Deens `ja' zou voor de euro een oppepper zijn

De Denen zeggen vandaag in een referendum ja of nee tegen de euro. In opiniepeilingen houden voor- en tegenstanders elkaar in evenwicht. Maakt het veel uit, wat ze beslissen?

Een Deens `nee' vandaag tegen de euro zal, zo lijkt het, de ontwikkelingen in Europa niet vertragen. In 1992, toen het Verdrag van Maastricht door de Denen werd verworpen, moest er opnieuw onderhandeld worden om de zaak vlot te trekken. Dat is bij een `nee' nu niet nodig.

Voor- en tegenstanders in Denemarken proberen hieruit munt te slaan. Als het dan toch niks uitmaakt, zeggen de tegenstanders, kunnen we over een paar jaar opnieuw een referendum houden en alsnog deelnemen. Juist omdat het niks uitmaakt, zeggen de voorstanders, moeten we nu deelnemen. Want met een `nee' raken we alleen maar invloed kwijt.

Maar het is, op het tweede gezicht, de vraag of het echt niets uitmaakt wat de Denen vandaag doen. Nog ruim een jaar en de euro zit niet meer alleen in het hoofd maar ook in de portemonnee in ten minste twaalf Europese landen. De munt doet het slecht tegenover de sterke dollar. En een Deens `ja' legt weliswaar monetair niet veel gewicht in de schaal, maar zou een psychologische oppepper kunnen zijn voor de kwakkelende munt, terwijl een `nee' het vertrouwen in de euro verder kan ondermijnen.

Als de Denen `nee' zeggen, versterkt dit – onbedoeld – de tendens naar een Europa van twee snelheden, met een kleine groep voortrekkers die sneller integreren dan de rest. Daarover zijn de vijftien het zeer oneens. Als Denemarken de euro afwijst, wordt het voor de Zweedse regering minder gemakkelijk haar burgers ervan te overtuigen anders te besluiten. Dat geldt ook voor Groot-Brittannië, waar premier Blair het nog niet heeft aangedurfd om de Britten over te halen het pond op te geven.

Als door obstructie van sommige landen een verdergaande integratie van de rest goedschiks niet mogelijk is, waarschuwde de Franse president Jacques Chirac deze zomer nog, dan moet het maar kwaadschiks – dat wil zeggen, buiten de gebruikelijke EU-kanalen om. Daarmee komt ook het vetorecht dat EU-lidstaten in belangrijke kwesties nu nog hebben op de tocht te staan. Op de Europese top in Nice in december zal toch al worden gepraat over meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheden.

Denemarken manoeuvreert zichzelf door een `nee' verder naar de Europese zijlijn. Vooral voor het debat over de uitbreiding is dat van belang. Denemarken behoort met Zweden tot de krachtigste pleitbezorgers van die uitbreiding. Ze kregen het voor elkaar dat de EU met alle kandidaten tegelijk om de tafel is gaan zitten. De overige landen zullen ook in deze kwestie minder geneigd zijn naar de Denen te luisteren, als die steeds maar weer dwarsliggen.

referendum: pagina 5