Afrikanen gedood in Libië: `zomerwolkje'

Bij botsingen tussen Afrikaanse gastarbeiders en Libiërs in de Libische stad Zaouia bij Tripoli zijn eind vorige week ongeveer 50 mensen om het leven gekomen, in meerderheid Tsjadiërs en ook enkele Soedanezen, maar kennelijk weinig of geen Libiërs. Dat hebben de in Londen uitkomende Arabische krant Al-Hayat en de Soedanese krant Akhbar al-Yom gisteren gemeld. De Libische autoriteiten bevestigden gisteren dat er onlusten zijn geweest, maar zij zwegen over slachtoffers. In Libië bevinden zich miljoenen Afrikaanse gastarbeiders die er niet echt welkom zijn, met name Tsjadiërs, Malinezen en Soedanezen.

Volgens Al-Hayat had een onbetekenend incident de rellen veroorzaakt. Bij de rellen waren ook tientallen mensen gewond, aldus de krant, die zich baseerde op anonieme bronnen. De Soedanese regering riep de Libische leider Gaddafi gisteren op tussenbeide te komen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken meldde geen berichten te hebben over Soedanese doden, maar wel over gewonden onder Soedanese staatsburgers.

De Libische regeringskrant Az-Zahf al-Akhdar schreef gisteren dat de rellen waren aangesticht door ,,buitenlandse huurlingen en agenten''. In een commentaar stelde de krant dat de aanstichters probeerden ,,Libiës Afrikaanse neigingen te dwarsbomen''. In de kop bagatelliseerde de krant de gebeurtenissen: `Een zomerwolkje'.

Het Libische parlement riep tegelijk op tot berechting van de schuldigen. Ook eiste het parlement dat de privésector en individuele staatsburgers minder buitenlanders in dienst nemen. De laatste eis kan de aanzet vormen tot een nieuwe golf uitzettingen van buitenlanders.

Het relatief rijke olieland Libië trekt altijd al talloze Arabieren en Afrikanen aan, gelukszoekers die er beter betaald werk proberen te vinden. De afgelopen maanden is het aantal migranten echter nog aanzienlijk aangezwollen. Met name gaat het om Afrikanen die worden aangemoedigd door Gaddafi's luid verkondigde inspanningen om Afrika te verenigen. De Libische leider heeft zich enkele jaren geleden naar eigen zeggen walgend van de Arabische wereld afgekeerd, en een Afrikaanse koers gekozen.

Libië heeft een roerig verleden, ook waar het gastarbeiders betreft. Periodiek worden buitenlanders in groten getale de grens overgezet als hun aantal de Libische opvangmogelijkheden te boven gaat. In 1995, toen de Libische economie in het slop zat in verband met de sancties van de Verenigde Naties wegens de kwestie-Lockerbie, werden honderdduizenden gastarbeiders het land uitgezet. De Afrikanen onder hen werd aids en andere dodelijke ziekten verweten; Palestijnen die er tegelijk werden uitgezet werd de Palestijnse toenadering tot Israel aangewreven.