Cubaanse schrijver Padilla overleden

De Cubaanse dichter en schrijver Heberto Padilla is maandag op 68-jarige leeftijd overleden tijdens zijn verblijf aan de Universiteit van Auburn (Alabama), waar hij gastprofessor was. Padilla, een voormalig medestander van Fidel Castro, veroorzaakte een golf van kritiek op het Cubaanse regime toen hij in 1971 in Cuba werd gearresteerd wegens `contrarevolutionaire activiteiten'. Hij zou het manuscript van zijn roman En mi jardin pastan los héroes (`In mijn tuin grazen de helden') via de Chileense schrijver en diplomaat Jorge Edwards uit het land hebben willen smokkelen. In de gevangenis werd Padilla platgespoten en gemarteld. Na 37 dagen werd hij vrijgelaten en gedwongen op een bijeenkomst van de Cubaanse Vereniging van Schrijvers en Kunstenaars zijn fouten te belijden en zichzelf, vrouw en vrienden te beschuldigen van hoogmoed en heulen met de vijand.

Tal van intellectuelen en schrijvers, die hadden gesympathiseerd met de Cubaanse revolutie van Fidel Castro, zoals Enzensberger, Calvino, Cortázar, Duras, Fuentes, Moravia, Paz, Semprun, Sartre, De Beauvoir, Franqui, Sontag en Vargas Llosa schreven al tijdens Padilla's gevangenschap een Open brief aan Castro, waarin ze hun solidariteit beleden met de grondbeginselen van zijn bewind en op grond daarvan hun bezorgdheid uitspraken over de onderdrukking van interne kritiek. In ons land bleef Harry Mulisch in Over de affaire Padilla (1971) juist achter Castro staan.

Padilla mocht pas in 1980 na bemiddeling van Gabriel Garcia Marquez en de Amerikaanse senotor Ted Kennedy het land verlaten. In de Verenigde Staten gaf hij les aan een aantal universiteiten. In 1981 was hij in ons land op Poetry International. En mi jardin pastan los héroes werd in 1984 gepubliceerd, in 1990 verscheen Self-Portrait of the Other met zijn herinneringen aan Cuba. In een interview in deze krant zei Padilla toen: ,,Schrijvers hebben alleen betekenis als de politiek gebruik van hen kan maken. Uw Harry Mulisch? Pfff! Die was maar heel eventjes bruikbaar bij het maken van propaganda voor de revolutie. (-) Zo'n Mulisch is natuurlijk een oneindig naïeve man. Het beste excuus dat hij daarvoor heeft is dat hij in een naïef land geboren is.''