Een ontevreden natie

Het tweede-kabinet-Kok heeft vorige week met de Miljoenennota voor 2001 een knap staaltje werk afgeleverd. Een begroting die voor het eerst in 50 jaar een overschot te zien geeft, mag gerust een mijlpaal worden genoemd. De propagandadiensten van de regering lieten in de diverse prinsjesdagstukken dan ook niet na dit `historische' feit te benadrukken. Met resultaat. In alle berichtgeving werd gemeld dat minister Zalm van Financiën hetzelfde had gepresteerd als zijn verre voorganger Lieftinck in 1949. Een perfect voorbeeld van geslaagde spindoctoring.

Maar ook objectief gesproken was sprake van een mooie begroting. Eindelijk de nationale boekhouding op orde. Wat decennia lang is beleden, is nu dan ook werkelijk bereikt. Geen financieringstekort meer, dalende staatsschuld, dalende belastingen en dan ook nog ruimte voor extra uitgaven. Een kabinet dat zulke resultaten laat zien zit op rozen, zou je zeggen. Maar het opmerkelijke is dat het `mooi-weer-kabinet' bij de kiezers niet op enige dankbaarheid hoeft te rekenen. In de wekelijkse opiniepeilingen naar het vertrouwen blijft het kabinet stelselmatig onder de 50 procent scoren.

Terwijl in de Haagse belevingswereld nog de abstractie van het grootboek overheerst, hanteert het electoraat inmiddels andere parameters om het kabinet op te beoordelen. Niet wat het kabinet heeft gedaan is daarbij bepalend, maar juist wat het niet doet. En dan heerst er veel ongenoegen. De klagende Nederlander staat op een wachtlijst voor een medische ingreep, heeft een kind dat bij gebrek aan leerkrachten onvoldoende onderwijs krijgt en staat bovendien ook nog bijna dagelijks in de file. En als hij er niet zelf mee te maken heeft, kent hij de klachten wel vanuit zijn directe omgeving. Een droombegroting moet het zodoende afleggen tegen het gevoelen dat de overheid niet levert.

Of dat al dan niet terecht is, doet minder ter zake. De kwetsbaarheidsfactor van politici is gewoon aanzienlijk groter dan vroeger. Politiek is geen zaak meer van gedelegeerd vertrouwen. Een politicus is een ingehuurde zaakwaarnemer die dagelijks op zijn daden wordt beoordeeld. Zie de treurige gang van zaken rond de diesel- en benzineprijzen. Die heeft door heel Europa heen haarfijn laten zien waar het de kiezer werkelijk om te doen is.

Interessant wordt hoe in eigen land de paarse coalitie, nu de verkiezingen dichterbij komen, de komende tijd met het gegeven van de ontevreden kiezer zal omgaan. De blokkerende transportsector werd twee weken geleden razendsnel afgekocht met 500 miljoen gulden. Maar moeilijker wordt het bij ingewikkelder probleemgebieden zoals de gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur. Hier komt paars zijn eigen bestuurlijke onmacht tegen. Dan blijkt dat achter de façade van de door een uitbundige economische groei bepaalde macro-gegevens, een gehavend bouwwerk schuilgaat.

Het meest illustratief voor de verwaarlozing is de gezondheidszorg. En dan gaat het niet om geld, want er zijn de afgelopen jaren miljarden extra naar toe gegaan. Het probleem is juist dat het kabinet er ondanks het vele geld niet in is geslaagd nog maar een begin te maken met een verbetering van de structuur binnen de gezondheidszorg. Er zijn ingrijpende keuzes nodig, aldus de Miljoenennota van vorige week. Met die mededeling is paars net zo ver als zes jaar geleden toen in het eerste regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 iets dergelijks ook al werd aangekondigd.

Bij verschil van mening is niet kiezen de gemakkelijkste oplossing. Met als gevolg dat Nederland binnen Europa ver is achtergebleven bij hervormingen in de gezondheidszorg. Of, zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau in het onlangs verschenen tweejaarlijkse rapport met veel gevoel voor understatement opmerkt: ,,Voor het thema hervormingen in de gezondheidszorg kan zeker niet van een succes van het poldermodel gesproken worden.'' Ooit, in de jaren tachtig, had Nederland met de voorstellen van de commissie-Dekker de meest ambitieuze ideeën om door middel van allerlei concurrentieprikkels in de gezondheidszorg een systeem van marktwerking in te voeren. Als gevolg van bestuurlijke onmacht is hier nauwelijks iets van terechtgekomen. Wie anno 2000 nog een kolchoz wil zien kan terecht bij de Nederlandse gezondheidszorg.

Een soortgelijke vorm van bestuurlijke sur place doet zich voor in de infrastructuur. Ook hierover zegt het kabinet in de Miljoenennota dat ingrijpende keuzes aan de orde zijn, maar dat daarvoor eerst nadere verkenningen nodig zijn. En ook hier geldt: wat hebben die ministers de afgelopen zes jaar dan in vredesnaam gedaan? Inderdaad, gepraat over rekeningrijden.

Om de trits af te maken is er tenslotte het onderwijs. Het dreigt eentonig te worden, maar opnieuw stelt de Miljoenennota dat ingrijpende keuzes nodig zijn. Weer is de vraag: nu pas? In het al eerder aangehaalde rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau valt te lezen dat een steeds geringer deel van de Nederlandse welvaart in onderwijs wordt geïnvesteerd. Nederland schijnt in internationale vergelijkingen nog steeds goed voor de dag te komen. Maar hoe lang nog? Zonder voldoende leerkrachten en met aftandse leermiddelen kan het in de internationale statistieken niet anders dan snel bergafwaarts gaan.

Trots verklaarde minister-president Kok vorige week in de Tweede Kamer dat veel van de in het twee jaar oude regeerakkoord gestelde doelen zijn bereikt. Maar dat is een mededeling voor de binnenwacht. Buiten staat de kiezer die eist dat zijn problemen van vandaag gisteren worden opgelost. Er is één lichtpuntje voor paars. Want uit dezelfde peilingen waaruit het geringe vertrouwen in het kabinet naar voren komt, blijkt dat de electorale voorkeur nauwelijks verandert. Of dat echt geruststellend is, valt te betwijfelen. Het kan er evenzogoed op duiden dat de kiezer zijn geloof in de politiek heeft opgegeven.