Doorloungen en afterchillen

Wat krijg je als je het hip voedsel vermengt met trendy uitgaan? Inderdaad: een combinatie van noodles en loungen. Een populair voorbeeld van dit recept is te vinden aan de Amsterdamse Leidsegracht: café-restaurant Noa.

Laten we er niet omheen draaien: alles ademt hip en trendy in Noa. Uit de bar schijnen kleine lichtjes, loungemuziek draait op redelijk hard niveau, een al dan niet kunstzinnige glazen wand verdeelt het restaurant in tweeën en om het loungegevoel te vervolmaken staan er vele banken om op te hangen. Het café-restaurant krijgt het publiek dat het zoekt. Beetje artsy, hip, jong, snel, modieus, pretentieus... kortom het publiek dat `er' bij hoort of dit probeert. Maar dat is voor een leek altijd moeilijk te bepalen.

We willen om acht uur met zijn vieren eten bij Noa, maar reserveren blijkt niet mogelijk. Een medewerker laat per telefoon weten dat we het beste voor zevenen kunnen komen. Als de eerste van ons om tien voor zeven binnenstapt, weet ze nog net het laatste van de ongeveer vijftien tafeltjes te bemachtigen. Om acht uur, op een gewone dinsdagavond, is de tent afgeladen. Bankjes, krukken, aan de bar: tot een uur of half twaalf blijft het vol.

Het menu draait zoals gezegd om noodles. De Engels-Nederlandstalige kaart noemt een viertal soepen zoals Wontonsoep en Thai Curry Noodle soep die, net als de rest van de kaart, redelijk zijn geprijsd: tussen ƒ10 en ƒ15. Verder zijn er zeven noodlegerechten tussen de ƒ22,50 en ƒ35: onder meer Singapore Fried Noodles (met gember, peper en seafood), noodles met gamba en kip en de twee Italiaanse varianten Rocket Pasta with tomatoes en Pappardelle with porcini. De kaart wordt gecomplementeerd met vier salades, wat snacks en drie nagerechten.

Twee personen uit ons gezelschap kiezen voor de Rocket Pasta (basilicumpasta met rucola, tomaten en parmezaanse kaas). De anderen voor de Chow Mein with roasted Pekingduck and black beans en de Pad Thai fried noodles (vegetarische noodles met taugé, lente-ui en pinda's.

Over het eten kunnen we om twee redenen kort zijn. Allereerst is het gewoon in orde, maar meer ook niet. De porties zijn ruim en smaken goed. Een tweede reden is dat het eten er in Noa helemaal niet zoveel toe lijkt te doen. Een groot deel van de clientèle houdt het gewoon bij drinken. Noa is in eerste instantie eerder een café dan een restaurant.

Als café, of moeten we toch lounge zeggen, blijkt Noa wonderwel te werken. Dat hadden we bij een eerder bezoek al ondervonden. Wie een beetje van de muzieksoort houdt, een mengsel tussen hip en kabbelend, en zichzelf hangend op de bankjes kan voorstellen, zal zich er prima vermaken. Het drankaanbod is in orde. Er zit Dommelsch op de tap (ƒ4 per vaasje), er is keuze tussen vier rode en witte wijnen (ƒ30-ƒ40) waarvan met name de rosé (Marques de Riscal, ƒ35) zeer geliefd is bij de bezoekers. Rosé is trouwens weer een populair drankje aan het worden, maar het gaat ook redelijk goed samen met het voedsel. Noa heeft ook drie soorten (Frans) mineraalwater op de kaart. `Sponsor' Martini is duidelijk vertegenwoordigd in enkele hippe reclame-uitingen op de wand en bijzondere glazen. Maar echt veel wordt de drank niet genuttigd.

Om het stevig hangen, doorloungen en afterchillen van nog een dimensie te voorzien heeft Noa ook een sigarenkaart. Er wordt inderdaad aardig weggepaft, al komt de rook doorgaans niet van sigaren.

Noa is zeker geen allemansvriend. Voor het eten alleen hoef je er niet te komen. Maar als je een beetje goede en ook wel licht pretentieuze bui hebt, kan je er uren hangen. En in Amsterdam hebben veel mensen zulke buien. De vraag is uiteraard hoe lang Noa hip en trendy blijft. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt.