Wereldbank kiest onder druk de aanval

Het IMF heeft de afgelopen week in Praag zijn bestaansrecht verdedigd, maar de Wereldbank koos juist het offensief.

,,Als het Internationale Monetaire Fonds niet zou bestaan, dan zou het uitgevonden moeten worden.'' Met die woorden verdedigde gisteren IMF-directeur Horst Kohler het bestaansrecht van zijn organisatie. Maar terwijl Kohler in het defensief gaat, en het IMF wil terug doen keren naar zijn kerntaken het nastreven en monitoren van de internationale financiële en economische stabiliteit lijkt zijn confrère James Wolfensohn zich niet zonder slag of stoot te willen overgeven. Als iets de afgelopen dagen in Praag zou moeten karakteriseren, dan is dat het offensief van Wolfensohns Wereldbank om de internationale rol te behouden of zelfs uit te breiden.

Dat heeft allereerst te maken met het leiderschap van de twee toplieden. Kohler werd dit voorjaar gekozen na een moeizame procedure voor de opvolging van de Fransman Michel Camdessus, waarbij de aanvankelijke kandidaat Haio Koch-Weser door de Amerikanen werd afgewezen. Impliciet eisten de Amerikanen een IMF-directeur die kon leven met een scherpere focus voor de organisatie. Kohlers enige grote probleem met de internationale financiële grootmachten deze week was zijn chef-econoom Michael Mussa. Die wekte met zijn oproep voor euro-interventies op dinsdag irritaties, omdat gevreesd werd dat die het verrassingseffect van de daadwerkelijke steunoperatie, drie dagen later, zouden doorkruisen. Vandaar dat langzamerhand andere namen voor de positie van chef-econoom beginnen te circuleren waaronder die van de Nederlandse Brit Willem Buiter, nu chef-econoom bij de Oost-Europabank (EBRD) waar Kohler voor zijn overstap naar het IMF de scepter zwaaide.

Wolfensohn heeft zijn eigen sores gehad met economen. Chef-econoom van de Wereldbank Joe Stiglitz nam eerder dit jaar vervroegd afscheid uit onvrede met het beleid en is opgevolgd door Nicholas Stern. Onder nog onopgehelderde omstandigheden vertrok voor de zomer ook de opsteller van het World Development Report, Ravi Kanbur naar verluidt na een inhoudelijke strijd over zijn weerstand tegen het primaat van economische groei bij het bestrijden van armoede.

Het vertrek van Kanburs en Stiglitz' onderstreept de scheuren binnen de Wereldbank. Enerzijds moet de Bank van zijn aandeelhouders, net als het IMF, zijn activiteiten duidelijker richten en stroomlijnen, anderzijds heeft de Bank onder Wolfensohn een brede missie. Hij besteedde vijf jaar aan plannen voor het moderniseren van de Wereldbank en, zo zei hij gisteren, de volgende vijf gaan over de implementatie. Armoedebestrijding, zo benadrukte Wolfensohn gisteren, blijft een van de belangrijkste taken van de Bank. Wolfensohns offensief ligt echter vooral op het terrein van zogenaamde publieke goederen het milieu, infrastuctuur en gezondheid. Hierin moet de Bank een grotere en leidende rol gaan spelen. Veel aanwezige politici, Nederland en vooral de Britse minister Claire Short, vrezen dat de Bank daarmee in het vaarwater komt van andere organisaties. ,,Het moet niet zo zijn dat er nóg een witte landrover dat Afrikaanse dorpje komt binnenrijden,' aldus topambtenaar van ontwikkelingssamenwerking Ron Keller, vervanger van de zieke minister Herfkens. Voor de halfjaarvergadering in april moet er een rapport zijn waarin de Bank alles uitlegt.

Maar stilstand dreigt achtergang te worden. Terwijl Wolfensohn het offensief zoekt, moet hij zijn verdediging in de gaten houden. De invloedrijke Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs, een geducht criticus van de Bank, vindt dat de Bank met geld uitlenen kan stoppen, omdat de begunstigde landen ook op de kapitaalmarkt terecht kunnen. De Wereldbank zou dan met met financiële hulp in plaats van leningen ontwikelingsvraagstukken te lijf kunnen gaan. De Werelbank zou dan het predikaat `bank' verliezen. Het door Sachs voorgestelde alternatief, `Wereld Ontwikkelings Agentschap' klinkt misschien minder ambitieus, maar past wel steeds beter bij het beestje.