Rijden onder invloed kost 200 levens per jaar

Rijden onder invloed kostte vorig jaar naar schatting 200 levens. Daarnaast werden tussen 2.500 en 3.500 mensen in het ziekenhuis opgenomen. De maatschappelijke kosten bedragen twee miljard gulden.

Dat blijkt uit onderzoek van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, waarvoor een landelijke steekproef met 29.000 willekeurige automobilisten is getrokken. Het percentage automobilisten dat te veel alcohol op had, blijft overigens al een paar jaar gelijk: zowel in 1997 als in 1999 was dat 4,3 procent.

Woordvoerder Han Schouten van de AVV wijst vooral op het aantal overtreders dat uit een café, bar of discotheek kwam. Dat was 55 procent. Daarnaast was nog eens vier procent uit een sportkantine afkomstig. Schouten wil daarom een uitbreiding van de projecten die samen met horecagelegenheden gehouden worden. Ook vindt hij dat bestuurders bij een ongeval altijd moeten blazen. Nog maar de helft van de politiekorpsen heeft dat nu verplicht gesteld.

Minister Netenlenbos (Verkeer en Waterstaat) probeert de wettelijke alcoholgrens te verlagen van 0,5 naar 0,2 promille.

Het voormalige Veilig Verkeer Nederland, thans 3VO geheten, is daar een voorstander van. 3VO wil verder dat automobilisten met een alcoholpromillage van tussen 0,5 en 0,7 niet langer meer door mogen rijden, maar mee naar het bureau moeten. ,,Te veel mensen mogen nog doorrijden terwijl ze wel strafbaar zijn'', zegt B. Woudenberg van 3VO, ,,dat is een slechte zaak en een slecht signaal aan andere automobilisten.''

Uit het onderzoek blijkt ook dat van de overleden en zwaargewonde alcoholslachtoffers 83 procent man was.

Mannen van 18 tot 24 jaar hadden net als voorgaande jaren het grootste aandeel in alcoholonveiligheid. Terwijl zij slechts 4,3 procent van de Nederlandse bevolking uitmaken, zijn zij in 23 procent van de alcoholongevallen betrokken waarbij doden of zwaargewonden vallen.