit, daar gaat het om. Maar tijdens de Spelen gaat die wijsheid niet op, tot ergernis van de bierproducenten. Een verklaring vonden woordvoerders in ,,het hoge familiegehalte'' van de Spelen. Met andere woorden: vader zou zich in bijzijn van vrouw en kinderen niet over willen geven aan zijn drankzucht. Leuk gevonden, maar volstrekte onzin. Als kenner weet ik wel beter: in Sydney wordt de dorst gedrukt door de astronomische prijzen. Zo moet voor een 525 ml Foster's lager liefst 5 dollar 60 worden neergeteld, omgerekend bijna acht gulden. Dat is zelfs Australiërs te gortig.