De wankelende dictator

Niet voor het eerst doet Miloševic, dictator in nood, aan zijn Roemeense collega Ceaucescu denken. Hij stort zich in rampzalige ondernemingen, hij ruïneert zijn land, het volk komt in verzet, de openlijke opstand dreigt, maar in zijn arrogantie is hij blind voor zijn eigen aftakeling. Dan komt het beslissende ogenblik, van de ontmaskering en de val. Ceaucescu stond op het dak van zijn paleis, beneden hem op het plein de massa. Hij dacht dat hij werd toegejuicht, hij zwaaide. Een minister fluistert hem iets in het oor. De massa vervloekt hem, eist zijn vertrek. Eindelijk begrijpt hij het. De reddingshelikopter verschijnt, hij vlucht. Onvergetelijke taferelen op de televisie. Het duurt dan niet lang meer voor hij en zijn vrouw Elena worden geëxecuteerd.

Zal het op zo'n manier met Miloševic gaan? Vier jaar geleden heb ik me vergist. In Belgrado ging de oppositie met tienduizenden de straat op en zwoer dat de demonstraties zouden duren tot de dictator vertrokken was. Hij had meer uithoudingsvermogen en hij commandeerde het leger. In plaats van zijn vertrek kwam drie jaar later Kosovo, de verloren oorlog die zijn eigen macht niet aan het wankelen bracht. In plaats daarvan liet hij een grondwetswijziging aannemen die een regelrechte bedreiging voor Montenegro is (het zou geen gelijkwaardige deelgenoot in de Joegoslavische federatie meer zijn, maar ondergeschikt aan Servië), en die hem in staat stelt, nog acht jaar president te blijven. Dit laatste natuurlijk als hij zou worden gekozen.

Toen verscheen de rechtsgeleerde professor Vojislav Koštunica op het toneel. Hij heeft kennelijk een talent dat zijn voorgangers in de oppositie ontbreekt. Hij wordt niet verdacht van intriges, hij blijft geloofwaardig en hij is geen `knecht van de NAVO'. De bombardementen van het vorig jaar noemt hij misdadig, hij koestert een diep wantrouwen tegen Amerika, in mindere mate tegen Europa, en het Joegoslavië Tribunaal vindt hij een opportunistisch instituut in dienst van het Westen. Hij zou als president geen reden zien om Miloševic uit te leveren.

Dat hij met deze standpunten zo populair is geworden, de eerste ernstige bedreiging van Miloševic, maakt en passant ook duidelijk dat in het Westen een paar ernstige misverstanden heersen over de openbare mening in Belgrado (en andere hoofdsteden van de Balkan). Het verdwijnen van de laatste dictator in Europa zou een geweldige opluchting zijn, maar niet betekenen dat dan ook het Joegoslavische vraagstuk als bij toverslag is opgelost. Het zal nog wel langer duren voor de gevolgen van het bommen gooien (ook op de mensen die nu hun best doen om van Miloševic af te komen) in een open en democratisch Servië zullen zijn `verwerkt'.

Maar de eerste vraag blijft: zal Miloševic vrijwillig vertrekken? Nee.

Een uitspraak van Lenin doet de ronde: het gaat niet om de kiezers maar om degenen die de stemmen tellen. Die proberen een tweede ronde uit de bus te toveren. Slaagt hij daarin, dan blijft hij binnen de legitimiteit, weliswaar met bedrog geconstrueerd, maar dat valt voor zijn tegenstanders niet te bewijzen. Dat geeft hem twee weken waarin hij zich kan reorganiseren. Het arsenaal aan chicanes, intimidatie en bedrog is nog niet uitgeput. Hij verrast ons met nieuwe kunstgrepen die in hun brutale absurditeit de democratische verbeeldingskracht te boven gaan.

De oppositie, de legale meerderheid van Koštunica, heeft zich niet laten provoceren. We mogen hopen dat deze nieuwe leider de kalmte verder weet te bewaren. Want voor een wankelende dictator ontstaat bij straatgeweld de ideale situatie om in te grijpen met verwijzing naar de gebruikelijke fraseologie, het bewaren van de orde, het voorkomen van verder bloedvergieten, waarna de leiders van het verzet als vijanden van het volk kunnen worden opgesloten. Hoe zullen de naar alle waarschijnlijkheid legitieme overwinnaars zich de komende twee weken gedragen?

Vergissen we ons niet: zolang leger en politie zich niet tegen het regime keren, blijft Miloševic sterk. Of ze dit bijtijds zullen doen, weet niemand. Tegen zo'n gang van zaken pleit dat iedere dictator altijd omgeven is door een club van trouwe medeplichtigen, die zelf ook weer medeplichtigen hebben. De macht van een dictatuur is gevestigd op een reeks concentrische cirkels van medeplichtigheid. Verdwijnt het centrum, de dictator zelf, dan is daarmee het systeem opgeheven. Ongeteld velen hebben er dus belang bij dat hij zich handhaaft.

Alle staatslieden van het Westen, en zelfs president Poetin dringen erop aan dat hij vertrekt. Poetins mening zal zwaar wegen; die van de anderen niet. Miloševic heeft al tientallen keren laten zien dat hij dreigementen van het Westen aan zijn laars lapt.

Moet hij rekening houden met een ingrijpen van de NAVO, als het in Belgrado tot rellen, wie weet, het begin van een burgeroorlog zou komen? In Kosovo staan de troepen klaar. Maar het is niet zo waarschijnlijk dat de Amerikanen zouden meedoen, want in de Verenigde Staten is de verkiezingscampagne in volle gang. Bovendien zal Koštunica het niet op prijs stellen als hij wordt gered door de NAVO, die hij afwijst (terwijl hij juist daaraan mede zijn succes te danken heeft).

Miloševic wankelt misschien, maar dat is vooral het geval in het perspectief van de Westerse politieke logica. Hij heeft kostbare tijd gewonnen. Terwijl zijn tegenstanders nog moeten berekenen wat ze met hun overwinning aan moeten, mobiliseert hij zich tegen zijn dreigende nederlaag. En natuurlijk staat ergens een vliegtuig klaar om hem naar collega Saddam of dergelijke politieke familie te brengen.