Raamprostitutie komt voor in twaalf steden

In twaalf steden in Nederland komt raamprostitutie voor. Geschat wordt dat daarin gemiddeld op een dag 2.000 prostituees werkzaam zijn. Dat blijkt uit `De Profeit Studie', twee rapporten van de Mr. A. de Graafstichting (Instituut voor prostitutievraagstukken).

Mannelijke en vrouwelijke postituees werken in de raam- en straatprostitutie, clubs, escortbedrijven of als `thuiswerkers'. Concentraties zijn er niet alleen in en rond de grote steden, maar ook in de grenssteden van Limburg, Groningen, Twente, West-Brabant en Zeeland.

In de onderzoeken van de Mr. A. de Graafstichting wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken in de prostitutie en het prostitutiebeleid vóór de opheffing van het bordeelverbod per 1 oktober. De nieuwe wet beoogt beheersing en regulering van de exploitatie in de prostitutie.

Het Wetboek van strafrecht kent dan geen algemeen verbod op het exploiteren van een bordeel meer. Het NISSO (Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek) heeft onderzoek gedaan naar de sociale positie en het psychosociaal welzijn van prostituees. Aan de hand van deze twee rapportages is het na twee jaar mogelijk om te achterhalen wat de opheffing van het bordeelverbod voor effect zal hebben.

Uit de gegevens blijkt dat straatprostitutie in tien steden voorkomt. Op straat werken per dag naar schatting gemiddeld 320 personen in de prostitutie.

In de 600 tot 700 clubs en privé-huizen in Nederland werken dagelijks tussen 3.500 en 4.000 prostituees. Van andere vormen van prostitutie zoals thuiswerk en escortbedrijven is de omvang minder duidelijk. Politie, gemeenten en GGD's blijken niet over voldoende gegevens te beschikken om daar betrouwbare schattingen van te geven. Zeker is alleen dat er in ten minste zeventien gemeenten thuiswerk voorkomt. Bovendien staat vast dat er in 28 gemeenten escortbedrijven bestaan. Van alle prostituees in Nederland komt meer dan de helft uit het buitenland, zo schat de politie.

Tegelijk met het schrappen van het bordeelverbod komen er strengere straffen voor bepaalde vormen van exploitatie van prostitutie, waarbij sprake is van geweld of misbruik of waarbij minderjarigen zijn betrokken. De strafmaxima op deze vormen van exploitatie zijn verhoogd van één naar zes jaar. Het zogenoemde klachtvereiste voor het plegen van seksuele handelingen met een prostituee tussen twaalf en zestien jaar is afgeschaft. Vervolging is dus ook mogelijk zonder klacht van `het slachtoffer'. Verder kan de klant van een minderjarige prostituee worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal vier jaar. Tot op heden was hij niet strafbaar als de prostituee zestien jaar of ouder was.