Chirac contra Jospin

DE VERKIEZINGSCAMPAGNE in Frankrijk is vroeg begonnen. Pas over twee jaar staan de presidentsverkiezingen op de agenda. Maar de strijd tussen president Jacques Chirac en premier Lionel Jospin is nu al losgebarsten. Sinds een week is het `oorlog', zoals het Franse dagblad Le Monde het noemt.

Aanleiding is een videoband waarop die krant onlangs de hand heeft weten te leggen. Een makelaar/ambtenaar uit Parijs onthult daarop, vlak voor zijn dood, dat hij jarenlang fondsen heeft geworven voor de zwarte kas voor de partij van toenmalig burgemeester Chirac en dat de latere president zelf daarvan getuige is geweest. De suggestie is duidelijk: de corruptie strekt zich uit tot het Elysée. Het weekblad L'Express onthulde daarna dat de band al anderhalf jaar in bezit is van Dominique Strauss-Kahn, de ex-minister van Financiën en vertrouweling van Jospin die moest aftreden wegens een corruptie-affaire. Kortom, de socialisten spelen een vuil spel. Sinds de onthullingen over en weer is de `cohabitation' tussen de gaullistische president en de socialistische premier, die drie jaar redelijk soepel verliep, in ruw vaarwater verzeild geraakt.

OP ZICHZELF is het niet verwonderlijk dat de strijdbijl op deze manier is opgegraven. `Affaires' zijn van oudsher onderdeel van de Franse politiek, het gevolg van de patronagecultuur die de republiek eigen is. Wie staatsmacht heeft in Frankrijk, moet zijn cliënten te vriend houden.

Op de achtergrond spelen echter ook andere ontwikkelingen. Tot afgelopen zomer leek premier Jospin tamelijk onkwetsbaar. Door de voorzichtige decentralisatie die hij op gang had gebracht en de economische groei was zijn beleid succesvol. De dieselcrisis, waarbij Jospin voor de vrachtwagenchauffeurs door de knieën ging, veranderde dat beeld. Bovendien was vlak daarvoor de eenheid van zijn kabinet al aangetast door diepgaande meningsverschillen over zijn Corsica-beleid. Uit protest tegen Jospins concessies aan de separatisten was minister Chevènement van Binnenlandse Zaken, een voormalig etatistische socialist die nu een eigen republikeinse partij leidt, afgetreden.

Jospin moet nu op alle fronten tegelijk vechten: tegen klassiek rechts, tegen traditioneel links, binnen zijn partij én daarbuiten. Chirac op zijn beurt kan niet meer het wijze staatshoofd spelen. Hij moet zich verdedigen in een zaak waarin de bewijzen zich opstapelen. De verkiezingscampagne in Frankrijk wordt meedogenloos.