Egypte koopt onderzeeërs van RDM

De Rotterdamse werf RDM heeft zijn eerste twee Moray-onderzeeboten verkocht. Egypte heeft hiertoe een intentieverklaring ondertekend.

Opmerkelijk is dat de onderzeeërs, die 500 tot 600 miljoen gulden per stuk kosten, op een Amerikaanse werf worden gebouwd. De VS dragen een fors deel van de kosten van de aanschaf. Een consortium van de RDM, de Amerikaanse scheepsbouwer Litton-Ingalls en de eveneens Amerikaanse defensie-reus Lockheed Martin heeft de leiding over de bouw. De RDM levert het ontwerp, Lockheed Martin de belangrijkste elektronica en Litton-Ingalls draagt zorg voor de bouw op de werf in Pascagoula in de Amerikaanse staat Mississippi. Dit hebben bronnen binnen dit consortium bevestigd.

De ondertekening van de intentieverklaring door Egypte opent de weg voor onderhandelingen over de precieze leveringsvoorwaarden en voor technische en personele ondersteuning door de Koninklijke Marine. Omdat Egypte al een onderzeedienst heeft kan deze steun beperkt blijven.

Egypte heeft al sinds de ondertekening van het vredesakkoord met Israel in Camp David, in 1979, de Amerikaanse toezegging gekregen voor financiering van nieuwe onderzeeboten. Aan dit financieringsprogramma (FMF) is de eis verbonden dat minimaal de helft van de hulpfondsen terugvloeit in de Amerikaanse economie. Dat zou het eenvoudigst zijn als een Amerikaanse werf de onderzeeboten zou bouwen. De VS produceren echter sinds tientallen jaren uitsluitend kernonderzeeërs.

Aanvankelijk wilde Egypte met het Amerikaanse geld Duitse onderzeeërs kopen, maar de VS konden met de Duitse industrie geen akkoord bereiken over de financiering. Het Amerikaans-Nederlandse consortium dat halverwege de jaren negentig in het leven werd geroepen staat financiering volgens FMF-voorwaarden wél toe.

Dat het daarna nóg zo lang heeft geduurd voor de intentieverklaring werd ondertekend, is naar verluidt mede veroorzaakt door tegenwerking van de Amerikaanse marine. De zeestrijdkrachten van de VS varen sinds lange tijd uitsluitend met nucleair aangedreven onderzeeboten. Deze zijn notoir kostbaar. De nucleaire lobby in de VS zou liever niet zien dat de belastingbetaler er achter komt dat op werven in de VS ook niet-nucleaire onderzeeërs kunnen worden gebouwd.

Diesel-elektrische onderzeeërs als de Moray zijn weliswaar iets minder capabel dan kernonderzeeërs, maar kosten slechts een tiende.