Maagdenburg, Kok en `mooie praatjes'

Tijdens een werkbezoek in Duitsland praat Wim Kok over geweld tegen buitenlanders. Premier op locatie in grauwe wijk.

Wim Kok zit bijna verstopt in een buurthuis, tussen de in meer dan één opzicht grauwe plattenbau-flats van de vrij jonge Maagdenburgse buitenwijk Olvenstet. Dat is zo'n wijk waar de werkloosheid hoog is, en waar verveling en geweld, al dan niet tegen buitenlanders, schering en inslag zijn. Het is even zoeken achter de flats naar dat gebouwtje. Vóór 1990 was het een café, vertelt een oudere omwonende in een viezig trainingspak nogal wrokkig. Tegenwoordig krijg je daar chocolademelk en mooie praatjes van mensen die zelf ergens anders wonen, zegt hij er bij, als een vegetariër die het feestmenu van de slagerspatroonsbond bespreekt.

Kok legt deze dinsdagmiddag de laatste etappe af van zijn vierdaagse werkbezoek aan de Oost-Duitse deelstaten Thüringen en Saksen-Anhalt. In Schkopau bezocht hij een nieuwe miljardenvestiging van Dow Chemical (in de oude Oost-Duitse `chemiedriehoek' Merzeburg/Halle/Leipzig). Vervolgens deed hij de Lutherstadt Wittenberg aan. Deze middag praat hij ruim een uur met bestuurders, politiemensen, gedragswetenschappers, therapeuten. Thema: waar komen de intolerantie en het geweld tegen buitenlanders en andere minderheden in Oost-Duitsland in het algemeen en in zo'n nieuwbouwwijk als Olvenstet in het bijzonder toch vandaan? En: wat is er aan of er tegen te doen?

Er zit wat meer verf op de flats dan vroeger, van die vreemde pastel-kleuren die in West-Duitsland ook zo in trek zijn. Overigens herinneren zij perfect aan die door het DDR-regime gefavoriseerde gruwelijk-effectieve bouwstijl. De tien jaar geleden geruisloos begraven Oost-Duitse volksrepubliek had in haar volkshuisvestingsbeleid twee kenmerken: het snel en goedkoop van de plattenbau en het nóg veel goedkopere beleid voor woningen die de Tweede Wereldoorlog althans in verticale stand hadden overleefd.

Aan zulke vervallen, grijsvuile, door kogelgaten en ander oorlogsgeweld geteisterde woningen in de steden en op het platteland gebeurde namelijk van overheidswege praktisch niets in 40 jaar DDR, terwijl dat toch de staat van boeren en arbeiders heette te zijn. Nu zorgt West-Duits kapitalistengeld al jaren voor die uitgestelde renovatie en sanering, op een enorme schaal. En, het moet gezegd, wie vandaag naar de resultaten daarvan kijkt, en wie ook nog ziet wat er met de wegen is gebeurd, neemt zijn hoed af.

Er is trouwens nog een gedachte die opkomt na een rit van 100 kilometer over provinciale wegen langs vele stille dorpjes en stadjes tussen Wittenberg en Maagdenburg. Plaatsjes dus met namen als Coswig, Hundeluft, Jütrichau, Zerbst en Möckern. Hier zijn een halve eeuw geleden geen luchtbombardementen uitgevoerd, zoals de Westelijke Geallieerden boven West-Duitsland deden, maar hier is het Rode Leger opgerukt, hier heeft een landoorlog gewoed. Zo gezien is er, naast alle naoorlogse financiële verschillen tussen de twee stukken Duitsland, misschien ook een historisch-krijgskundige verklaring voor de wijze waarop zij hun bouwbeleid gingen (moesten) bepalen. De al snel weer vermogende West-Duitsers hielden daar in hun ooit platgebombardeerde steden Coolsingelachtige nieuwbouw aan over, dat kon ook niet anders, terwijl op hun platteland een zak geld, enig plamuur en die pastelverf volstonden. Maar hun socialistische neven in de DDR waren arm, zij hadden de plattenbau en lieten de beschadigde Bausubstanz in hun dorpen en steden maar staan.

Kok, die net als de dag daarvoor wordt begeleid door de premier van Saksen-Anhalt, de SPD'er Reinhard Höppner, heeft actief en in redelijk verstaanbaar Duits aan de discussie in Maagdenburg meegedaan. Maar de verklaring van het vraagstuk dat Oost-Duitsland de afgelopen maanden weer in het wereldnieuws bracht, en dat kanselier Schröder een paar weken geleden inspireerde tot een tournee door de vroegere DDR, is niet dichterbij gekomen.

Kok even later, op een betonplaat achter dat buurthuis, in het Nederlands: ,,Het zijn geen vragen die makkelijk te beantwoorden zijn. Ik ben hier nieuwsgierig naar toe gekomen, om me te laten informeren, ik weet ook geen oplossing. Het is nu tien jaar na de Duitse eenwording, de Duitsers moeten zelf een balans opmaken, dat is hun taak, niet onze. Maar we zijn medebetrokken als Europeanen. Ik heb de mensen gezegd dat ze zichzelf moeten organiseren, dat zij van hun woonwijken zelf lééfwijken moeten maken. In Nederland worden in grote steden initiatieven genomen tegen discriminatie en geweld en vóór de kwaliteit van het leven, dat kan hier ook nog meer, heb ik gezegd.

,,Ik zie veel vooruitgang, de herstructureringen sinds 1990 waren pijnlijk maar noodzakelijk. De DDR was aan haar einde, failliet eigenlijk. En intussen heeft men het ritme naar verbetering goed te pakken, is mijn indruk. Dat er zoveel geweld tegen buitenlanders is, terwijl er in Oost-Duitsland veel minder buitenlanders zijn dan in West-Duitsland, valt moeilijk te begrijpen. Maar men moet het rechtse extremisme in zoverre in de goede proporties zien, dat overal tegenwoordig sneller naar geweld wordt gegrepen. Bovendien is zulk geweld niet exclusief in Oost-Duitsland, het komt in West-Duitsland en overal elders ook voor, '' zegt Kok. ,,Heb je dat verstaan?' ' vraagt hij daarna met een lachje aan de naast hem staande Höppner. ,,Ja, ongeveer wel en ik geloof dat ik het met je eens ben,'' lacht die terug. Daarmee is dan voor Kok een werkbezoek geëindigd. Vandaag vliegt hij via Frankfurt naar Washington. Vrijdagochtend is hij weer in Nederland terug om de ministerraad voor te zitten.