Denen: angst voor euro en pensioen

Veel Denen zijn huiverig voor meer Brusselse invloed op hun land. Zij hebben de euro – waar het land twee jaar geleden rijp voor leek – de rug toegekeerd. Valuta- en rentecrises zijn vergeten. Morgen valt de beslissing: wel of geen europese munt.

Het referendum dat morgen in Denemarken wordt gehouden, gaat niet over geld. Voorstanders van de euro hebben zich daar behoorlijk op verkeken. Met keurige statistieken en logische redeneringen hebben ze geprobeerd de Denen ervan te overtuigen dat het financieel aantrekkelijk is om de kroon te vervangen door de Europese eenheidsmunt.

Dat is niet onbegrijpelijk. De sociaal-democratische regering zag in 1998 haar kans schoon om de Denen over te halen tot de euro. De financiële crisis in Azië, gevolgd door de crisis in Rusland maakte duidelijk dat de kroon niet onaantastbaar was. De Deense munt verloor fors aan waarde ten onzichte van de Duitse mark. Veel meer dan de Europese munten waarvan inmiddels duidelijk was dat ze op 1 januari 1999 zouden opgaan in de ene Europese munt. Zelfs de Italiaanse lire bleek sterker dan de kroon. De euro was, luidde de redenering, een prachtige levensverzekering voor een klein land. En veel Denen geloofden het.

Maar we zijn nu twee jaar verder. De crises in Azië en Rusland zijn bezworen. Het gaat weer uitstekend met de Deense economie en de euro is – althans tot de internationale monetaire interventie van een paar dagen geleden – in een vrije val geraakt. Dus hebben veel Denen, die huiverig zijn voor meer Brusselse invloed op hun land, de euro toch weer de rug toegekeerd. ,,Als het gaat om economische argumenten, zijn kiezers in hoge mate bijziend'', zegt Karsten Skjalm van het Deense Instituut voor Internationale Betrekkingen. ,,De crisis van 1998 zijn ze al lang vergeten. Laat staan dat iemand zich nog de hoge rente uit 1993 herinnert. In plaats daarvan denken mensen aan de risico's op korte termijn.''

Volgens Skjalm maken veel mensen zich zorgen om hun salaris en vooral om hun pensioen. Dat laatste is niet onbegrijpelijk. De hoogte van het pensioen is in Denemarken gerelateerd aan iemands vermogen. Daarom zijn Denen geneigd om voor later een beetje geld onder de matras te bewaren, uit het zicht van fiscus en overheid. Maar hoe wissel je dat geld straks ongezien om in euro's en wanneer? Premier Poul Nyrup Rasmussen heeft al gezegd dat de Denen nog dertig jaar lang hun kronen kunnen inwisselen. Maar ze vertrouwen het niet helemaal.

,,De tegenstanders van de euro hebben handig ingespeeld op die angst'', vindt Skjalm. ,,Ze roepen dat over een paar jaar de pensioenen worden afgeschaft. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. Bij het Europese referendum in 1972 over de toetreding tot de EEG probeerden de tegenstanders angst in te boezemen door te zeggen dat er over een paar jaar geen Deens meer op scholen zou mogen worden onderwezen.''

Kai Limberg vindt dat de voorstanders van de euro de argumenten van de tegenstanders ridiculiseren. Hij heeft wel degelijk een aantal economische redenen om tegen de euro te zijn. Limberg, hoogleraar economie aan de universiteit van Roskilde, is lid van de Juni-beweging, een organisatie die zijn naam dankt aan de Deense afwijzing van het Verdrag van Maastricht in juni 1992.

Hij wijst op een advertentie in Deense kranten waarin premier Rasmussen zijn visie geeft. Onder het kopje `ja' staat een tekst met vijftien keer `Denemarken' of `Deens' – twee keer zelfs de `Deense euro'. Vijf keer wordt het woord `welvaart' gebruikt, vier keer `zekerheid' en even zo vaak `invloed'. Onder het kopje `nee' komen alleen de woorden isolatie, crisis, passief en speculatie voor.

,,Europa heeft zichzelf verkeerde doelen gesteld. Het bruto binnenlands product is haar god en prijsstabiliteit is haar enige doel'', zegt Limberg. ,,Voor ons zijn werkgelegenheid en sociale zekerheid net zo belangrijk. Maar volgens bankdirecteur Duisenberg kunnen die strijdig zijn met prijsstabiliteit. Voor Duisenberg en de zijnen is er maar één sturingsmiddel: verlaging van de overheidsuitgaven.''

Volgens Limberg is het onzin om te veronderstellen dat er slechts één beleid kan zijn voor alle EU-landen. ,,Neem nou Ierland. De Europese Centrale Bank kijkt naar het gemiddelde, kortweg de optelsom van Duitsland en Frankrijk. Maar de oververhitte Ierse economie – die overigens veel te danken heeft aan de EU – zou op dit moment gebaat zijn bij een rentestijging en een aanpassing van de waarde van het Ierse pond. De charme van Europa is juist de grote diversiteit.''

Andres Panum Jensen, lid van de Europa-beweging, de pro-Europese tegenhanger van de Juni-beweging, vindt de houding van tegenstanders kortzichtig en ook een tikje egoïstisch. ,,De euro is ook een solidariteitsproject. Een van de doelstellingen van de Economische en Monetaire Unie is om onderlinge concurrentie via wisselkoersen en belastingen te voorkomen. Daar is iedereen bij gebaat.''

Ook volgens Per Callesen, plaatsvervangend directeur-generaal van het Deense ministerie van Financiën, veronderstellen de tegenstanders ten onrechte een verlies van de eigen identiteit bij deelname aan de euro. ,,Het nee-kamp suggereert dat we met de euro geen eigen belastingbeleid meer kunnen voeren. Maar dat is onzin. De Verenigde Staten hebben ook een sterke centrale bank en de belastingverschillen tussen individuele staten zijn daar nog groter dan in Europa.''

Callesen hoopt dat het nog niet te laat is om een deel terug te winnen van de zestig procent die volgens opiniepeilingen in maart, toen de datum voor het referendum werd bepaald, de euro-deelname nog toejuichten. Mogelijk heeft een rapport van een onafhankelijke economische adviesraad geholpen. Daarin werd gezegd dat Denemarken juist binnen de eurozone meer vrijheid zou hebben om een eigen belastingbeleid te voeren dan erbuiten.

Toch blijft de kern van het huidige debat: verliest Denemarken zijn soevereiniteit door deel te nemen aan de euro. Kai Limberg vindt van wel. ,,In de Europese constructie is de economie een puur technische kwestie geworden'', zegt hij. ,,Alle beslissingen worden straks genomen door financiële experts, zonder dat het volk daarop enige invloed heeft. De Europese Centrale Bank is het tegenovergestelde van democratie. De directeur is aan niemand verantwoording verschuldigd. Alle stemmingen zijn geheim en de in de ECB-raad vertegenwoordigde presidenten van nationale centrale banken worden geacht het landsbelang geen rol te laten spelen.''

Maar ook de Deense Centrale Bank is onafhankelijk, zeggen de voorstanders. Toetreding tot de euro maakt Denemarken in Europa dan ook alleen maar sterker, denkt Per Callesen. ,,Wat willen de tegenstanders dan? Kijk naar Noorwegen. Daar hebben ze in de jaren zeventig tegen Europa gestemd. Maar nu staat in Oslo die beroemde fax, waar de nieuwe richtlijnen uit Brussel dagelijks binnenrollen. De Noorse regering kan niets anders doen dan ze keurig opvolgen. Zonder dat ze er enige invloed op hebben.''