Burcht rond Gucci weer onder de loep

In het schaakspel van de twee Franse kemphanen LVMH en PPR om het modehuis Gucci is een nieuwe zet gedaan. De Hoge Raad verwijst de rechtzaak terug naar de Ondernemingskamer. Beide partijen claimen de winst, maar de grote verliezer lijkt de Ondernemingskamer.

Volgens goed Gucci-gebruik claimen beide kampen de overwinning na de uitspraak in hoger beroep van de Hoge Raad gisteren. De raad oordeelde dat de Ondernemingskamer zich alleen mag uitspreken over de strijd bij modehuis Gucci als ze eerst grondig onderzoek laat doen. ,,De Ondernemingskamer had gezegd dat wij `wanbeleid' hebben gevoerd en had dus niet zo mogen oordelen'', zegt P. Wakkie, advocaat van Gucci. De tegenpartij LVMH is juist blij met de beslissing van de Hoge Raad, zegt hun advocaat P. Storm, omdat de kans groot is dat de Ondernemingskamer na onderzoek opnieuw `wanbeleid' constateert en dan ook zal vaststellen dat Gucci groot-aandeelhouder PPR nooit had mogen binnenhalen.

De machtsstrijd om het succesvolle Gucci wordt sinds maart 1999 gevoerd tussen twee Franse zakenmannen: Bernard Arnault, oprichter van mode- en champagnehuis Moët Hennessy Louis Vuitton (LVMH) en Francois Pinault, oprichter van detailhandelsconcern Pinault Printemps Redoute (PPR). Het bedrijf is aan de Amsterdamse beurs genoteerd en dus gebonden aan het Nederlandse ondernemingsrecht.

LVMH — een concurrent van Gucci — had tot mei vorig jaar zijn belang in Gucci opgebouwd tot 34 procent. Dat zat de Gucci-directie dwars omdat ze vreesde voor een vijandige overname door de concurrent. Om het belang van LVMH te verwateren, en een overname te voorkomen, wilde de directie twintig miljoen nieuwe aandelen uitgeven aan zijn personeel — precies het aantal dat LVMH bezit.

Om dezelfde reden haalde de directie kort daarna concurrent PPR binnen. Ze verkocht 39 miljoen nieuwe aandelen aan PPR voor 2,9 miljard euro, waardoor PPR in één klap 42 procent van Gucci bezat. Het aandeel van LVMH in Gucci verwaterde daardoor tot 20 procent. Met PPR maakte Gucci de afspraak dat de directie onafhankelijk blijft, zelfs al zou PPR de aandelen van LVMH kunnen overkopen of die van andere aandeelhouders. LVMH was woedend, ook al omdat ze juist op dat moment onderhandelde met de Gucci-directie om een einde te maken aan de uitbreiding van zijn belang in het bedrijf.

LVMH vocht de verwaterings-constructie aan bij de Ondernemingskamer (het Gerechtshof). Ze eiste een onderzoek (enquête) naar de gang van zaken bij Gucci, vernietiging van de deal met PPR en vernietiging van het personeels-aandelen-plan. De Ondernemingskamer vond, in mei vorig jaar, een onderzoek overbodig. Ze keurde het personeelsplan af maar de deal met PPR niet. Ze zei: het moment waarop Gucci PPR binnenhaalde was verkeerd, maar we vernietigen die transactie niet omdat Gucci anders alsnog PPR binnenhaalt op een ander moment.

Het oordeel van de Hoge Raad, gisteren, is aanleiding voor LVMH om opnieuw de Ondernemingskamer te vragen een onderzoek in te stellen naar de gang van zaken bij Gucci, zegt advocaat G. Kempering van Ekelmans den Hollander. ,,In de hoop natuurlijk dat de deal met PPR alsnog wordt afgekeurd.'' De directie van Gucci verwacht niet dat de deal wordt afgekeurd, aldus een woordvoerder. Bovendien had LVMH al lang zijn aandelen in Gucci kunnen verkopen aan PPR voor een goede prijs, zegt hij. ,,Maar dat hebben ze geweigerd.''

Een belangrijke stap voor het ondernemingsrecht in het algemeen is dat de Hoge Raad de Ondernemingskamer op zijn vingers heeft getikt, zegt C. Barbas, advocaat bij Clifford Chance. ,,Ze heeft gezegd dat de Ondernemingskamer pas een oordeel als `wanbeleid' mag vellen, als ze eerst een degelijk onderzoek laat verrichten door deskundigen, ofwel een `enquête'. Dat is goed, want veel juristen vinden dat de bevoegdheden van de Ondernemingskamer wel erg ver gaan.''