Jury nomineert in Utrecht conventionele speelfilms

Traditiegetrouw wordt vanavond, twee dagen voor de uitreiking van de Gouden Kalveren, al de slotfilm van het Nederlands Filmfestival vertoond. Lijmen /Het Been van Robbe de Hert is een weinig avontuurlijke Elsschot-verfilming en een Belgisch-Nederlandse coproductie die door het op dit festival vigerende puntensysteem genoeg Nederlands bevonden werd om deel te nemen aan de competitie. Dat moet wel haast betekenen dat de rollen van Willeke van Ammelrooy en Sylvia Kristel geteld zijn als hoofdrollen. Toch zijn de Belgen Koen De Bouw als Laarmans en Mike Verdrengh als Boorman de onbetwiste helden van een film die zich ook inhoudelijk nadrukkelijk Belgisch betoont, met onder meer een sneer naar de in de jaren dertig dominante Franstalige cultuur en, curieus, een coda die de opkomst van het Vlaamse fascisme direct verbindt met de windhandel van het Algemeen Wereldtijdschrift. Twee nominaties, waaronder die in de categorie beste film, lijken wat veel voor een ambachtelijke, ouderwetse film, die wel een grote sprong vooruit betekent in de kwaliteit van het oeuvre van de Nederlandse coproducent Ruud den Drijver.

Ook in andere opzichten geeft de jury dit jaar blijkens de nominaties de voorkeur aan conventionaliteit waar het de lange speelfilm betreft. De twee regionale films, het Friese De Fûke van Steven de Jong en het veel interessantere Zeeuwse Wilde mossels van Erik de Bruyn eindigen met elk twee nominaties verrassend op gelijke hoogte. De waardering voor Lek, met vijf nominaties, is ook erg zwaar aangezet.

Van de films die tijdens het festival in première gingen moet Frouke Fokkema's De omweg het stellen met een enkele nominatie, voor hoofdrolspeelster Tamar van den Dop. De aanzienlijke verdiensten van die rol worden versterkt door haar moed om tijdens de opnamen een videodagboek bij te houden. Scheppen gaat van au geeft inzicht in de specifieke problemen bij de totstandkoming van een internationale coproductie en bij de regie van een film met autobiografische trekjes. De documentaire versterkt de speelfilm, maar het zou flauw zijn om te stellen dat de documentaire veel beter gelukt is. De omweg is een film met zichtbare problemen, vooral in de vlakke vormgeving, maar zeker geen mislukking, zoals de twee andere nieuwe lange speelfilms. Hide Out van Shane Carn overstijgt zelden het amateuristische niveau van geknutsel van kunstacademiestudenten. Taming the Floods van Jan van den Berg is een moeizaam als documentaire vermomde speelfilm over de waterhuishouding in Polen.

De belangrijkste première in Utrecht op Wilde mossels na was die van een driedelige dramaserie die de VPRO in november gaat uitzenden. Willem van de Sande Bakhuyzen, de regisseur van Pleidooi en Oud geld, maakte naar een scenario van hoofdrolspeler Kees Prins en Frank Ketelaar een gefictionaliseerde biografie van volkszanger Johnny Jordaan, die na een relatie met Wim Sonneveld (Jeroen Willems) uitgestoten wordt door zijn toffe Amsterdamse vrienden. Door de zorgvuldige reconstructie van het nabije verleden en de sublieme vertolkingen door Prins, Willems en Pierre Bokma (als een vileine Willy Alberti) is Bij ons in de Jordaan topamusement en zinvolle kwaliteitstelevisie.