Deens `nee' tegen de euro zal EU redden

De Denen spreken zich morgen per referendum uit over deelname aan de euro. `Nee' zeggen biedt de beste garantie voor een ander Europa, meent Jens-Peter Bonde.

De Denen en de Europese Unie: zonder referenda lijkt het niet te gaan. Morgen is het weer zover: de Denen spreken zich dan per referendum uit over deelname aan de euro. De opiniepeilingen duiden op een nek-aan-nek-race.

In de Deense campagne hebben de partijen die voor deelname aan de euro zijn, de kiezers proberen af te schrikken met griezelverhalen over de gevolgen als Denemarken niet meedoet. Twee scenario's zijn denkbaar: Ofwel de euro stort in bij gebrek aan steun van de bevolkingen. Wat gaat bijvoorbeeld in Duitsland gebeuren als de Duitsers hun sterke mark daadwerkelijk in euro's moeten omwisselen?

Het andere scenario is dat na de introductie van de euro een soort `euro- regering' aantreedt die maatregelen moet nemen teneinde de instabiliteit van de nieuwe munteenheid een halt toe te roepen. Dat was ook de oorspronkelijke wens van de vader van de euro, de voormalige voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors.

Niet alleen de euro houdt de gemoederen in Denemarken bezig. Ook het overleg tussen de regeringen van de EU-landen over een nieuw EU-verdrag kan zich in veel belangstelling verheugen. Het nieuwe verdrag wordt formeel op 8 december tijdens de top in Nice gesloten. Het verdrag van Amsterdam is pas een jaar in werking maar wordt toch alweer vervangen door een nieuw verdrag, dat nog meer macht verstrekt aan de supranationale instellingen van de EU. Het verdrag van Nice kan al van kracht worden in 2002, als het door alle lidstaten is geratificeerd.

Hoog op de agenda in Nice staat ook de aanloop tot de uitbreiding met de Midden- en Oost-Europese landen. Hoe gaan de instellingen werken in een vergrote EU? Het gaat om de samenstelling van de Europese Commissie. De vraag is of elk land een commissaris houdt of dat de leden gaan rouleren. Tot nu toe ziet het ernaar uit dat elk land zijn commissaris houdt. Kleine landen zullen hun vertegenwoordiging in de commissie niet opgeven.

De prijs voor het behoud van die commissaris zal zijn dat de grote landen meer te zeggen krijgen in de Raad. De verdeling van de stemmen in de Raad zal in de toekomst nauwer aansluiten bij de bevolkingsomvang van elk land. Dat betekent de opoffering van het oorspronkelijke idee om kleine landen verhoudingsgewijs meer invloed te geven om te voorkomen dat ze door de grotere landen worden overheerst.

Hét onderwerp in Nice is de verruiming van de gekwalificeerde meerderheid. Dat wil zeggen dat er meer terreinen komen waarop de nationale parlementen kunnen worden genegeerd. Het vetorecht zal beperkt worden. Dat heeft gevolgen voor onderdelen van het sociale en fiscale beleid, dat voor de lidstaten van belang is om hun eigen welzijnsbeleid te bepalen.

Een ander thema is de zogeheten `uitgebreide samenwerking'. Landen die dat willen, zullen in hun samenwerking verder mogen gaan zonder dat de andere hun vetorecht behouden. Als dit besluit erdoor komt worden deze landen een voorhoede die uitmaakt welke weg de hele EU volgt, zonder dat alle leden de kans krijgen zich daarover uit te spreken. De andere landen zullen zich namelijk noodgedwongen bij die `vergrote samenwerking' aansluiten, als ze geen tweederangs leden willen worden. Net zoals de leden van de eurozone druk op niet-leden uitoefenen, door op de dag voor de formele vergadering van de Raad tijdens informele bijeenkomsten van de ministers van Financiën belangrijke beslissingen te nemen.

Helaas mag niet verwacht worden dat het aanstaande verdrag meer op democratie en minder op integratie gericht zal zijn dan het Verdrag van Amsterdam. De enige manier om daar iets aan te veranderen is dat de Europese bevolkingen hun stem verheffen en de elite voorhouden dat ze op de verkeerde weg is. Uit de laatste cijfers van de eigen Eurobarometer van de EU blijkt dat 62 procent van de Europeanen vindt dat de EU meer besluiten bij de afzonderlijke staten moet leggen, terwijl maar 18 procent instemt met de vergrote samenwerking die in het komende verdrag wordt beklonken.

Niet veel volken zijn zo bevoorrecht geweest als de Denen, die verscheidene referenda over EU-thema's hebben gehouden. In de meeste lidstaten staan de kiezers kritisch tegenover het euro-project, maar zonder de mogelijkheid zich er tegen uit te spreken. De Duitse kiezers bijvoorbeeld zouden tegen hebben gestemd, wanneer ze kans hadden gekregen.

De crisis waarin de euro zich bevindt, en de onderhandelingen over het verdrag van Nice zijn voor mij de de voornaamste reden om `nee'te zeggen. Ik wil niet dat Denemarken onderdeel wordt van een federalistisch Europa, zoals onlangs is voorgesteld door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer. Ook hoop ik dat een Deens `nee' Zweden en Groot-Brittannië zal helpen om buiten de eurozone te blijven, zodat wij met elkaar de nieuwe leden kunnen helpen als deze lid worden. Als alle EU-leden aan de euro deelnemen, wordt het de Oost-Europese landen moeilijker gemaakt omdat zij niet in staat zullen zijn om aan de voorwaarden voor het euro-lidmaatschap te voldoen.

Een Deens `nee' zal ook een duidelijk signaal zijn aan het adres van Europa: `Jullie zijn op de verkeerde weg'. Europa heeft behoefte aan een nieuwe roep om democratie. De Denen kunnen alle Europeanen, die zelf niet mogen stemmen, een dienst bewijzen.

Jens-Peter Bonde is lid van het Eurpees Parlement voor de Deense Junibeweging en voorzitter van de groep `Europa van de Democratieën en de Verscheidenheid'.