Bob Dylan is jolig en hartstochtelijk

Bob Dylan verkeert in de ongewone omstandigheid dat het publiek zijn repertoire beter kent dan hijzelf. Op de voorste rijen van de Ahoy-hal werd gisteravond dan ook afwisselend instemmend en afkeurend gemompeld: `Verkeerde inzet', of: `Dit had nog wat geoefend moeten worden'. Want al is Dylan al jaren op een Never Ending Tour, hij wekt vaak de indruk niet de moeite te hebben genomen zijn bandleden over de setlist te informeren.

Maar de Nederlandse Dylan-fans, die gisteravond als bekeerde ornitologen door een verrekijker naar hun held stonden te turen, konden met dit optreden tevreden zijn. Afgezien van een enkele valse start werd er hartstochtelijk samengespeeld. Dylan en gitarist Larry Campbell stonden nog net niet tegenover elkaar in de van Status Quo bekende gitaristen-pas de deux, maar ze gunden elkaar meer hints en aanwijzingen dan bij eerdere concerten het geval was. Dat leidde tot mooi vervlochten gitaarduels in bijvoorbeeld het elektriserende Drifter's Escape en het akoestische Tomorrow Is A Long Time.

Vergeleken met de band waarmee Dylan in 1998 nog in Ahoy' te zien was, is de groep nu goeddeels vernieuwd. Voor het eerst nam Dylan ook de moeite de groep voor te stellen, en wel als `The best band in the world'. Hij laat zich nu begeleiden door twee jonge gitaristen: de langharige Larry Campbell, en Charlie Sexton, die midden jaren negentig nog opgang deed als folkrock-zanger maar nu in dienst is van de folk-rock-country-protest-Meester zelf. Ondersteund door hun subtiele maar onverschrokken spel, opende Dylan dit keer met een lange, op akoestische instrumenten gespeelde set. Zo waren er in het eerste deel van het optreden nummers als I Am The Man, Thomas – een jubelende religieuze cover – en To Ramona. Daarna werden de elektrische gitaren omgehangen en speelden ze hits als Like A Rolling Stone, All Along The Watchtower en een uitgesponnen Tangled Up In Blue.

In een tijd dat genres kwistig worden vermengd en niemand zich meer druk maakt om de ooit ideologische scheiding tussen `akoestisch' en `elektrisch', bleek Dylan zich van dat onderscheid nog terdege bewust. Dat hij het nummer Country Pie van zijn country-cd Nashville Skyline (1969) nu uitvoerde in een zwaar rockende versie, werd door de man zelf, èn door zijn fans, als grap beschouwd. Dylan lachte er zelf ook om.

Met zijn doffe blik en hangende trekken ziet Dylan ziet er inmiddels ouder uit dan nodig zou zijn op 59. Toch zwengelden zijn benen in de loop van het concert steeds vaker jolig onder zijn jas vandaan, en knielde hij bijna tijdens een van zijn fraaie, simpele solo's. Zijn stem schoot in de zachtere eerste helft soms onbeheerst overal bovenuit. Maar de expressie in Dylans zang was bij momenten nog altijd indrukwekkend. In het sombere Not Dark Yet bijvoorbeeld. Bij de woorden `It's not dark yet' klonk hij nog optimistisch, om bij de daarop volgende frase – `But it's getting there' – te knerpen als autowielen op een stoffig grindpad.

Concert: Bob Dylan & Band. Gehoord: 27/9 Ahoy', Rotterdam.