Korthals voelt niet voor regeling

Minister Korthals (Justitie) voelt er niets voor het verschoningsrecht voor journalisten wettelijk te regelen, zolang de Tweede Kamer niets doet met een initiatief wetsvoorstel dat daarin voorziet.

Dat initiatief werd in 1993 ingediend door toenmalig Tweede- en huidige Eerste-Kamerlid Jurgens (PvdA). Korthals zei dat gisteren in de Tweede Kamer in antwoord op vragen van het Kamerlid De Wit (SP), die de gijzeling van redacteur Koen Voskuil van het gratis ochtendblad Spits in strijd acht met het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel. Met andere woorden: het in de cel zetten van de journalist staat niet in verhouding tot de in het geding zijnde belangen, en een intern onderzoek van de politie of de rijksrecherche zou mogelijk succesvoller zijn als het gaat om waarheidsvinding, zo meent De Wit.

Voskuil is afgelopen vrijdag gegijzeld op last van het Hof in Amsterdam, omdat hij weigert te zeggen wie de politieagent is die hem details heeft gegeven over het onderzoek in de strafzaak tegen wapenhandelaar Mink K. Vanmiddag beslist het Hof in een raadkamerzitting of de journalist vast moet blijven zitten. Voskuil kan in beginsel voor de duur van dertig dagen worden gegijzeld. Gisteren en vandaag zou zijn advocaat hem niet hebben mogen bezoeken, maar volgens justitie meldde de man zich op het verkeerde tijdstip aan de gevangenispoort.

De minister maakte gisteren duidelijk dat hij niet bereid is commentaar te geven op een rechterlijke uitspraak. Voorts wees hij er op dat artikel 218 van het Wetboek van strafvordering alleen het verschoningsrecht regelt voor notarissen, advocaten en artsen. Voor journalisten is het zwijgrecht als het om het noemen van bronnen gaat geen `absoluut uitgangspunt'.

Jurgens wilde het verschoningsrecht wel wettelijk regelen, terwijl het kabinet daar indertijd niet voor voelde. Het initiatief-wetsvoorstel kwam in een vacuüm terecht door een uitspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg in maart 1996. Het Hof oordeelde dat journalisten in principe het recht hebben om hun bronnen te verzwijgen, tenzij er zeer zwaar wegende redenen zijn om dat recht aan de kant te schuiven. De Hoge Raad bevestigde dat oordeel twee maanden later in een arrest, waardoor journalisten ,,in principe een verschoningsrecht hebben''.

Volgens Korthals is de zaak Voskuil wel `erg hard'. Hij gaat er vanuit dat het Hof ook op de punten van proportionaliteit en subsidiariteit een degelijke afweging heeft gemaakt. Mocht de door Voskuil verzwegen politieagent zijn verhaal voor de rechter bevestigen, dan zou de hele rechtzaak tegen Mink K. op losse schroeven komen te staan, zo zei de bewindsman gisteren.