Hagenaar

Schoonheid & Smerigheid in Utrecht.

Ik was op weg naar de schoonheid, maar eerst doemde de smerigheid op. Wie in Utrecht winkelcentrum Hoog Catherijne verlaat en langs het Smakkelaarsveld richting Vredenburg loopt, moet langs de Stationsdwarsstraat. Het is een donkere, overdekte straat onder flats, een soort tunnel. Je kunt het ook een gribus noemen, want het is de naargeestigste straat van Nederland. Het is voor de voorbijganger of hij in een flits het inferno ziet.

Tientallen haveloze junks hangen er rond, zittend en liggend tussen hun vuil en hun spuiten, wachtend op hun dealer. Er komt geen normale burger. Politiemensen of sociale werkers heb ik er nooit gezien. Hier is de junk helemaal op zichzelf aangewezen, hij is wat hij geacht wordt te zijn: uitschot, vuil.

Mensen zó aan hun lot overlaten – het zou in Nederland niet mogen gebeuren.

De schoonheid was hooguit vijfhonderd meter verderop te zien. Het betrof een expositie van een mij tot dusver onbekende schilder, Rudolf Hagenaar. In HP/De Tijd stond de afgelopen week een boeiend stuk over hem van de dichter Hans Warren.

Warren vertelt hoe hij in Goes kennismaakt met de tekenleraar van het plaatselijke lyceum. Het is een man die in zijn vrije tijd een gepassioneerd figuratief schilder blijkt te zijn. Van het exposeren en verkopen van zijn werk wil hij niets weten. Je kunt het van hem cadeau krijgen, als hij je mag. Dat overkwam onder anderen Warren en Gerrit Komrij.

,,Wat draagt dit oeuvre uit?'' schrijft Warren. ,,Schoonheid en eenzaamheid, ingetogenheid en verontrustende stilte, lijden en de bitterste nood.''

De schilder is inmiddels een man van drieënzeventig. Zijn gezondheid is broos en hij heeft besloten een deel van zijn werk toch te verkopen. Een uur voor de opening van zijn expositie bij kunsthandel Juffermans schuifelt hij uiterst moeizaam achter een looprekje langs de vitrines met zijn werken. Hij ziet er uit als een gepensioneerde boekhouder. Een corpulente man in een grijsgeruit colbert en donkere broek, zijn gebrilde gezicht is vrijwel uitdrukkingsloos.

Als het publiek binnenstroomt, hebben ze hem in een verrijdbare kantoorstoel geposteerd, vlakbij de ingang en met zijn gezicht naar de deur. Het moet een kwelling zijn voor zo'n introverte man. Warren spreekt hem even later toe.

,,Het is een historische dag'', zegt hij. Hij beschouwt Hagenaar als een van de belangrijkste Nederlandse schilders van de vorige eeuw, en hij verwacht dat hij die erkenning alsnog zal krijgen. Hagenaar luistert onbewogen. Er glijdt alleen een glimlach over zijn gezicht als Warren zegt: ,,Ik kan u verzekeren: een Hagenaar aan de muur is a joy forever.''

Overdrijft Warren? Ik ben geen kenner, ik kan alleen maar zeggen dat sommige schilderijen inderdaad grote indruk op me maakten. Alleen staan er in de bijbehorende catalogus met veel werk van vroeger meer hoogtepunten dan op de expositie zelf. Er is alle reden om jaloers te zijn op de vrienden van Rudolf Hagenaar.