Strijd tussen Olympische goden van de toekomst

Bryan Singer was de meest geschikte persoon om de filmadaptatie van de Marvel Comics-sciencefictionstrip X-Men op zich te nemen. De avonturen van gemuteerde superhelden uit de jaren zestig die in een universele strijd tussen goed en kwaad verwikkeld waren, zijn niet alleen heroïsch, maar ook politiek van toon. De X-Men van Professor Xavier streefden er niet alleen naar om door een xenofobe maatschappij geaccepteerd te worden, maar moesten het ook nog eens opnemen tegen de kwade genius Magneto (Ian McKellen) die een clubje mutanten om zich heen verzameld had om de wereldheerschappij te verwerven.

Singer had zich met The Usual Suspects en in mindere mate Apt Pupil een energiek en vaardig regisseur van volbloed thrillers met een filosofische `touch' betoond. In The Usual Suspects ging het hem om de natuur van het kwaad, de Stephen King-verfilming Apt Pupil onderzocht ook de aantrekkingskracht ervan. Hoewel sciencefiction vaak wordt beschouwd als het filmgenre bij uitstek om filosofische thema`s in een fictieve setting uit te testen, is er doorgaans te weinig ruimte om ze echt te onderzoeken. De andere aantrekkingskracht van het genre ligt immers in de visual effects, art direction, kostuums etc. Ook Singer komt er in X-Men niet helemaal uit. De film begint met een onverwachts duistere scène in het getto van Warschau. Hier manifesteren de bovennatuurlijke krachten van Magneto zich voor het eerst. Door de emotionele schok die de scheiding van zijn moeder teweegbrengt, ontdekt hij dat hij ijzer met de handen kan buigen, en over telepathische gaven beschikt. Het Amerika van 2000-zoveel is niet minder duister. De nihilistische Magneto heeft de hoop opgegeven ooit nog een menswaardig bestaan te leiden. Opponent Xavier vertegenwoordigt de humanistische stem. Precies tussen die archetypische uitersten ontwikkelt de film zich dan verder volgens het verlanglijstje van het art department. Het gaat te ver om te zeggen dat de special effects met de film op de loop gaan. Daarvoor zijn ze te inventief. Maar het is wel zo dat temidden van gevechten tussen vuurspuwende, met bliksem smijtende, in reptielen veranderende olympische goden van de nabije toekomst, de nuance en de flair waarmee de film van start ging, het onderspit delven.

Vrijdag in het Cultureel Supplement: Gesprek met Bryan Singer