EU-politici klungelen 1

Premier Kok noemt vijf argumenten tegen een referendum over de EU-uitbreiding met Oost-Europese landen (NRC Handelsblad, 22 september). Ten eerste zegt Kok dat als de Nederlanders beter geïnformeerd zijn over de EU, zij mogelijk geen referendum meer willen. Het is echter mogelijk dat Nederlanders reeds te veel weten om niet absoluut te staan op een referendum. Ten tweede zou bij een referendum, elk land een veto tegen de uitbreiding hebben. Maar dat heeft elke lidstaat momenteel al, ongeacht of zij wel of geen referendum houdt. Ten derde zegt Kok dat hij liever continu burgerinspraak wil, zodat de noodgreep van een `nee' achteraf niet nodig is. Maar het instrument hiervoor, het volksinitiatief, wil de Paarse coalitie juist niet invoeren. Het huidige wetsontwerp laat alleen een correctief referendum toe.

Ten vierde wil Kok liever een referendum in de landen die willen toetreden. Ik wijs erop dat een meerderheid van de Polen ook tegen toetreding is en een referendum beloofd hebben gekregen, maar dit eveneens niet krijgen. Hoe de toestand in de andere landen is, is onbekend omdat men geen opiniepeilingen houdt. Ten vijfde zegt Kok dat ervaringen met referenda in Duitsland en Frankrijk weinig bemoedigend zijn. Hij bedoelt daarmee waarschijnlijk dat hij de uitslag graag anders had gezien.