Wachtlijsten zijn een treurig kwaad 1

De discussie over wachtlijsten in de zorg is een nieuwe ronde ingegaan.

De Orde van Medische Specialisten, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Zorgverzekeraars Nederland zijn het eens: er is 1,2 miljard nodig om de knelpunten in de zorg structureel aan te pakken.

Minister Borst is teleurgesteld. Zij heeft 200 miljoen extra voor het oplossen van wachtlijsten van minister Zalm gekregen en zij vindt dat ,,de organisaties met de verkeerde dingen bezig zijn en aan de slag moeten gaan'.

Dat heb ik vorig weekeinde gedaan. Van vrijdagochtend tot maandagochtend hebben wij vijf patiënten niet op de intensive care (IC) kunnen opnemen. De IC was `vol'. Dat wil zeggen: we hebben de bedden en de apparatuur wel, maar wegens de zoveelste bezuinigingsronde onvoldoende geld om gekwalificeerd verpleegkundige personeel aan te stellen. Vijf patiënten, die òf na een zorgvuldige voorbereiding rekenden op een grote chirurgische ingreep òf patiënten, onder wie een driejarig kind, voor wie op een moment dat zij zeer ernstig ziek zijn gezocht moet worden naar een plekje op een IC elders in de regio. Dit is geen incident, het is de praktijk van alledag.

In Den Haag zijn wachtlijsten `getallen', die om het `transparant te maken' op het internet gepubliceerd moeten worden.

In de dagelijkse praktijk van medewerkers in de gezondheidszorg zijn het gezichten: een oude vrouw die niet meer zelfstandig kan wonen omdat zij te lang op een nieuwe heup moet wachten, een jonge man die vier maanden op een liesbreukoperatie wacht, een vrouw die drie weken in spanning moet zitten voordat zij weet wat het knobbeltje in de borst is. Het is voor werkers in de zorg geen verrassing dat in een recent onderzoek duidelijk werd dat Nederland op medisch gebied aan het afglijden is naar het niveau van een bananenrepubliek.

Wij blijven aan de slag, maar kunnen niet verder springen dan onze financiële polsstok lang is. Die polsstok moet niet verlengd worden met een `wachtlijstpot'; de drie koepelorganisaties zien het goed en zijn gelukkig eindelijk eensgezind: er moet structureel geld bij. Niet op termijn, maar direct.